Mobiliteit is een mensenrecht

Een autofabrikant over dichtgeslibde wegen en het uitgewoonde openbaar vervoer. Jean-Martin Folz (55), topman van het succesvolle Peugeot Citroën, weet hoe je files moet bestrijden. ,,De automobilist niet straffen, maar met goed openbaar vervoer verleiden om de auto te laten staan.''

Een uur lang spreekt hij al over fileleed, rekeningrijden en openbaar vervoer. Wanneer zijn voorlichter voor de tweede keer waarschuwt dat de Franse ambassadeur op hem wacht, staat Jean-Martin Folz op. ,,Pfff, de ambassadeur'', verzucht hij. Met zichtbare tegenzin staat hij op. Hij had nog willen uitleggen hoe onzinnig de autoplannen van Europees commissaris Monti zijn. Maar goed, in de lift naar beneden en buiten op de stoep, kan hij ook nog vragen beantwoorden.

Het is typerend voor Jean-Martin Folz (55), de bestuursvoorzitter van de PSA Peugeot Citroën Group, de op een na grootste autofabrikant van Europa. Een workaholic. Wars van dikdoenerij. Folz beantwoordt niet aan het beeld van een captain of industry. Op intercontinentale vluchten mijdt hij de first class. Folz is in Den Haag zonder lijfwachten, draagt een lichtblauw flodderpak en loopt – als een Hollander – op ongepoetste schoenen, van het soort dat je eerder aan de voeten van een monteur verwacht te zien. Hoeveel gasten in de lobby van het Haagse Novotel zullen willen geloven dat deze opvallend gewone Fransman aan het hoofd staat van een onderneming met bijna 200.000 werknemers?

Een buitenbeentje in de auto-industrie. In tegenstelling tot zijn collega's bij Volkswagen en Mercedes stroomt bij hem geen benzine door de aderen. Hij maakte carrière in de levensmiddelen- en in de aluminiumsector, voordat hij op voorspraak van de familie Peugeot, grootaandeelhouder van PSA, bij het autoconcern werd ingelijfd. Met warmte en kennis van zaken spreekt Folz over mobiliteit, maar hij is geen petrol head, zoals de Financial Times hem onlangs terecht typeerde. Over paardenkrachten of torsiestijfheid zal hij niet snel beginnen. Sterker, onder zijn hoede staakte Peugeot de activiteiten in de Formule I, het belangrijkste podium van de autosport.

In de zeven jaar dat hij nu in de auto-industrie werkt, bouwde Folz een sterke reputatie op. Sinds hij bij PSA de leiding overnam van Jacques Clavet, in 1997, gaat het de fabrikant van de Peugeot 206 en de Citroën Picasso voor de wind. Folz versterkte de samenwerking tussen beide merken, maakte van de 14 PSA-fabrieken volcontinu bedrijven en concentreerde zich op de Europese markt met een nieuwe reeks, kek vormgegeven compacte auto's. Een strategie die succes oogst. De omzet steeg in vier jaar tijd met bijna 50 procent naar ruim 3 miljoen voertuigen vorig jaar. En van een verlieslijdende onderneming veranderde PSA in een bedrijf dat vorig jaar een nettowinst boekte van 1,7 miljard euro. Voor het Amerikaanse blad Forbes aanleiding om Folz in december uit te roepen tot zakenman-van-het-jaar.

Sindskort is hij voorzitter van de ACEA, de vereniging van Europese autofabrikanten, en in die hoedanigheid was hij afgelopen donderdag eregast op het `mobiliteitsdiner' van de Rai, de Nederlandse vereniging van auto-importeurs. Tussen de Rembrandts en Vermeers in het Mauritshuis sprak Folz met een gemêleerd gezelschap representanten van de Nederlandse mobiliteitsbranche. Welke voorzieningen moeten nú worden getroffen om het verkeer in 2020 in goede banen te leiden. Over die vraag wisselden Tweede-Kamerleden en hoogleraren van gedachten met vertegenwoordigers van de ANWB en consultantsbureau McKinsey. Folz hield er een toespraak over de mogelijke bijdrage van de auto-industrie tot een betere mobiliteit.

Folz is tegenstander van een restrictief beleid. ,,Vrij verkeer van mensen, goederen en ideeën is een fundamenteel menselijk verlangen en een voorwaarde voor economische groei'', zegt de Fransman, die erop wijst dat de auto-industrie goed is voor ruim tien miljoen banen in Europa. Hij is het daarom oneens met de conclusie van de Europese Commissie: economische groei en een groeiende mobiliteitsbehoefte kunnen volgens Folz niet worden ontkoppeld.

Een Europees verkeersinfarct, een ochtendspits die steeds dichter tegen de avondspits aanschurkt? Folz wuift alle onheilsverwachtingen weg. ,,Ik kan me nog goed herinneren hoe vast het verkeer dertig jaar geleden in Parijs zat. Het is net als met het weer: iedereen klaagt altijd over files. Maar uit onderzoek blijkt hoe onterecht dat is. De mobiliteit in Europa is de afgelopen vijftien jaar alleen maar verbeterd. We reizen meer en leggen steeds grotere afstanden af in steeds kortere tijd.''

Toch erkent de voorzitter van de Europese autofabrikanten dat het noodzakelijk is om snel maatregelen te nemen. Hoe kan anders worden voorzien in de groeiende mobiliteitsbehoefte? De Europese Commissie becijferde dat in 2010 de vraag naar mobiliteit door personen met 24 procent zal zijn toegenomen en het transport van goederen zelfs met 38 procent.

Alle transport moet volgens Folz opgaan in een intelligent en flexibel netwerk. Een netwerk dat bovendien zo wordt geconcipieerd dat mobiliteit betaalbaar blijft. Folz: ,,Dat kan alleen door nauwe samenwerking tussen publieke en private sector, en door tegelijk de mobiliteit te verbeteren en efficiënter te maken.''

In hoog tempo geeft Folz zijn oplossingen. Openbaar vervoer en privé-vervoer moeten worden geïntegreerd. Het is tijd voor nieuwe, meer flexibele vormen van openbaar vervoer. De infrastructuur dient te worden verbeterd. En als we reizigers beter informeren over actuele verkeersontwikkelingen, kan doelmatiger van de weg gebruik worden gemaakt.

Zo kunnen moderne navigatiesystemen met een internetverbinding de automobilist omleiden in geval van files en ongelukken. Ze kunnen hem, als hij een parkeerplaats zoekt, naar de dichtstbijzijnde parkeergarage dirigeren waar plaats is. Ook is het mogelijk om in auto's een veiligheidsbaken in te bouwen, dat in nood automatisch hulpinstanties waarschuwt en de locatie van het ongeluk doorgeeft. De auto-industrie is klaar voor zulke nieuwe, mobiliteitsbevorderende digitale techniek. Maar overheden en bedrijfsleven nog niet, zegt Folz. ,,Een paar procent minder verkeer op een bepaalde weg kan grote betekenis hebben voor de hele doorstroming. Daarom zijn zulke voorzieningen zo nuttig. Maar helaas ontbreekt het nog aan standaardisaties en internationaal sluitende afspraken. Wij kunnen helpen met het maken van specificaties, maar wij gaan de noodzakelijke informatiediensten niet opzetten en beheren. Wij zijn autofabrikanten, geen telecombedrijven.''

Nieuwe vormen van openbaar vervoer zijn noodzakelijk, stelt Folz. Hij wijst op een experiment in La Rochelle. In die Franse badplaats heeft de gemeente elektrisch aangedreven auto's ingevoerd. Deze auto's zijn per uur te huur met kaarten die bij krantenkiosken te koop zijn. Bij zijn eigen bedrijf heeft hij een carpoolsysteem opgezet. Aanmoedigingspremies zijn de sleutel tot het succes van zulke initiatieven, gelooft Folz.

Ook spreekt hij enthousiast over een samenwerkingsproject met de Europese Commissie voor de ontwikkeling van een kleine transportwagen met elektromotor. ,,E-commerce zal een hoge vlucht nemen. Dat betekent dat steeds meer producten bij de klant thuis afgeleverd moeten worden. Dat heeft consequenties. Met grote trucks door de stad rijden kan niet meer.''

Zo opgetogen als Folz praat over diverse internationale plannen, zo negatief is hij over de plannen van Nederland om de toenemende verkeerscongestie te bestrijden. Tolpoorten en rekeningrijden – met een besmuikt lachje geeft hij aan op de hoogte te zijn van de discussies hier. ,,Als fabrikanten zijn wij tegen oneerlijke concurrentie. Betalen om in de file te staan is onzin. De automobilist betaalt al door het tijdverlies dat hij lijdt. Waarom nemen mensen de auto? Die vraag zouden uw politici zichzelf moeten stellen. Als de dienstregeling klopt, de veiligheid in orde is, de service en de kostprijs deugen, dan kan het openbaar vervoer van grote betekenis zijn. Regeringen moeten zich afvragen of de infrastructuur wel deugt. Files ontstaan vaak omdat een vloeiende doorstroming van het verkeer niet mogelijk is.'' Waarom stellen sommige democratische landen zich zo vijandig op tegen het autogebruik?, vervolgt Folz zijn kritiek. ,,Als ik naar de Nederlandse situatie kijk, betalen automobilisten relatief veel belasting. De aanschaf van een auto wordt hier zwaarder dan elders belast en ook de brandstofprijzen zijn hier hoger. Straffen heeft geen zin. Je moet vertrouwen op het gezonde verstand van consumenten en ze proberen te verleiden om met het openbaar vervoer naar hun werk te reizen.''

Voor de deur van het Novotel in Den Haag neemt Folz afscheid. Op de stoep staat een gloednieuwe Citroën C5 geparkeerd om hem naar het Mauritshuis te brengen. Maar de eregast van het `mobiliteitsdiner' kijkt eens naar de lucht en vraagt dan hoe ver het lopen is. Na het antwoord bedankt de autofabrikant de chauffeur en begint aan een wandeling langs de Hofvijver en over het Binnenhof.