Kunst- en antiekpolitie is onmisbaar

Op 1 januari is het twintig jaar oude Korpsonderdeel Kunst en Antiek van de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) opgeheven. Dit landelijk opererende, specialistische politieonderdeel was verantwoordelijk voor de bestrijding van kunstcriminaliteit en fungeerde als aanspreekpunt voor direct betrokkenen in de kunstsector, alsmede voor particulieren en de regionale politie. Ook de uitwisseling van informatie met buitenlandse instanties verliep via deze CRI-afdeling. Om goed op de hoogte te zijn van wat in Nederland aan kunst werd gestolen, is een speciaal op kunst en antiek toegesneden database ontwikkeld, KANS genaamd, die door medewerkers van het Korpsonderdeel voortdurend werd geactualiseerd.

Binnen de Nederlandse kunstwereld had deze `kunst- en antiekpolitie' een uitstekende reputatie en wordt ze als onmisbaar geacht voor de bestrijding van kunstcriminaliteit. De kunstwereld heeft daarom fel geageerd tegen de opheffing. In de landen om ons heen, waar wel specialistische eenheden op het terrein van kunstcriminaliteit bestaan, is het besluit met hoon begroet.

Er zijn verschillende bezwaren tegen de opheffing van deze CRI-afdeling. Het bestrijden van kunstcriminaliteit is zo specialistisch dat een aparte eenheid zich hiermee bezig dient te houden. Er moet een structureel aanspreekpunt bestaan, met personen die hoofdzakelijk werkzaam zijn in het kader van de bestrijding van criminaliteit op het gebied van kunst en antiek. Het idee van staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) een politiemedewerker beschikbaar te hebben die ,,zonodig kan bemiddelen en doorverwijzen'', is volstrekt onvoldoende. Essentieel is dat binnen het aanspreekpunt kennis van zaken bestaat; zowel kunsthistorische kennis als kennis van de (inter)nationale kunstmarkt.

Stel dat een kunsthandelaar een particulier in de zaak krijgt met, onverpakt, een zeventiende-eeuws schilderij onder de arm dat hij wil verkopen. Dan is weinig tijd te verliezen. De handelaar moet het aanspreekpunt kunnen bellen met de vraag of daar het schilderij bekend is. Als dit het geval is, kan de diefstal snel opgelost worden. Dit maakt ook duidelijk dat iedereen contact moet kunnen opnemen met het aanspreekpunt en niet, zoals Van der Ploeg het ziet, slechts met de Inspectie Cultuurbezit of de regiopolitie.

De kracht van het Korpsonderdeel lag onder meer in het feit dat er landelijk werd geopereerd. De kunst- en antiekcriminaliteit kan niet slechts regionaal worden bestreden, maar vereist een landelijke en internationale aanpak. Een schilderij kan worden gestolen in een woning in Maastricht en enkele maanden later opduiken op een veiling in Leeuwarden. De politie in Leeuwarden zal dit schilderij hoogstwaarschijnlijk niet signaleren als gestolen, terwijl de landelijk opererende politie dit, mits geregistreerd in haar database, wel kan herkennen.

Aangezien kunst- en antiekcriminaliteit niet ophoudt bij de landsgrenzen, is het cruciaal dat er uitwisseling van gegevens plaatsvindt met buitenlandse vergelijkbare diensten. Niet van iedere regionale politiedienst kan worden verwacht dat ze op de hoogte is van internationale organisaties en van de wijze waarop informatie uitgewisseld moet worden.

Een onmisbaar instrument voor de bestrijding van kunstcriminaliteit is een op kunst en antiek toegespitste database met gestolen voorwerpen. De database KANS die door het opgeheven Korpsonderdeel werd opgebouwd, is echter afgesloten en niet meer raadpleegbaar. Van der Ploeg is van mening dat voorwerpen van kunst en antiek eenvoudigweg in het nationale politieregister kunnen worden opgenomen. Dit politieregister, de database voor alle gestolen objecten, is evenwel lang niet precies genoeg. Bij een schilderij waarvan de afmetingen, maker en voorstelling bekend zijn, zou het nationale register misschien nog voldoen. Maar wat als het een ongesigneerd zeventiende-eeuws glas betreft zonder gegraveerde voorstelling, of bijvoorbeeld een stuk Chinees porselein? In die gevallen is een kunsthistorisch verantwoorde database, met kenmerken die internationaal aansluiting vinden, absoluut nodig.

In de Tweede Kamer zijn vragen gesteld over de beslissing. De kunstwereld hoopt dat de politiek inziet dat Nederland de opgeheven kunst- en antiekpolitie niet kan missen.

Antoon Ott is directeur van de stichting NedArt.

te raadplegen