Het bombardement op Zierikzee

De Nederlandse regering moest in de jaren 1914-1918 alle zeilen bijzetten om ons land buiten de oorlog te houden. Zowel de Britse als de Duitse regering respecteerde het Nederlandse neutraliteitsstandpunt. Maar de militaire autoriteiten namen het minder nauw. Naarmate de oorlog grimmiger werd, namen de schendingen van de Nederlandse territoriale wateren toe.

En ook schendingen van het luchtruim. Terwijl het Nederlandse leger nauwelijks een vliegtuig bezat, werd aan het westelijk front het luchtwapen steeds belangrijker. In het begin werd het alleen gebruikt voor verkenning, maar al snel werden ook bommen geworpen. Toen de Duitsers in 1917 een onbeperkte duikbootoorlog begonnen, voerden de Britten de bombardementen op Zeebrugge en Oostende sterk op, waarbij ze Zeeuws-Vlaanderen vaak als aanvliegroute gebruikten.

Met enige regelmaat ging het daarbij mis, zoals in de nacht van 29 op 30 april 1917. Toen voerden, vanaf hun basis bij Duinkerken, vliegtuigen van de Royal Naval Air Service een aanval uit op Zeebrugge. Een van de toestellen dwaalde af en kwam terecht boven Schouwen-Duiveland waar hij om half drie in de morgen zijn acht bommen loste boven Zierikzee. Vijf ervan raakten het stadje.

De chaos was groot. In de Molenstraat werden twee pakhuizen door een voltreffer geraakt en vlogen in brand. Door de kracht van de explosie stortten enkele woningen naast de pakhuizen in. Twee hoogbejaarde vrouwen, de zusters Jacomina Douw (81) en Janna Ringelberg-Douw (73),werden onder de brokstukken van hun snoepwinkeltje bedolven, maar konden gered worden. In een aangrenzend pand woonde een boerenknecht met vrouw en negen kinderen. Het huis veranderde in een puinhoop, maar niemand liep ernstige verwondingen op.

Enkele bommen kwamen terecht bij huizen van de Zierikzeese notabelen. In de tuin van notaris mr. J.A. Biermasz werd een krater van een meter diep en drie meter doorsnee geslagen. De woningen van twee andere juristen, mr. H. Polvliet en mr. S.R. Bakker, liepen slechts schade aan dak en glaswerk op. Bovendien waren zij, zoals de Zierikzeesche Nieuwsbode al op de dag van het bombardement wist te melden, tegen oorlogsschade verzekerd bij de `Maatschappij tot verzekering van uitgesloten risico's te Zutphen'.

Minder fortuinlijk liep het af met de drie bewoners van een pand in de Sint-Domusstraat. Hier trof een bom de woning van de 48-jarige zadelmaker Waltherus Leijdekkers. Niet alleen hij, maar ook zijn even oude echtgenote en een driejarig pleegkind kwamen daarbij om. Uit het verslag van een brandweerman: ,,Met bed en al waren ze opgenomen en naar buiten geslingerd, de man dwars de straat over, over een muur van drie meter hoog in den tuin van Korsten. Later zagen we daar nog bloed op den muur zitten. De vrouw was, na wie weet welke luchtreis, huizen verder aan de tegenovergestelde zijde van de straat op een rioolput terechtgekomen. 't Hoofd was er af en de borst was als uitgeperst en 't vel van de hals hing er flodderig bij.'' Het kind werd later dood in de puinhopen aangetroffen.

Met bomscherven als bewijsstukken werd Londen om opheldering verzocht. Al op 1 mei kwam een Brits telegram binnen met de mededeling dat `het onmogelijk is dat enig Brits vliegtuig de schade heeft veroorzaakt'. Later volgde een uitvoeriger antwoord met de suggestie dat `als er Britse bommen gegooid zijn, dan is dat bewust door de Duitsers gebeurd om onze twee landen tegen elkaar op te zetten'. Maar de Nederlandse regering hield aan. Er werd een expert met de scherven naar de overzijde van de Noordzee gestuurd. Tenslotte gingen de Britten in juli 1917 overstag en erkenden schuld. Tevens zegden ze toe de schade te zullen vergoeden, in totaal ƒ90.000.

Bij de uitkering van de gelden ging de gemeente Zierikzee echter zeer terughoudend te werk. De vroegere gemeentearchivaris C. Postma rekende zo dat minder dan de helft bij rechthebbenden terechtkwam. Toen in 1927 een nieuw carillon voor het stadhuis werd aangekocht, werd daarvoor maar liefst ƒ48.000 bijgepast uit de kas van het bommencomité.

H. van Lith. Plotseling een vreselijke knal. Bommen en mijnen treffen neutraal Nederland (1914-1918) (Zaltbommel, 2001)