Generaal Lebed

Soldaten hebben in Rusland zelden een dominante politieke rol gespeeld. Dat op zichzelf is al opmerkelijk in een staat waar steden eruitzien als garnizoensplaatsen. Nog paradoxaler is dat ze onder democratische verhoudingen nu belangrijkere politieke posities innemen dan indertijd onder autoritaire regimes. In de oude Sovjet-Unie was het militaire namelijk nog ondergeschikter aan de politiek dan in het nieuwe Rusland. Zelfs maarschalk Zjoekov, dé oorlogsheld van 1941-'45, was niet in staat partijleider Chroesjtsjov te weerstaan, die hij eerder nog van dienst was geweest. Pas tijdens het bewind van president Jeltsin zijn generaals de kop gaan opsteken.

Verschillende regio's worden inmiddels geleid door mannen die hun uniform hebben verruild voor een burgerpak. De provincie rond Moskou wordt bestuurd door generaal Gromov, die in 1989 als laatste sovjetsoldaat Afghanistan verliet. Het district-Oeljanovsk is in handen van generaal Sjamanov, een veteraan uit de Tsjetsjeense oorlogen. Vijf van de zeven superregio's die twee jaar geleden zijn geformeerd, worden gecontroleerd door ex-officieren uit de krijgsmacht of de geheime dienst, die nu fungeren als `gevolmachtigden' namens het Kremlin.

De eerste soldaat-politicus was de zondag bij een helikopterongeluk omgekomen Aleksandr Lebed, paratroeper en oudgediende uit Afghanistan. Vijf jaar geleden leek het er zelfs op dat hij het Kremlin kon betreden. Lebed maakte bij de verkiezingen in 1996 het verschil ten gunste van Jeltsin. Hij was het die het gedemoraliseerde leger verloste van Tsjetsjenië. Maar toen hij als secretaris van de Veiligheidsraad praatjes kreeg, werd hij net als Zjoekov geloosd. Zijn ambities gaf hij desondanks niet op. Hij zocht een springplank als gouverneur in Krasnojarsk, een immense republiek in Siberië, waar aluminium- en nikkelbaronnen de dienst uitmaken. Het bleek uiteindelijk geen bruggenhoofd naar Moskou. Lebed werd gemarginaliseerd. Het was ex-spion en judoka Poetin die het verlangen naar onversneden leiderschap in 2000 wist te kapitaliseren.

Zijn aureool onder het gewone volk verloor Lebed echter niet. Voor veel Russen bleef hij een symbool: de trotse soldaat, rechtlijnig en niet corrupt, kortom, een waarlijker patriot dan menig politicus. Poetin heeft daarom een onderzoek gelast naar het ongeluk en zal hem laten begraven op het kerkhof in Moskou waar ook Chroesjtsjov en Toepoelev liggen. Lebed is weliswaar niet de eerste militair die ver van het front is gesneuveld. Maar de president kan zich geen enkele twijfel over de oorzaak veroorloven.