Gaddafi bereid tot compensatie `Lockerbie'

De Libische leider Moammar Gaddafi is bereid een ,,substantiële compensatie'' te betalen aan de nabestaanden van `Lockerbie'.

Dat meldt het tijdschrift Time Magazine deze week.

De Libische leider zou een bedrag hebben genoemd van 3,8 miljard euro, te verdelen over de nabestaanden van de 270 mensen die op 21 december 1988 om het leven kwamen toen boven het Schotse plaatsje Lockerbie een bom ontplofte in een Boeing 747 van de Amerikaanse vliegtuigmaatschappij Pan-Am.

Time Magazine baseert zich op een brief aan de advocaten van de nabestaanden, geschreven door een van de Libische onderhandelaars.

De nabestaanden van `Lockerbie' stelden altijd dat de zaak pas kon worden afgerond als Libië en Gaddafi de volledige verantwoordelijkheid voor de aanslag zouden aanvaarden en overeenstemming over compensatie zouden bereiken, zoals een resolutie van de VN-Veiligheidsraad eiste.

Het Libische ministerie van Buitenlandse Zaken gaf in maart, toen het vonnis van Abdel Basset al-Megrahi, een van de twee Libische verdachten van de aanslag, in hoger beroep werd bevestigd, van bereidheid tot financiële compensatie nog geen enkel blijk. De andere verdachte Al-Amin Khalifa Fhima, werd in januari 2001 vrijgesproken door de Schotse rechtbank in Camp Zeist.

Gaddafi legde zich in maart neer bij het vonnis; toen al zou achter de schermen een onderhandelingsproces aan de gang zijn. Gaddafi's zoon Seif al-Islam zou in Parijs enkele malen met Amerikaanse en Britse onderhandelaars hebben gesproken.

Waarnemers denken dat Gaddafi in ruil voor financiële compensatie, zal eisen dat een olie-embargo van de Verenigde Staten wordt opgeheven.

Nabestaanden van de slachtoffers van `Lockerbie' reageren tot nu toe sceptisch. ,,Wat we nu zien, is een politieke daad'', aldus Jim Squire wiens dochter omkwam bij de aanslag.