Franse schilders uit de tijd van Redon

Ingetogen stillevens met een bord oesters, een bundeltje asperges, of een gebutst tinnen kannetje – het zijn schilderijen die je niet direct associeert met de schilderkunst in het bruisende Parijs van de tweede helft van de 19de eeuw. Horen bij die tijd niet eerder de `en plein air' geschilderde landschappen van Claude Monet, de zonovergoten picknicks van Auguste Renoir, of de vrolijke, soms ironische taferelen uit het mondaine theaterleven van Edgar Degas en Henri de Toulouse-Lautrec?

De impressionisten dragen het vaandel in de stoet van Franse schilders van de 19de eeuw, maar hun beeltenissen staan op een groepsportret van een schilder van een heel ander temperament. In een beroemd geworden schilderij beeldde Henri Fantin-Latour onder anderen Monet en Renoir af in het atelier van kunstbroeder Edouart Manet. Fantin zelf meed het landschap, het domein van de impressionisten. Hij prefereerde de rust van zijn atelier, waar hij zich toelegde op minutieus geschilderde portretten en kleurige bloemstillevens, maar ook op fantasierijke voorstellingen die vaak zijn geïnspireerd op muziekstukken van Wagner, Berlioz of Brahms. Dat andere gezicht van het fin de siècle illustreert het Kröller-Müller museum met een expositie van schilderijen, tekeningen en prenten uit de eigen collectie, van Franse kunstenaars uit de periode 1850-1900.

Het lijkt alsof de titel, Hommes de valeur al te letterlijk is genomen. De valeur, de bedragen waarvoor de werken ooit zijn aangeschaft, is telkens vermeld in de bijschriften. In de jaren tien en twintig van de 20ste eeuw heeft de steenrijke kunstverzamelaar Helene Kröller-Müller de basis gelegd voor de collectie van het museum dat naar haar genoemd zou worden. De prijzen die zij betaalde voor de schilderijen, geven een aardig beeld van de waardering destijds voor werk van de eigentijdse Franse schilders.

Fantin-Latour lag kennelijk goed in de markt: een ontroerend voorstellinkje van een schaaltje aardbeien en wat partjes sinaasappel werd in 1921 aangeschaft voor 3.500 gulden, terwijl een groter stilleven met fruit en bloemen in 1918 het drievoudige van dat bedrag had opgebracht. Ook stillevens van andere, minder bekende, schilders als Antoine Vollon gingen van de hand voor bedragen met drie nullen.

In dat licht is het opvallend dat Helene Kröller nogal wat werk van Odilon Redon (1840-1916), die onder de tentoongestelde kunstenaars tegenwoordig veruit de grootste naam heeft, voor relatief lage bedragen verwierf. Een van de eerste werken die zij – voor slechts 450 gulden – van deze kunstenaar kocht, was een mooi, vrij traditioneel portret van de vrouw van de schilder. Een voor Redon veel typerender schilderij werd in 1922 in Parijs aangeschaft voor 750 gulden: De Cycloop, dat de eenogige reus toont die, naar het verhaal in Ovidius' Metamorfosen, de slapende zeenimf Galatea bespiedt. De naakte vrouw heeft zich op de voorgrond uitgestrekt in een bontgekleurd bloemenbed, terwijl op het tweede plan de massieve gestalte van de cycloop achter een heuvel oprijst. Het enorme oog in zijn verder summier aangeduide gezicht geeft het monster iets aandoenlijks. Daarmee combineert het werk elementen uit Redons late, kleurig-decoratieve stijl, en van de soms bizarre thematiek die vooral zijn vroege werk kenmerkt.

In de tentoonstelling is kennelijk zo'n beetje alles opgehangen wat het museum bezit aan Franse kunst uit de tijd van Redon: van unieke schilderijen tot minder interessante, in grote oplages gefabriceerde boekillustraties. De sterke nadruk die daarbij ligt op Fantin-Latour en Redon, ontneemt het zicht op onderlinge relaties tussen de gepresenteerde kunstenaars. Die zullen er ook lang niet altijd zijn geweest. Zo duikt tussen het literaire symbolisme van Redon en de lyrische fantasieën van Fantin, de wonderlijke charme op van de autodidact Constantin Guys. Hij maakte snelle, rake schetsen die het alledaagse stadsleven in beeld brengen – van de modieuze elegantie van de elite tot taferelen in kroegen en bordelen. Maar er is misschien toch een rechtvaardiging voor de plaats van Guys in deze expositie, die tenslotte het beeld van de vooraanstaande plaats van de impressionisten in het 19de-eeuwse Parijs nuanceert: de dichter Baudelaire noemde Guys de `schilder van het moderne leven', een kwalificatie die beter van toepassing was geweest op veel beroemder geworden schilders als Toulouse-Lautrec en Manet, van wie Guys als voorloper wordt beschouwd.

Tentoonstelling: Hommes de valeur. Kröller-Müller Museum, Otterlo. T/m 26/5. Catalogus (Uitg. Waanders): 284 blz., E39,50. Inl.: 0318-591041.