De enige televisiedemocratie

Waarom Nederland een televisie-democratie is en Amerika niet? Omdat in Amerika 11 procent van de bevolking als vrijwilliger aan de verkiezingen deelneemt door het uitdelen van pamfletten, het aanbellen bij de deuren, het organiseren van politieke feestjes voor financiering van de campagne, het opbellen van kiezers voor de kandidaat of het lobbyen bij een kandidaat. Bij verkiezingen staat het land zichtbaar op zijn kop. Wie wil, mag in voorverkiezingen bepalen wie de gouverneurs-, burgemeesters-, Congres- en presidentskandidaat voor het partijdistrict wordt. Over de opdringerige bereidheid om zomaar aan de voordeur politiek te bedrijven verbaasden 19de eeuwse Europeanen als Frances Trollope en Alexis de Tocqueville zich al.

De Nederlandse democratie is daar het tegendeel van. De participatie van burgers holt achteruit. Slechts 2 promille van de bevolking speelt een actieve rol in de verkiezingen. Dat is 10 procent van de partijleden, onder wie veel baantjesjagers. De Nederlandse kiezer moet het dus uitsluitend hebben van de tv. De afstandsbediening is het enige contact dat hij heeft met de politiek. De Soundmixshow maakte dat mooi zichtbaar: 200 mensen uit het publiek, met zachte drang binnengehouden door zaalcoördinatoren, drukten op de afstandsbediening om het debat te beoordelen.

Op de tv kun je zien wat de particratie ervan gebakken heeft. Verder wordt de kiezer niets gevraagd, niets over de samenstelling van de kandidatenlijst, niets over de burgemeester, niets over de hoofdcommissaris van politie. Het is allemaal zo ingericht dat de politicus een minimale kans op falen heeft en voor het onverhoopte geval dat dat toch gebeurt een baantje in de provincie krijgt. De arbeidsvoorwaarden zijn ambtelijk. Stel je voor, dat je de kiezer dat allemaal laat bepalen, dan wordt het land een chaos.

Dat verklaart de onzekerheid van Nederlandse partijleiders. De politieke infrastructuur is uitgehold, de burgerlijke participatie is nul, dus de tv moet het helemaal bepalen. Politici komen overal, bij spelletjes, ze doen gek met een als clown vermomde Paul de Leeuw en debatteren in de pauze van de Soundmixshow om twee tot vier miljoen kijkers te bereiken. Partijleiders hollen van de ene studio naar de andere. Avond aan avond gaat dat door. Op de publieke tv bestaat niets anders meer dan politici. Paul Witteman heeft De Kloof, waar ministers worden geconfronteerd met burgers uit het veld. Netwerk heeft nu zijn eigen Kloofje waar gisteren staatssecretaris Vliegenthart (VWS) stond tegenover drie mensen uit de zorg. Op zondagavond test Netwerk het charisma en de taal van een lijsttrekker. Rosenmöller bij Kruispunt. Zo vervallen we elke avond in herhaling. Ik kan geen lijsttrekker meer zien.

Nova: Balkenende waarom wil u niet kiezen tussen Fortuyn en de PvdA? Ik heb net een vlot, geïmproviseerd mini-peilinkie onder 250 mensen waaruit blijkt dat bijna tweevijfde van uw achterban ab-so-luut niet met Fortuyn maar ab-so-luut wel met de PvdA samen wil? Balkenende: sliep uit, toch kies ik niet.

Dat debatten ontaarden in pandemonia, wekt geen verbazing met zoveel lijsttrekkers. Dat is in Amerika ook het geval als zes kandidaten het in de voorverkiezingen voor de tv tegen elkaar moeten opnemen. Deelnemers aan een twee- of driedebat voor een presidentieel debat kunnen op waardiger manier de aandacht vragen. Bij een zeskamp durven de leiders van de grote partijen geen risico te nemen, zodat de kleine uitdagers winnen. Dat was in de Soundmixshow-pauze niet anders dan in het 2 Vandaag-debat.

Te veel interviewtjes, peilinkjes en debatten met politici. Ik mis eigen onderzoek van redacties. Het Journaal vergeleek gisteren alle onderwijsparagrafen van partijen met elkaar. Blijkt dat het budget de laatste jaren al flink is gestegen en dat alleen Fortuyn wil afwachten of het efficiënter kan, voordat hij meer besteedt. Dat soort eigen initiatieven van redacties zijn nuttig. Daar zou ik veel meer van willen zien in plaats van die eindeloze gesprekjes van wie met wie en hoe een persconferentie in zijn werk gaat. Als Nederland de enige tv-democratie is, doe het dan tenminste goed.