Buitenlandse beleggers betalen Amerikaans herstel

Twijfel is het sleutelwoord in het commentaar van de Engelstalige financiële bladen op de jongste groeicijfers van de Amerikaanse economie. BusinessWeek, de weekend-editie van de Financial Times en Fortune zetten meer vraagtekens dan uitroeptekens bij de kwartaalgroei van 5,8 procent (op jaarbasis). Duitse bladen als Börse on Line en Wirtschaftswoche daarentegen gebruiken kritiekloos het sleetse cliché van de Amerikaanse economie als locomotief van de wereldeconomie.

Het Amerikaanse weekblad BusinessWeek maakt zich grote zorgen over het vermeende herstel van de economie, omdat dit gepaard gaat met het verschijnsel dat het tekort op de lopende rekening van de Verenigde Staten dit jaar kan oplopen tot vijf procent. ,,Dat is het grootste tekort in de geïndustrialiseerde wereld, en groter dan in veel opkomende-marktlanden.'' Volgens het blad zou het het beste zijn om de positie van de dollar geleidelijk te verzwakken, maar dat lukt niet zolang niet-Amerikaanse beleggers hun geld het liefst blijven investeren in de Amerikaanse economie. En zolang de dollar sterk blijft, zal de import volgens BusinessWeek sneller groeien dan de export. Daardoor zal ook het handelstekort toenemen, evenals de Amerikaanse behoefte aan buitenlands kapitaal. Het blad verwacht dat de Amerikanen uiterlijk volgend jaar de rekening voor deze ontwikkeling gepresenteerd zullen krijgen.

Ook de Financial Times twijfelt aan de kwaliteit van het Amerikaanse herstel. Het blad legt het gewoontegetrouw uit in klare bewoordingen: ,,Dat de dollar de zwaartekracht al zo lang heeft getrotseerd, doet niets af aan het idee dat de munt is overgewaardeerd. Dat betekent eenvoudig dat we niet kunnen voorspellen wanneer de dollar zal zakken. Maar zakken zal hij zeker, want de VS hebben de laatste zes jaar meer uitgegeven dan verdiend.''

De positie van de dollar blijft volgens het blad op peil zolang de buitenlandse beleggers hun overmatige vertrouwen in de Amerikaanse economie handhaven, terwijl ze op dit moment toch redenen genoeg hebben om erg voorzichtig te zijn. Zo blijkt uit cijfers van het Amerikaanse ministerie van Handel dat de Amerikaanse consumenten veel minder duurzame goederen kopen dan in het vorige kwartaal en dat de investeringen afnemen. Het blad wijst er ook op dat de koersen gedaald zijn tot het laagste punt sinds zes maanden.

Het Amerikaanse zakenblad Fortune probeert de moed erin te houden. Immers, de werkloosheid staat op 5,7 procent, wel veel hoger dan oktober vorig jaar, maar ja, ,,dat gebeurt nu eenmaal in een recessie''. En in de jaren zeventig en tachtig was zo'n percentage nog een teken dat het goed ging. Nou dan. Bovendien, de inkomsten groeiden in het recessiejaar toch nog met 3,6 procent, en wonder boven wonder steeg de productiviteit het laatste kwartaal van vorig jaar met maar liefst 5,2 procent.

Ondanks het krampachtige vertoon van optimisme somt het blad ook op wat er allemaal mis kan gaan: verscherping van de crisis in het Midden-Oosten, stijging van olieprijzen, stijgende rente, consumenten die er de brui aan geven, dalende winsten, risico op deflatie, dreigende inflatie, het groeiende tekort op de lopende rekening, de sterke positie van de dollar, en overoptimisme op Wall Street. Maar wat volgens het blad nou het grootste gevaar is kom je als lezer niet te weten.

,,Prognoses maken is een onzeker vak'', meent Börse on Line, behalve als het over de Duitse conjunctuur gaat. Want zoals gewoonlijk blijft de groei in Duitsland achter bij die van de andere Europese landen. Ook de redenen daarvoor blijven dezelfde, vindt het blad: ,,De belastingen zijn te hoog, en de investeringen blijven achter omdat de lonen te veel verhoogd zijn.'' Dat de conjunctuur toch nog licht verbeterde is volgens het blad vooral te danken aan groei van de export.

,,De VS blijven de locomotief van de wereldeconomie.'' Daarom zal het volgens Wirtschaftswoche ook in euroland beter gaan met de economie, zij het dat ,,het herstel minder dynamisch zal uitpakken dan in de VS''.

Het blad besteedt verder veel aandacht aan het verschijnsel dat het steeds moeilijker wordt de jaarcijfers van een onderneming goed te beoordelen, omdat de ondernemingen de zaken consequent mooier voorstellen dan ze zijn. Het blad adviseert de lezers op kerncijfers te letten. Zo is een onderneming met een schuldenlast van meer dan 50 procent van de omzet niet te vertrouwen. Hetzelfde geldt voor een bedrijf dat voor goodwill een bedrag opvoert dat even groot is als het eigen kapitaal, of zelfs groter, zoals ,,bij France Telecom of Unilever, want goodwill vreet het eigen kapitaal aan''.

Het boeken van opties op aandelen is een kunst apart. Als bedrijven hun winst berekenen voor het invullen van de belastingpapieren, zo legt het Britse weekblad The Economist uit, boeken ze opties als kosten, omdat deze aftrekbaar zijn. Maar als ze de winst berekenen voor de aandeelhouder tellen opties plotseling niet als kosten. Als managers zo graag aandelen hebben in het bedrijf dat ze leiden, geef ze dan ook aandelen, concludeert het blad, en geen opties. Dan weet je zeker dat het management echt handelt in het belang van de aandeelhouders.