Aanjager van Spaanse successen

Op het gravel van zijn geliefde Barcelona zette de 31-jarige Sergi Bruguera vorige week een punt achter zijn carrière als proftennisser. De verloren partij in de tweede ronde tegen de Argentijn Guillermo Cañas bleek achteraf zijn laatste te zijn geweest. ,,Tennis was mijn leven, maar na vijftien jaar is het welletjes'', lichtte Bruguera zijn besluit toe.

De voor Spaanse begrippen lange Bruguera (1 meter 88) werd in 1988 proftennisser. Hij was de beste pupil van zijn vader Luís Bruguera, die de tennisschool Can Via in Barcelona runde. Een van de vele scholen in het tennisgekke Barcelona. Bruguera groeide van 1993 tot 1997 uit tot een van de beste graveltennissers ter wereld.

Bijzonder was de eenvoud van zijn spel. Hij tenniste op zijn geliefde gravel zoals de theorie dat voorschreef. De punten bouwde hij altijd met een dodelijke kalmte en precisie op. Topspinballen wisselde hij af met geplaatste dropshots. Bruguera was een meester in het afdwingen van fouten bij zijn tegenstander.

Vooral in de eerste zeven jaren van zijn loopbaan was Bruguera succesvol. Hij werd in Spanje al snel gezien als de opvolger van de legendarische Manuel Orantes. Zeker toen hij in 1993 als underdog in de finale van Roland Garros de Amerikaan Jim Courier in vijf sets wist te verslaan. Daarmee gaf hij de aanzet tot een spectaculaire opmars van Spaanse tennissers in het internationale circuit.

Bruguera beleefde de overwinning als een droom. Volkomen uitgeput liet hij zich na het laatste punt op het gemalen baksteen van Parijs vallen. ,,Hier heb ik mijn hele leven naar toe gewerkt'', sprak een emotionele Bruguera destijds. ,,Ik waan me in de hemel. Dit is de mooiste dag in mijn leven.''

De overwinning betekende naast een sportieve ook een mentale doorbraak voor de rechtshandige gravelspecialist. Voordat hij zijn eerste gramslamtitel binnenhaalde, bezweek de sensibele Spanjaard nog al eens onder de psychische druk. Zo ook in maart 1993 in de Davis-Cupontmoeting tegen Nederland. In de laatste en beslissende partij op het gravel van Vall d'Hebron in Barcelona moest de Catalaan het in een vijfsetter afleggen tegen Mark Koevermans. Het werd een dramatische nederlaag voor Spanje, dat in Bruguera de boeman zag.

Maar na zijn grandslamtitel een paar maanden later op Roland Garros groeide Bruguera alsnog uit tot nationale held. Zeker toen hij twaalf maanden daarna het kunststukje herhaalde door in de eindstrijd ditmaal te winnen van zijn landgenoot Alberto Berasategui. Bruguera was in augustus 1994 zelfs even de nummer drie van de wereld. Sindsdien ging het echter snel bergafwaarts met de blessuregevoelige tennisser.

In 1995 scheurde hij in Stuttgart de kruisbanden van zijn linkerknie, in december 1996 blesseerde de winnaar van olympisch zilver in Atlanta zich op een training in Marseille ernstig aan zijn rechterenkel. Velen schreven Bruguera toen af voor de top, maar de tennisser maakte een verrassend sterke comeback in 1997. Vrijwel uit het niets bereikte hij voor de derde keer de eindstrijd van Roland Garros. Daarin verloor hij echter in drie sets van de Braziliaanse nieuwkomer Gustavo Kuerten.

Bruguera maakte na zijn korte opleving een vrije val op de wereldranglijst. In 1998 kreeg hij last van een chronische schouderblessure die hem tien maanden buitenspel hield. In juli 1999 begon hij weer als 372ste van de wereld. In 2000 knokte de Catalaan zich weer knap terug in de tophonderd. Daar bleef het bij. Als buitenstaander moest hij toezien hoe Spanje in Barcelona de Davis-Cupfinale won.

Hij speelde nog ruim een jaar door in de marge van het internationale tennis en had dit jaar willen stoppen op Roland Garros. Maar omdat de Fransen hem geen uitnodiging willen geven voor het toernooi dat over vier weken begint, besloot hij dit weekeinde al een punt achter zijn carrière te zetten. Als nummer 145 van de wereld nam hij met veertien toernooizeges en twaalf miljoen dollar aan prijzengeld afscheid in de stad waar hij opgroeide.