Vrijlating Arafat bittere pil voor Sharon

Sharons aanval op Arafat is een blunder gebleken: voor de tweede keer in twintig jaar ontsnapt Arafat hem, en nog wel als held van de Arabische wereld.

Premier Ariel Sharons imago van de keiharde onbuigzame Israëlische leider heeft gisteren met de in wezen onvoorwaardelijke vrijlating van zijn Palestijnse vijand Yasser Arafat een gevoelige knauw gekregen.

Het moet voor Sharon een kwelling zijn geweest om Arafat voor de tweede maal in zijn lange jacht op hem door zijn vingers te moeten laten glippen. De eerste maal gebeurde dat tijdens de Libanese oorlog in 1982 toen Arafat eveneens door internationale interventie aan Sharons beleg in Beiroet ontsnapte en met zijn strijders op de boot naar Tunis stapte. Sharon was toen minister van Defensie.

Kort voor het grote Israëlische militaire offensief tegen wat Israël omschrijft als `de infrastructuur van de Palestijnse terreur' in de Palestijnse gebieden zei Sharon dat het hem speet dat Arafat indertijd niet werd gedood. Alhoewel Israëlische diplomaten ontkennen dat er achter de Israelische militaire campagne een persoonlijk vendetta van Sharon tegen Arafat steekt is het moeilijk aan de indruk te onttrekken dat dit element wel een rol speelt.

Duidelijk is nu wel dat Sharon, ditmaal in de rol van premier, veel te hoog greep toen hij op 29 maart het Israëlische leger opdracht gaf het hoofdkwartier van Arafat in Ramallah te omsingelen en gedeeltelijk te vernietigen. Als het Sharons opzet was Arafat klein te krijgen kan dit besluit niet anders dan zowel als een politieke als psychologische blunder worden gedefinieerd. Voordat Israëls helikopters, tanks en troepen de Palestijnse gebieden binnen vielen was de ster van Arafat onder de Palestijnen dalende. De vernederingen die Sharon voor Arafat in petto had hebben het prestige van de Palestijnse leider onder zijn volk in de Arabische wereld tot ongekend grote hoogte doen stijgen. De paradox van Sharons jacht op Arafat is dat de Israëlische premier van hem een held in de Arabische wereld en ver daarbuiten in de moslimwereld heeft gemaakt.

Ontdaan van iedere feitelijke macht maakt Arafat zich nu uit Sharons wurgende greep los als een bijna pan-Arabische leider wiens woord – zoals in Washington wordt gezegd – het Midden-Oosten in vuur en vlam kan zetten.

De keerzijde van de medaille is dat Sharon, zoals andere Israëlische leiders vóór hem, voor Amerikaanse druk zwicht als hij beseft dat grote Amerikaanse belangen op het spel staan.

Het zal de trotse Sharon wel pijn doen dat hij een knieval voor Bush en indirect ook voor Arafat heeft moeten maken. Sharon heeft echter ook getoond de grenzen van Israëls macht te kennen. Rest de vraag of hij president Bush volgende week een realistisch scenario kan voorleggen om met Arafat de weg van een politieke oplossing van het conflict op te gaan.