Specialist heeft geen tijd voor de dood

Behalve huisartsen krijgen ook medisch specialisten in ziekenhuizen regelmatig euthanasieverzoeken. Maar velen hebben onvoldoende kennis en tijd om ze juist af te handelen.

Twee jaar heeft Els Boekhorst gestreden tegen de kanker in haar slokdarm, maar vorige week wees een hersenscan uit dat de kanker is uitgezaaid in haar hoofd. Ze zocht met haar man Henk een plaatsje uit op de begraafplaats en zit nu met man en dochter bij internist-oncoloog Joep Douma in het Rijnstateziekenhuis in Arnhem. ,,Als ik niet meer zonder sonde kan eten'', zegt ze, ,,dan is het over en uit.'' Douma kijkt haar aan. ,,Ik moet je helpen met sterven, bedoel je?'', vraagt hij. ,,Ja, graag'', zegt Boekhorst. ,,Het moment nadert dat ik alleen nog mijn ziekte ben.'' Volgens Douma is chemotherapie zinloos en geeft bestraling hoogstens enig uitstel. Boekhorst: ,,Ik win er misschien een maandje mee, maar wat heb ik eraan? Van bestraling word ik hartstikke ziek.''

Op 1 april werd de euthanasiewet van kracht. Artsen die patiënten euthanaseren worden niet meer strafrechtelijk vervolgd, mits zij zich aan de regels houden. Een arts moet elk geval van euthanasie voorleggen aan een tweede, onafhankelijke arts. Die beoordeelt of het verzoek van de patiënt waarachtig, vrijwillig en duurzaam is en of sprake is van ondraaglijk, uitzichtloos lijden. Is dat volgens de tweede arts niet het geval, dan gaat de euthanasie vrijwel nooit door. Vijf regionale toetsingscommissies bekijken of gemelde euthanasiegevallen volgens de regels zijn uitgevoerd.

De regels gelden zowel voor huisartsen als voor specialisten in ziekenhuizen, die in 2000 278 van de ruim 2.100 gemelde gevallen voor hun rekening namen.

Volgens oncoloog Douma, ook lid van de toetsingscommissie Zuid-Nederland, beschikken de meeste specialisten echter over onvoldoende kennis en tijd om euthanasie naar behoren te laten verlopen. ,,Een specialist die als tweede arts wordt gevraagd, heeft al een overvol werkschema'', zegt Douma. ,,Daardoor kan hij er maar twintig, hooguit dertig minuten voor vrijmaken.'' Volgens Douma is voor een weloverwogen beslissing minstens twee uur nodig, en verscheidene bezoeken aan de patiënt. ,,Je moet doorpraten, zodat je een beeld krijgt wie je voor je hebt. Wat zijn angsten zijn, wat er mogelijk is aan palliatieve zorg.'' Uit tijdgebrek zou de tweede arts meestal ook het overleg met de huisarts overslaan, terwijl die de patiënt vaak veel langer kent. De Orde van Medisch Specialisten bevestigt dat specialisten consultaties in het algemeen ,,snel tussendoor doen''.

Van een werkelijk onafhankelijke second opinion is ook vaak geen sprake, zegt Douma. Weinig specialisten weten zoveel af van euthanasie dat zij als tweede arts kunnen worden gevraagd. Douma: ,,In het Rijnstate zijn dat vier van de 250 artsen. Een klein groepje mensen dus, dat elkaar goed kent. Dat beperkt de onafhankelijkheid.'' Hij kan als tweede arts aanwijzen wie hij wil, controle is er niet. Als ik zou willen, aldus Douma, zou ik een euthanasieverzoek dat wettelijk op of over het randje is, toch kunnen doorzetten. ,,Na jaren nauw samenwerken weet ik precies wie soepel is.''

Anesthesioloog Jan Willem Kallewaard, die vaak als tweede arts optreedt, maakte onlangs mee dat een specialist ,,die zelf al niet veel van euthanasie afweet'', als tweede arts iemand inzette ,,die nog nooit met euthanasie mee te maken had gehad''. Ook het kennisniveau van de eerste arts laat volgens hem soms te wensen over. Kallewaard: ,,Toen ik het afgelopen jaar een keer optrad als tweede arts, was mij na één minuut bij de patiënt al duidelijk dat het verzoek volkomen ongerechtvaardigd was''. De patiënt moest worden verteld dat zijn wens niet kon worden gehonoreerd, nadat zijn specialist al had gezegd akkoord te gaan.

Huisartsen kunnen een beroep doen op zogeheten SCEN-artsen, collega-huisartsen die speciale cursussen volgden om euthanasieverzoeken goed te kunnen beoordelen. Voor specialisten ontbreekt een dergelijke voorziening. Dat moet veranderen, vindt projectleider Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland (SCEN), Eric van Wijlick, die de afgelopen jaren de opleiding van SCEN-artsen coördineerde vanuit de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst. De KNMG heeft minister Borst (Volksgezondheid) onlangs verzocht om subsidie om in drie jaar ook 120 specialisten op te leiden tot SCEN-arts. Volgens de toetsingscommissies is de kwaliteit van euthanasering door huisartsen `opvallend' gestegen sinds de komst van SCEN-artsen.

Douma denkt dat een SCEN-arts ook hem kan behoeden voor ,,de fouten die elke arts, hoe zorgvuldig ook, kan maken.'' Daarnaast kan zo'n arts voorzien in de behoefte aan steun. ,,Euthanasie is aangrijpend. Soms wil ik graag napraten, met een arts die snapt waarover ik het heb.'' Zoals die keer dat hij een 28-jarige man euthanaseerde, in het bijzijn van diens achtjarige zoontje. ,,Dat gebeurde op nadrukkelijk verzoek van de man zelf en volgens onze psychologen kon het geen kwaad'', zegt Douma. ,,Maar het viel niet mee.''

SCEN-artsen zouden er mogelijk ook toe kunnen bijdragen dat artsen euthanasie vaker melden. Uit onderzoek in 1995 bleek dat vijftig tot zestig procent van het totaal aantal gevallen niet werd gemeld. De twee hoogleraren die dit onderzoek uitvoerden zijn onlangs weer een onderzoek gestart, waarin ook uitgebreid zal worden ingegaan op de motieven om euthanasie niet te melden. Dit onderzoek duurt naar verwachting nog enkele jaren.

Els Boekhorst, haar man en haar dochter hebben drie kwartier doorgepraat met Douma. ,,Moet je nog iets op papier hebben?'', vraagt Boekhorst. ,,Ik heb een officiële verklaring van je nodig'', antwoordt Douma. ,,Je moet precies definiëren wat ondraaglijk is, waar je grens ligt. In de jaren dat ik je ken, ben je steeds heel beslist geweest dat er een grens was. Maar het kan goed zijn dat die is opgeschoven.'' Els knikt. ,,Ik ben zo blij dat u me wilt helpen'', zegt ze. ,,Vijftien jaar geleden had mijn moeder ook zo graag eerder willen sterven. Ze kon niets meer. Ik heb haar dokter gesmeekt om pillen te geven, zodat het afgelopen was. Maar hij kon niets doen.''