Middenstand verlangt naar oude Nepal

Bijna dagelijks komen nieuwe berichten uit Nepal over doden bij gevechten tussen leger en maoïstische rebellen. De middenstand maakt zich vooral zorgen over het wegblijven van toeristen.

Sinds de noodtoestand in Nepal, die vorig jaar november inging en onlangs weer met een maand werd verlengd, mag geen stuk in de krant zonder dat het is voorgelegd aan het ministerie van Informatie. Vooral wanneer het om acties van het leger gaat, kan het voorkomen dat een ambtenaar een artikel simpelweg herschrijft. Nepalese journalisten nemen hierop wraak, door bijvoorbeeld te beginnen met: `De regeringswoordvoerder beweert dat maoïstische rebellen 12 politieagenten hebben gedood'.

Elke `bewering' moet dus op een goudschaaltje worden gewogen en elk bericht krijgt de status van gerucht. Kathmandu staat dan ook bekend als `de vallei der geruchten'.

Een van de sterkste geruchten, die vooral door de middenstanders in de stad wordt gedeeld, is dat de `maoïstische rebellen' eigenlijk helemaal niet bestaan.

Het verhaal gaat als volgt: de huidige koning Gyanendra, die gekroond werd na de moord op koning Birendra in juni vorig jaar, had al veel eerder banden met de `maoïsten' in de bergen.

Toen heette het dat Gyanendra met hen onderhandelde in naam van zijn broer, de toenmalige koning. Maar in werkelijkheid smeedde hij een even meesterlijk als snood plan, met als doel de twaalfjarige parlementaire democratie af te schaffen en alle macht weer aan de koning te geven. Deze koning zou de rebellen rijkelijk belonen, en hij zou geen Birendra heten, maar Gyanendra.

Daartoe moest koning Birendra eerst worden opgeruimd, evenals zijn natuurlijke opvolger, kroonprins Dipendra. Zulks gebeurde op 1 juni vorig jaar. Tijdens het familie-diner werd Dipendra dronken gevoerd en naar zijn kamer gebracht. Toen kwam iemand terug die enige gelijkenis had met Dipendra, maar die schietend binnenliep, zodat niemand het met zekerheid kan zeggen.

Koning en koningin en zeven direkte familieleden werden vermoord, en vervolgens ook Dipendra. Broer Gyanendra was niet in het paleis en zijn zoon en latere kroonprins Paras bleef op miraculeuze wijze ongedeerd.

Moeilijker dan de slachting was het om het publiek wijs te maken dat een dronken kroonprins tegelijk een scherpschutter was en honderden manschappen van de Nationale Garde te snel af kon zijn. Autopsie op de lijken werd niet gepleegd, de crematie vond plaats binnen 24 uur.

Twee weken later was er een dik rapport en een persconferentie, waarbij het hemd van Dipendra werd getoond zonder zichtbare druppels bloed en een woordvoerder het gebruikte geweer op de journalisten richtte en lachend `tat-tat-tat-tat' zei.

Gyanendra werd koning maar het doel: de afschaffing van de parlementaire democratie en de alleenheerschapij van de nieuwe koning, was nog niet bereikt. Hier komen de zogenaamde maoïstische rebellen in beeld. Hun strategie veranderde ineens van kleinschalige aanvallen met oude karabijnen, in perfect uitgevoerde aanslagen met moderne wapens en honderden doden.

Ook begonnen ze banken te beroven, elektriciteitsinstallaties op te blazen en leraren en ontwikkelingswerkers te terroriseren.

De democratische regering riep de hulp in van het koninklijke leger. De noodtoestand werd afgekondigd, vijfduizend burgers gearresteerd en de pers aan banden gelegd.

Bijkomend effect was echter dat toeristen wegbleven – en dat nu baart de middenstand van Kathmandu grote zorgen. Met welke winkelier, hoteleigenaar of organisator van bergtochten je ook praat, ze willen niets anders dan rust, zoals in het `oude' Nepal, van twaalf jaren geleden.

Hef de parlementaire democratie maar weer op en geef Gyanendra zijn zin, opdat vrede en toeristen weer komen, dat is de algemene stemming.

Of zoals een restauranthouder het zei: `De koning is een schurk, leve de koning'.