Mannenstuk met bloed en geweld

Karretjes wachten op hun vracht, in een hoek liggen oranje helmen en op de muur staat NO SMOKING: de theaterzaal is veranderd in een fabriekshal en het arbeidersdrama begint. Niet met het normale saaie werk maar met een leukere klus, een kidnap. De jonge Schot Gregory Burke laat in Gagarin Way het activisme herleven. Burke komt uit een streek die ooit door militante mijnwerkers werd bevolkt. Straten waren vernoemd naar Sovjet-Russische helden, naar Joeri Gagarin bijvoorbeeld, de koene kosmonaut, en op 1 mei wapperde overal de rode vlag. Maar de mijnen gingen dicht, zielloze baantjes in de high-tech-industrie kwamen ervoor in de plaats en het protest verstomde. Behalve bij Gregory Burke. Zijn personage Gary probeert uit heimwee naar opa's tijd de grote revolutionair uit te hangen. De ontvoering die hij op touw heeft gezet moet alle loonslaven wakkerschudden uit hun lethargie. Helaas loopt de actie anders dan hij had verwacht.

Want Gary is niet alleen. Het karwei voert hij samen met zijn collega-loonslaaf Eddie uit en Eddie ís al wakker. Eddie wil een kick, meteen en zo hevig mogelijk. Geweld is voor hem geen middel maar een doel op zich: het bevredigt zijn sadistische behoeftes. Dat botst met de bedachtzamere taakopvatting van zijn compagnon. Het zinvol bedoelde geweld ontaardt in gewoon geweld-zonder-reden en over zin en onzin van zingeving gaat het stuk van Burke.

Ook in de enscenering door het Nationale Toneel. Stefan de Walle speelt Gary en Dries Vanhegen speelt Eddie en beiden zijn ongelofelijk eloquent. Omdat ze als spreekbuizen van de schrijver fungeren, interesseren zij zich vooral voor het existentialisme, de leer die beweert dat ons bestaan absurd en toevallig is en geen enkele hogere zin heeft. Alleen al in dat gefilosofeer zit een absurdistisch gevoel voor humor, want het leidt tot niets hogers dan tot kleverige plassen bloed. Hilarisch is ook dat regisseur Johan Doesburg die conclusie enorm werkelijkheidsgetrouw weergeeft. Er komen knipmessen aan te pas en openbarstende plasticzakjes en zo pendelt zijn voorstelling tussen de abstracties van absurdisten als Sartre en Beckett en de concretiseringen van rauwe realisten à la Edward Bond en David Mamet.

Net als Mamet vraagt Doesburg zich af wat er met de mannen aan de hand is: zij en niet de vrouwen maken volgens hem de maatschappij kapot, en Doesburgs productie is een echt mannenstuk, met een bezetting van vier acteurs. De gekidnapte topmanager wordt subtiel vertolkt door Rudolf Lucieer en Bob Schwarze als de omgekochte portier zorgt, minder subtiel, voor extra bloed. En voor extra taal. Steeds gaat de opwinding van het geweld gepaard met een roes van woorden – vertaler Marcel Otten mixte het existentialistische en marxistische jargon met drieletterkreten van de straat en het resultaat is even violent als grillig.

Na een aantal zwakkere projecten (Waterlanders, Mystiek lichaam) bereikt Johan Doesburg nu weer het niveau van Decadence, Massage en 06: sociale ellende gecombineerd met verbale virtuositeit en heel veel spelplezier.

Voorstelling: Gagarin Way, door het Nationale Toneel. Gezien: 27/4 Guido de Moorzaal, Schouwburgstr. 8, Den Haag. Daar t/m 16/5. Inl 070-3181461 of www.nationaletoneel.nl.