`Maand van de filosofie' schiet doel voorbij

Vrijblijvend gezeur over levenskunst achter de dijken heeft niets met filosofie te maken. Wie de popularisering van de filosofie een warm hart toedraagt, zou zich verre van leut moeten houden, vindt Menno Lievers.

De filosoof wordt traditiegetrouw afgebeeld als een oude man met een baard die bij kaarslicht en omringd door boeken denkwerk verricht. Er wordt door sommige lieden hard gewerkt om dit beeld te veranderen. Aan de ene kant is dit terecht, want filosofie is onontkoombaar. We moeten nu eenmaal in het leven oordelen vellen die niet op onze zintuiglijke ervaring of op wetenschappelijk onderzoek zijn gebaseerd, maar op nadenken. Kundig populariseren van de filosofie kan ons doen beseffen dat we allemaal filosofen zijn, of we dat nu willen weten of niet.

Aan de andere kant zit er ook een negatieve zijde aan het omverwerpen van dat traditionele beeld. Die is dat de suggestie wordt gewekt dat filosofische inzichten makkelijk te verkrijgen zijn en niet het resultaat van jarenlang hard werken. Die manier van populariseren van de filosofie leidt tot vulgarisering van het vak.

Dit roept de vraag op hoe filosofie gepopulariseerd moet worden. Deze vraag is ook urgent voor andere vormen van cultuur, bijvoorbeeld minder toegankelijke literatuur of beeldende kunst. Nu zou men de urgentie van de vraag op twee manieren kunnen negeren. Men zou, ten eerste, kunnen hopen op een periode waarin moeilijke filosofie en literatuur massaal geherwaardeerd wordt. Ten tweede zou men zich kunnen terugtrekken in een kleine culturele elite, voor wie de intrinsieke waarde van filosofie en kunst de leidraad vormt en maatschappelijke waardering irrelevant is.

Massale herwaardering van Kant of Wittgenstein is ondenkbaar, dus de filosoof kan de urgentie van de vraag niet op de eerste manier ontkennen. Anders ligt het met de tweede mogelijkheid. Veel filosofen hebben zich teruggetrokken op de universiteit en concentreren zich op het verrichten van zo goed mogelijk onderzoek en het verzorgen van zo goed mogelijk onderwijs. Wat goede filosofie is wordt niet bepaald door maatschappelijke relevantie.

Deze houding is kenmerkend voor veel academische filosofen in Nederland en is op zichzelf te respecteren. Maar zij kent ook nadelen. Heel algemeen gesteld: wanneer men de weg naar de universitaire filosofie niet kent, zal er van de aanwezige filosofische expertise ook geen gebruik worden gemaakt. En als het waar is dat ieder mens filosoof is, dan wordt de bijdrage van deskundige filosofen ook door iedereen gemist. In de maatschappelijke behoefte aan het bespreken van filosofische vragen wordt dan voorzien door zwamneuzen. Dat is een groot nadeel van deze in zichzelf gekeerde opstelling van hedendaagse filosofen.

Popularisering is dus gewenst. We zijn terug bij de vraag naar hoe dat dan moet. De organisatoren van de `Maand van de filosofie' hebben gemeend dat filosofie aan de man gebracht moet worden door haar `leuk' te maken. Dus we krijgen een filosofische disco, een nacht van de filosofie, waar volgens een beschrijving op de web-site, ,,zelfs op de w.c. filosofie werd bedreven''. `Levenskunst' blijkt opeens een belangrijk filosofisch vraagstuk te zijn, alsof filosofen een soort humanistische dominees zijn. Zoals de negentiende-eeuwse filosoof Bradley schreef: ,,If to show theoretical interest in morality and religion is taken as setting oneself up as a teacher or preacher, I would rather leave those subjects to whoever feels that such a character suits him.''

Waarschijnlijk heeft niemand in die deinende, dansende menigte ooit van Bradley gehoord. Daar hangt een sfeer van `Hé die Wittgenstein, die is ook best toch wel tof, best wel heel diep.' Het resultaat is dat mensen die serieus geïnteresseerd zijn zich afwenden van deze onbenulligheid die zich presenteert als filosofie. Het gevolg is ook dat academisch-filosofen, wanneer het woord `populariseren' valt, als de weerlicht de deur op de knip doen en de gordijnen sluiten.

Zoals filosofie in deze maand door de gelijknamige stichting wordt gepopulariseerd moet het dus niet. Filosofie is helemaal niet `leuk'. Filosofie in Nederland is niet vrijblijvend gezeur over levenskunst achter dijken.

Hoe dan? Filosofen zouden hun onderzoek toegankelijk kunnen maken voor een breed publiek zonder concessies te doen aan hun wetenschappelijk niveau of integriteit. Uitgeverijen zouden selectiever moeten zijn bij hun keuze van auteurs en manuscripten van filosofen ook eens kunnen redigeren. De stichting `Maand van de filosofie' zou de filosofie eens ter harte kunnen nemen en niet de leut.

Menno Lievers is filosoof.