Een volksheld met de souplesse van een tank

,,Veel vijanden hebben is een erezaak voor een man'', zei Aleksandr Lebed in 1994. En vijanden maakte Lebed overal waar hij neerstreek: in Tiraspol, in Moskou, in Krasnojarsk. Het Kremlin bleef buiten zijn bereik, want hij was een volksheld met de souplesse van een tank. Maar Rusland zal zijn verwoestende one-liners en zijn stem-als-een-aardbeving missen. ,,Een buitengewoon, sterk en dapper man, een echte soldaat, die zijn leven wijdde aan zijn moederland'', aldus president Poetin gisteren.

Gistermorgen vloog zijn Mi-8 helikopter met negentien inzittenden in slecht weer tegen een hoogspanningskabel. De 52-jarige Aleksander Lebed, sinds 1998 gouverneur van de Siberische provincie Krasnojarsk, stierf op weg naar het ziekenhuis. Sabotage, opperde Doemalid Aleksej Arbatov. Maar ook mannen als Lebed kunnen sterven door ,,absurd toeval'', zoals zijn broer Aleksej gisteren zei.

Aleksandr Ivanovitsj Lebed werd in 1950 geboren te Novotsjerkassk, hoofdstad van de Donkozakken. Hij doorliep de standaardjeugd van post-communistische leiders, vol straatgevechten. In 1969 werd Lebed toegelaten tot het college van paratroopers in Rjazan. Als bataljonscommandant diende hij in 1981-1982 verdienstelijk in Afghanistan. Die ervaring maakte hem later afkerig van de inval in Tsjetsjenië. Terreur tegen burgers, aldus Lebed, kweekt een onoverwinnelijke vijand.

In 1985 voltooide hij de Froenze-militaire academie, kweekschool van de militaire top van de Sovjet-Unie, om in de Kaukasus getuige te zijn van de volgende stap in de desintegratie. Als commandant van een paratroopers-divisie speelde hij een rol in de bloedige onderdrukking van nationalistische onlusten in Tbilisi en Baku. Hij leerde daar politici wantrouwen die het leger inzetten als ordepolitie om daarna bij het voorspelbare bloedbad hun handen in onschuld te wassen.

Die ervaring kwam hem in augustus 1991 van pas. Opnieuw werd Lebed met zijn paratroopers een stad ingestuurd, en ditmaal was het Moskou. Communistische hardliners hadden Gorbatsjov opgesloten in zijn vakantiehuis op de Krim en de staat van beleg uitgeroepen. Lebed kreeg het bevel naar het Witte Huis op te rukken, waar de Russische president Jeltsin zich had verschanst. Wat er daarna precies gebeurde, is niet helemaal duidelijk. Lebed zei later dat zijn superieuren hem nooit een duidelijk bevel gaven de aanval te openen. Mogelijk hoopte men dat hij dat op eigen houtje zou doen, waarna men zich van hem kon distantiëren. Maar Lebed stelde zich neutraal op, wat neerkwam op Jeltsin steunen.

De coup bracht hem in aanvaring met zijn superieur, minister van Defensie Pavel Gratsjov, die schipperde tussen Jeltsin en de coupplegers. Gratsjov beloonde Lebed met een tweede ster en een merkwaardige promotie. De paratrooper werd commandant van het veertiende leger dan de nationalisten van de voormalige Sovjet-republiek Moldavië en de Russische minderheid in het afgescheiden Transnistrië uit elkaar mocht houden. Mogelijk hoopte Gratsjov dat Lebed zich daar zou blameren, maar het tegendeel gebeurde. Lebed sloeg een Moldavische aanval af, waarna de strijdende partijen zich ingroeven aan weerszijden van de Dnjestr. Zeker, hij had partij gekozen tegen de Moldaviërs, erkende Lebed. Het alternatief was een burgeroorlog.

Lebed was nu een volksheld. Waar hij kwam zonken vrouwen op de knieën en probeerden bejaarden zijn laarzen te kussen. De pers stelde hij zelden teleur. Steeds vaker deed de generaal politieke uitspraken: tegen de corrupte leiders van Transnistrië en het Russische leger, tegen de oorlog in Tsjetsjenië: Lebed verklaarde met plezier een bataljon zonen en kleinzonen van Moskouse politici naar het slagveld te leiden. De legertop probeerde hem in augustus 1994 naar het verre Tadzjikistan over te plaatsen. Zijn ondergeschikten mobiliseerden daarop zijn troepen, en Jeltsin floot zijn minister van Defensie terug. Maar toen hij zich een jaar later aan muiterij schuldig maakte door een corrupte onderminister de toegang tot zijn basis te weigeren, was zijn lot bezegeld. Lebed moest zijn ontslag indienen.

Zijn toekomst lag in de politiek. Hij richtte de partij `Eer en Moederland' op en sloot zich aan bij de nationalistische `Beweging van Russische gemeenschappen'. Toela, hoofdstad van de paratroopers, koos hem in de Doema. In de eerste ronde van de presidentsverkiezingen eindigde hij even later met 15 procent van de stemmen verrassend als derde. Zijn politieke platform was eenvoudig: tegen corruptie en de misdaad, voor een sterke staat en een sterk leger.

Nadat hij stemmen had weggesnoept bij de communisten, benoemde Jeltsin hem tot zijn zijn veiligheidsadviseur. Daarna kreeg hij het probleem-Tsjetsjenië op te lossen. Zoals Gratsjov voor hem, hoopte Jeltsin Lebed af te branden met een mission impossible.

Opnieuw verbaasde Lebed vriend en vijand: hij sloot vrede met de rebellen en trok de Russische troepen terug. Verraad, riepen zijn vijanden in Moskou. Jeltsin, in de lappenmand na een zware hartaanval, wilde niet met hem praten. Lebed raakte in gevecht met Jeltsins entourage. Hij trok aan het korste eind: in oktober tekende Jeltsin op televisie zijn ontslag. ,,In 2000 ben ik president'', zei Lebed.

Daarna was het lang stil rond Lebed, tot hij zich in 1998 kandidaat stelde voor het gouverneurschap van Krasnojarsk, voorronde voor de presidentsverkiezingen van 2000. Lebed won, en daarmee begon zijn ondergang. Het Kremlin ontworstelde hem de staatsbedrijven die de financiële basis voor zijn campagne moesten vormen. Lebed raakte verstrikt in een strijd op leven en dood met de mafiose aluminiummagnaat Anatoli Bykov.

Begin 1999 moest een murw geslagen Lebed steun zoeken bij de toenmalige premier Primakov. Die sloopte het imperium van Bykov. Lebed zag in ruil af van een kandidatuur voor het presidentschap.

Toen ik Lebed anderhalve maand geleden interviewde, oogde hij melancholiek. Zojuist had hij zijn twaalf incompente plaatsvervangers ontslagen. In zijn budget gaapte een gat van 10 miljard roebel. Hij was op voet van oorlog met zijn lokale Doema en met de lokale zakenelite. Zijn herverkiezing leek allerminst zeker. Vond Lebed het besturen nog leuk? Hij wees op een brug die hij had onlangs laten bouwen. Een bouwvakker doet een jaar over een gebouw dat een mineur in een uur opblaast, zei Lebed. Maar wie bouwt, die wint. Over het Kremlin, over Afghanistan of over Tsjetsjenië wilde hij weinig zeggen. Lebed was getemd, zijn toekomst lag achter hem. Maar Rusland had nog veel plezier beleefd aan Lebed de commentator.