Een belangenbehartiger, geen onderwijsvernieuwer

De buitenwereld kent hem als stakingsleider. Maar meer nog was Jacques Tichelaar, scheidend leider van de Algemene Onderwijsbond en toekomstig PvdA-Kamerlid, een compromissenbouwer. Het debat schoot er daarom bij in.

In de Brabanthallen In Den Bosch deint een zee van oranje petjes op en neer op de melodie van de carnavalskraker `Zak eens lekker door'. Duizenden leraren zingen de parodie: ,,Zet vandaag eens door, meer loon voor ons werk.' Op het podium staat de voorzitter van de Algemene Onderwijsbond, Jacques Tichelaar. Hij brult met Friese tongval in de microfoon: `Wij willen póén, voor wat we doen'.

Januari 1999. De onderwijsbonden hebben een massale estafettestaking georganiseerd, duizenden leraren leggen het werk neer. Op zulke dagen is de stevige kop van Tichelaar avond aan avond op de verschillende journaals. Druk gebarend legt hij uit dat `de pijlers van onze kennissamenleving' worden verwaarloosd door de `schraalhansen uit Den Haag'. Er moet gewoon meer geld bij.

Tijdens de stakingen was hij op zijn best, zegt Onno Bosma, oud-hoofdredacteur van het Onderwijsblad, het maandblad van de Algemene Onderwijsbond (AOb). ,,Het is eigenlijk een onopvallende man, maar als hij voor actievoerende leraren staat, heeft hij opeens charisma.' Tichelaar, zegt Bosma, verwoordt in korte krachtige zinnen het ongenoegen van de leraren, zonder in details te verdwalen.

Jacques Tichelaar (49) is al jarenlang het gezicht van stakingen en acties in het onderwijs. In de jaren negentig, de jaren van harde bezuinigingen onder de PvdA-minister Ritzen en `onvoldoende' herstel onder zijn opvolger Hermans. Maar ook al aan het einde van de jaren zeventig, toen hij bondsvoorzitter was in het district Friesland, maakte hij furore als stakingsleider. Hij had iets Jaap-van-der-Schreur-achtigs. Hij kon goed mobiliseren en organiseren. Dat was een belangrijke reden waarom hij later in het hoofdbestuur werd gekozen.

Intern ging hij echter conflicten uit de weg. Bosma: ,,Hij zag de stakingen als handwerk, het hoorde erbij. Hij ging niet in zijn eigen volksmennerij geloven.' Achter de schermen was Tichelaar een voorzitter van compromissen, zowel in de bond zélf als in onderhandelingen met politici. Je moet geven en nemen, vond hij. Haagse `netwerken' waren belangrijk, ideeën moesten `draagvlak' krijgen. Tineke Netelenbos (PvdA), staatssecretaris van Onderwijs van 1994 tot 1998: ,,Hij wilde bij onderhandelingen altijd de consensus bewaren. Hij is een meester in het polderen.' Met Netelenbos praatte hij bij een gebakje over de invoering van het studiehuis.

In mei vertrekt Tichelaar bij de bond. Hij staat op de 25e plek op de kandidatenlijst van de PvdA waarvan hij al jaren lid is voor de komende Kamerverkiezingen. Hij is dan acht jaar voorzitter geweest en dertien jaar bestuurslid van de AOb en diens voorganger, de Algemene Bond voor Onderwijzend Personeel (ABOP). In aantallen gaat het goed met de AOb, die is aangesloten bij het FNV. Met bijna 73.000 leden is de AOb veruit de grootste onderwijsbond.

Onder Tichelaar is de vakbond veranderd van een sociaal-democratische, `rode' bond tot een pragmatische belangenbehartiger. ,,Ik wilde af van de strijdcultuur', zegt Tichelaar in zijn keurige, witte bungalow in het Friese Oranjewoud. ,,Ik wilde geen actie meer als vakbondsritueel. Alleen het resultaat telt.' André Dumont, internationaal secretaris van de AOb: ,,Jacques is meer een belangenbehartiger pur sang dan een onderwijsvernieuwer.'

Een gevolg was dat de bond steeds minder een rol speelde in het maatschappelijke debat over de toekomst van het onderwijs. Hoewel hij bij zijn aantreden als voorzitter in 1994 zei dat ,,het de verantwoordelijkheid van het bestuur is de vereniging te verleiden tot het maken van keuzes', werden die juist steeds minder gemaakt. Bosma: ,,De AOb heeft onder het voorzitterschap van Tichelaar geen scherpe, duidelijke standpunten meer gehad, terwijl er veel vernieuwingen in het onderwijs zijn gekomen.' Jan Erdtsieck, oud-bondsbestuurder en oud-rector: ,,Ik kan me niet herinneren dat ik ooit ben uitgenodigd voor een discussie over de basisvorming, de Tweede Fase of over het weer-samen-naar-schoolbeleid.'

Jacques (spreek uit: Sjaak) Tichelaar groeide op in een onopvallend middenstandsgezin in Heerenveen. ,,Hij is beschermd opgevoed', zegt Jan Oenema, die bij hem op de lagere school zat. Tichelaars vader had een schildersbedrijf. Zijn Indonesische moeder, één van de weinige kleurlingen in Heerenveen, leerde Jacques en zijn zus Simone vooral `gewoon' te doen. Oenema: ,,Hij leerde al jong dat hij een heer moest zijn.'

Jacques had organisatietalent en overtuigingskracht en aarzelde niet die aan te wenden als dat nodig was. Toen in de brugklas van de HBS bleek dat de wc's stonken en de riolering open lag, organiseerde hij met de vriend van zijn zus een scholierenstaking. Een dag later lag de school plat en liepen de leerlingen in optocht door de stad. De school kreeg toestemming voor nieuwbouw.

Hij had toen al graag de leiding, zegt zijn vijf jaar oudere zus Simone. ,,Wat hij ook organiseert een dagje uit, een buitenlandse vakantie of een staking hij heeft van het begin tot het einde een draaiboek in zijn hoofd. Hij houdt overal rekening mee.' Een onvoorziene wending kan hem helemaal van zijn stuk brengen. Zoals bij de staking in Den Bosch in 1999, waarbij een paar honderd leraren oprukten naar de school waar Hermans op bezoek was en woedend de hekken omverduwden. ,,Als dit uit de hand loopt zijn we alle goodwill in één keer kwijt', riep een trillende Tichelaar door de politiemegafoon. ,,Daar was hij maanden later nog ondersteboven van', zegt zijn zus. Nog steeds schudt hij ongelovig zijn hoofd als die actie ter sprake komt: ,,Je had die agressie in de ógen van de leraren moeten zien.'

Tichelaar ging na school naar de Pedagogische Akademie. ,,Het was geen roeping, ik was uitgeloot voor een studie geschiedenis.' In 1976 werd hij leraar op de Rooms-Katholieke Meisjesschool in Joure. Een loodzware klus, zegt Tichelaar over die tijd. ,,Ik was nauwelijks ouder dan zij en moest schreeuwen om de aandacht vast te houden. Maar daar heb ik het vak geleerd.'

Een jaar later volgde de openbare lagere Aebingaschool in Leeuwarden, een achterstandsschool waar hij na twee dagen adjunct-directeur was. Tichelaar: ,,Alle sociale problemen balden zich daar samen: drugs, mishandeling, prostitutie. Broertjes die met zusjes naar bed gingen. Ik moest een grote mond opzetten tegenover ouders die me bedreigden.' Veel collega's waren lid van de ABOP; Tichelaar werd ook lid. Hij wilde meer aandacht voor de kinderen op zijn school. ,,Ik wilde met ze naar de Waddenzee, maar kreeg van de gemeente geen geld om een bus te huren.'

Tichelaar heeft aan zijn jaren op de Aebingaschool een intense afkeer overgehouden aan segregatie in het onderwijs en heeft dat ook altijd uitgedragen. Hij was later fel tegen door ouders bekostigd privé-onderwijs en vond dat er maxima gesteld moesten worden aan ouderbijdragen.

Hij vond het gezellig bij de bond, die de pretentieloze sfeer van een bingoclub ademde. Hij werd actief voor het district Friesland, werkte zich op en werd in 1989 fulltime lid van het hoofdbestuur in Utrecht.

Al snel na Tichelaars start als bestuurder kregen hij en voorzitter Ella Vogelaar een hevig conflict met de leden. Vogelaar had elf prominente onderwijskundigen gevraagd hun visie op de toekomst van het onderwijs te geven. Het resultaat was de nota `De bedrijvige school'. Zij deden aanbevelingen om het onderwijs te moderniseren. Dat zou betekenen dat leraren zich zouden moeten laten bijscholen, onderling in beloning konden verschillen en 38 uur per week beschikbaar moesten zijn. ,,Het waren uit Amerika overgewaaide ideeën', zegt oud-bestuurder Erdtsieck. ,,Ella bracht het met veel schwung. Het sloeg alleen niet aan.'

Sterker, het sloeg in als een bom, zegt Vogelaar. ,,De bond stond op zijn kop.' Op de algemene ledenvergadering moesten Vogelaar en Tichelaar zich voor een zaal woedende leden verantwoorden. Het ene na het andere afkeurende amendement werd ingediend. Tichelaar moest vier uur praten voordat hij de leden had overgehaald in ieder geval het debat aan te gaan. Het boekje verdween in een la als een `interessant discussiestuk'.

Tichelaar heeft zulke confrontaties met de leden verder vermeden, hoewel hij regelmatig van mening verschilde met zijn achterban. Vogelaar: ,,Maar dan zorgde hij er voor dat hij uiteindelijk wél voldoende steun had.' Jacques is een consensuszoeker, geen ruziezoeker, zegt ook zijn zus Simone. ,,Door te praten en een beetje te masseren, probeert hij de ander te overtuigen bij een conflict. Hij zegt het nooit rechtstreeks als iets hem dwars zit, maar doet dat tussen de regels door.'

Tichelaar staat onder de machtige kaderleden bekend als een slimme prater en vergadertijger, maar niet als intellectueel. Tot veler verbazing kreeg hij in maart van dit jaar een eredoctoraat van de Britse Kingston University, als dank voor `zijn inzet voor het onderwijspersoneel en de kwaliteit van het onderwijs in Nederland'. Bosma `lachte zich gek' om een foto van Tichelaar in toga in het Onderwijsblad. ,,Ik vond het barok. Een eredocotoraat verbind je met een wetenschappelijke uitstraling, die heeft hij niet.' André Dumont: ,,Een volstrekt willekeurig eerbetoon. Maar hij was gecharmeerd, toonde een kinderlijk genoegen.'

In 1994 volgde hij Ella Vogelaar, die naar de FNV ging, op als voorzitter. De bond was te klein, vond Tichelaar. Hij zette de door Vogelaar voorbereide fusie tussen de linkse ABOP en het liberale Nederlands Genootschap van Leraren (NGL) door. Het NGL was een vakbond met achterban van `schaal 12-leraren'. Vogelaar: ,,De slobbertruien van de ABOP moesten samen met de nette dasjes van het NGL, daar was veel verzet tegen onder de leden.' Na de fusie veranderde de naam in AOb.

Tichelaar omarmde als voorzitter liberaal èn sociaal. Bosma: ,,Hij was een typisch paarse bestuurder, hij verenigde twee uitersten in zich. Daarin zit gelijk het bezwaar van zijn voorzitterschap; het beeld van de AOb als bond met toonaangevende onderwijsvisie vervaagde.' Ook in contacten met politici vermeed hij de confrontatie. Het leverde hem jaren geleden intern al het verwijt op dat hij teveel `bij Jo en Tineke op schoot' zat. Zo steunde hij, tegen de zin van de leden, een plan van minister Hermans om onbevoegde leraren voor de klas te zetten. ,,Niet dat ik dat zo graag wilde, maar omdat ik wel moest. Alleen maar meer geld vragen heeft geen zin. Je moet ook meedenken om het vak professioneler te maken', zo verdedigde hij zich.

Hij pleitte ook voor het afschaffen van de traditionele salarisschalen en het invoeren van functioneringsgesprekken op school. Sinds kort heeft de AOb zelfs de centrale cao afgezworen en worden schoolbesturen gestimuleerd om zelf, decentraal, cao's af te sluiten. Onlangs hadden de scholen aangesloten bij Ons Middelbaar Onderwijs in Brabant de primeur. Jan Erdtsieck: ,,Jacques past zich in de politiek aan de heersende mode aan.'

Als lobbyist had Tichelaar het soms moeilijk. Enerzijds boekte hij succes door de basis te helpen leggen voor het vorig jaar gesloten onderwijsakkoord tussen de onderwijsbonden en kabinet. Scholen zouden meer vrijheid krijgen in hun personeels- en managementbeleid, beloofde minister Hermans, die eensgezind naast de bondsbestuurders zat.

Anderzijds deed Tichelaar door zijn neiging tot `meedenken' met politici soms beloftes die hij onmogelijk waar kon maken. Zo herinnert VVD-Kamerlid Clemens Cornielje zich hoe hij vlak voor een Kamerdebat over de invoering van het studiehuis gebeld werd. ,,Tichelaar zei: `Je moet voor stemmen. De leraren zijn toe aan een andere manier van lesgeven'.' Maar tijdens het debat rolde er een fax binnen van de AOb, waarin zij de Kamer opriepen een beslissing uit te stellen. ,,Het tekent de wankelmoedigheid van Tichelaar', zegt Cornielje. ,,Hij loopt vaak voor zijn achterban uit; die is nog veel conservatiever dan hij.'

Tichelaar is vaak teruggefloten door de `lemen laag' in de bond, ofwel de machtige kaderleden. Cornielje: ,,Als de politiek écht wilde praten over modernisering van het onderwijs, zag de AOb dat als een bedreiging.' Tichelaar zelf zegt: ,,Ik heb me vaak eenzaam gevoeld als voorzitter.'.

In de politiek krijgt hij meer ruimte, hoopt hij. Als toekomstig Tweede-Kamerlid zal Tichelaar, hoopt hij, over andere terreinen het woord krijgen, zoals ruimtelijke ordening. ,,Daar is een sterke fractiediscipline, zodat je de volle steun krijgt en je woorden niet steeds op een goudschaaltje gaan.'

Gerectificeerd

In het artikel staat dat de vrouw van Jacques Tichelaar twee zoons uit haar eerste huwelijk heeft. Dit is onjuist, ze heeft twee dochters uit haar eerste huwelijk.