Boekhouder vergeet zijn opties niet

Winststuring en optieregelingen zorgen in de VS voor veel discussie. In Nederland ontbreekt het debat nog. Een recent proefschrift kan daar verandering in brengen. Wel of geen opties zorgen voor een `significant verschil'.

Amerikaanse topmannen uit het bedrijfsleven staan samen met hun opties zwaar ter discussie. Niet zozeer door de hoge bedragen, hoewel de bestuursvoorzitter van Oracle, Lawrence Ellison, vorig jaar meer dan 700 miljoen dollar met zijn opties verdiende. Meer kritiek kreeg de manier waarop. Na de winstwaarschuwing van concurrent Microsoft verklaarde Ellison dat met de markt niets mis was, maar met Microsofts producten des te meer. Vijf weken nadat hij zijn opties had verzilverd kwam Oracle toch met een winstwaarschuwing, waarna de koers van Oracle duikelde.

Niet alleen nieuws kan worden gestuurd, met de winstcijfers is hetzelfde mogelijk. Kopieerfabrikant Xerox presenteerde tussen 1997 en 2000 een te hoge winst omdat de verdiensten uit de leasing te vroeg in de boeken werden verwerkt.

Dankzij deze methode kon Xerox aan de verwachtingen van de markt voldoen, waardoor de koers op peil bleef en de top op tijd kon incasseren. Inmiddels is het bedrijf een boete opgelegd.

Dergelijke boekhoudkundige machinaties hebben zich in Nederland niet voorgedaan, hoewel automatiseerder Baan ooit tegen de lamp liep toen de software die aan een gelieerd bedrijf was geleverd alvast als omzet werd geboekt.

Het `sturen' van de winst is ook hier geen uitzondering. Op zich is dat niet verwerpelijk, sterker nog: een bedrijf moet bij een winstberekening beslissingen nemen die de hoogte van het resultaat beïnvloeden. Wanneer bijvoorbeeld geld opzij wordt gezet voor een reorganisatie in het volgende jaar zorgt dat eerst voor een lagere, maar later voor een hogere winst. En wanneer bij een acquisitie een overnamepremie (goodwill) wordt betaald, kan dit bedrag van het vermogen worden afgeboekt of geactiveerd en vervolgens over een aantal jaar van het resultaat worden afgeboekt. De eerste methode is voor de winst veel vriendelijker.

In zijn proefschrift Flexibility in financial accounting laat J. van Rooijen zien dat winststuring binnen de flexibele Nederlandse boekhoudregels onvermijdelijk is, maar dat het liberale gehalte is toegenomen, naarmate managers in Nederland vaker opties bezitten. En dus persoonlijk gebaat zijn bij mooie cijfers. ,,Uit de analyse van de jaarverslagen van zestig bedrijven uit de afgelopen tien jaar is een significant verschil te zien tussen ondernemingen die wel of (nog) geen opties verstrekken.'

In grafiekjes laat Van Rooijen zien hoe groot het verschil is tussen de winst die maximaal getoond kan worden en de winst die minimaal uit de bus rolt. Bij Heineken, waar het management geen opties heeft, gaat de winstontwikkeling met horten en stoten, terwijl de winst van Ahold een veel vloeiender lijn laat zien. Door de vele overnames – en de daarbij behorende noodzakelijke afboeking van goodwill – kon het supermarktenconcern (zie grafiek) zowel een fors verlies als een riante winst noteren. ,,Ik schat dat Ahold bij de winstberekening 80 procent benut van wat er kan, terwijl dat bij Heineken wellicht 50 procent is. Maar het is natuurlijk volstrekt logisch dat Ahold ervoor kiest om winst te rapporteren.'

Van Rooijen onthoudt zich van een waarde-oordeel over winststuring, alleen al omdat talloze beslissingen onvermijdelijk gevolgen hebben voor de hoogte van de winst. Onlangs bleek het handelsbedrijf Buhrmann de afschrijvingstermijn van enkele bedrijfspanden te hebben verlengd, hetgeen een meevaller voor de winst opleverde en een vijfde winstwaarschuwing in 2001 kon worden voorkomen. ,,De nieuwe taxatie van de panden zal zonder twijfel kloppen, maar het ogenblik is natuurlijk wel opvallend', zo stelt Van Rooijen.

Ook bij de grote schommelingen in de winst tijdens de wisseling van een topman drukt Van Rooijen zich gematigd uit. ,,De nieuwe man neemt vaak een Big Bath, waarbij zoveel mogelijk kosten in één keer worden genomen. Bij Philips speelt dat bijvoorbeeld heel vaak. Bij de opvolging van Andrew Land bij Hagemeyer was dat ook het geval. Maar gaat het dan om winststuring of om een gezonde correctie van een te ambitieuze voorganger? En verder moet je je altijd afvragen wie er slechter wordt van het sturen van de winst.'

Binnen de Nederlandse boekhoudregels onderscheidt Van Rooijen maar liefst 85 verslagleggingsalternatieven. Van dat aantal heeft hij er vijftien uitgelicht en verder bestudeerd. Hij onthoudt zich in zijn proefschrift van een waardeoordeel, alleen al omdat moeilijk te bewijzen is dat de winst positief wordt gestuurd met het oog op de opties. ,,Het kan bijvoorbeeld te maken hebben met overeenkomsten met banken: wanneer bepaalde doelstellingen niet worden gehaald, kan lenen duurder worden'.

Wel pleit Van Rooijen, die zelf financieel directeur is bij een technologiebedrijf, voor strenger toezicht in Nederland. Afgezien van de eigen accountant ontbreekt elk serieus toezicht op de boekhoudmethodes. ,,Het is natuurlijk uiterst merkwaardig dat er in Nederland geen serieus toezicht bestaat terwijl er veel mogelijkheden zijn om de winst te sturen en er bovendien discussie is over de rol van de accountant omdat zij meerdere petten op hebben, als controleur en als goed betaalde adviseur.'