Antiglobalisten zoeken vergeefs strategie

De Nederlandse antiglobalisten zijn minder zichtbaar dan hun buitenlandse collega's. In Amsterdam kwamen ze zaterdag samen om een strategie te bepalen. Over massademonstraties versus meedoen met het poldermodel.

Onder de rook van het World Trade Centre en om de hoek van het hoofdkantoor van ABN Amro kwamen zaterdag wellicht de honderd grootste criticasters van dit soort instellingen samen. De zogenoemde anti- of andersglobalisten bespraken hun strategie en wisselden van gedachten, en dat bleek ingewikkelder dan de oproepposter deed vermoeden.

Want moet een overtuigd anarchist zich overgeven aan het Nederlandse poldermodel en rond de tafel gaan zitten met overheden? En gaat het organiseren van een massademonstratie niet voorbij aan wat de antiglobaliseringsbeweging is, namelijk een beweging van honderden bewegingen die allemaal op hun eigen manier pleiten voor een betere, minder op kapitaal georiënteerde wereld?

Dat de Nederlandse beweging der bewegingen nog in de pubertijd zit, bleek wel uit het forum. Want wie is antiglobalist en wie niet? Non-gouvernementele organisaties en vakbonden horen daar, net als anarchisten en actievoerders, in het buitenland bij. Novib-woordvoerster Joyce Kortland werd echter verbaal aangevallen over de manier waarop haar organisatie actie voert en kon niet duidelijk maken dat het moeilijk is de Novib-achterban te mobiliseren voor een actie tegen bijvoorbeeld de Wereldbank. FNV'er Frans Weymer vond dat de vakbond en de rest ,,zelfs geen lat-relatie hebben'. ,,We zijn als zure haring met slagroom.'

Hem werd verweten ,,lid te zijn van een politieke partij die haar maatschappelijk geweten in de jaren tachtig heeft laten liggen'. Dat beaamde Weymer vervolgens, maar of de FNV nu wel of niet mag meedenken, praten of demonstreren, bleef onduidelijk.

Dat het niet wil vlotten met de opbouw van de antiglobaliseringsbeweging in Nederland, bleek ook uit de debatten over strategiebepaling.

Alle aanwezigen beseften dat er `iets' moet gebeuren. Tegenover rechts en Fortuyn moet een links geluid komen en meer mensen moeten kennis kunnen nemen van de internationale alternatieven voor economische globalisering en `kapitaalverering'.

Kees Hudig van de organisatie XminY pleitte voor kleine stapjes door kleine groepjes mensen. De enorme massademonstraties zijn ,,niet meer interessant om de boodschap over te dragen' en kunnen die massa juist in slaap sussen. ,,De tijd van tophoppen is voorbij. De kracht moet worden vertaald naar lokaal niveau', vond Hudig.

Verscheidene leden van de Internationale Socialisten pleitten echter wel voor grote acties om de ,,zelfwerkzaamheid en bewustwording van zoveel mogelijk mensen te bevorderen'. ,,We moeten een sociale kracht zijn die de wereld wil veranderen. Democratie komt van onderaf, dus we moeten openstaan voor zo veel mogelijk mensen', vond Peyman Jafari.

Een zo groot mogelijk antiglobalistisch netwerk heeft ook een doel: ,,Als de repressieve staat terugslaat, is een sociaal netwerk het enige waar je op kunt terugvallen', aldus Peyman. ,,Burgerlijke ongehoorzaamheid is niet genoeg. Nu is het de tijd voor sociale ongehoorzaamheid', citeerde Peyman een van de voormannen van de Italiaanse Disobidienti.

Anarchist Carla Bos bracht daartegen in dat ,,grote groepen mensen eigenlijk niet interessant' zijn.

Milieudefensie koos voor een tussenoplossing: actievoeren om een ,,stok tussen de spaken te steken' en dan aan tafel eisen stellen. En actievoeren, zo hield Paul de Clerk de zaal voor, is niet alleen demonstreren, maar ook het voeren van juridische procedures of staken. ,,Op een gegeven moment is de kracht uit demonstreren.'

Na een dag vol verhitte discussies bleek in een rondgang dat de meeste activisten er nog niet uit waren. Een van de aanwezigen vergeleek de besluiteloosheid met Monty Pyton's The Life of Brian waarin het Judean People's Front vecht met het People's Front of Judea.

Na een dag vergaderen was er slechts één besluit: een oproep om toch een massademonstratie te houden op 11 mei: tegen Fortuyn, tegen racisme, tegen de oorlog in Palestina, tegen economische globalisering en voor het milieu.