Zij-instromer 7

De ontboezemingen van zij-instromer Aaltje Vincent (`De hele dag agentje spelen, W&O, 6 april) hebben indruk gemaakt. Uit de commentaren blijkt een onoverbrugbare kloof tussen de denkwereld van theoretici (politici, onderwijskundigen en lerarenopleiders) enerzijds en de ervaringswereld van (beginnende) docenten anderzijds.

Ik ben een boven-instromer. Daar zullen er niet veel van zijn. Vierendertig jaar ervaring als wiskundeleraar in de bovenbouw van een lyceum en inmiddels drie jaar met de VUT. Al die tijd heb ik me redelijk kunnen redden. Uitgaand van het redelijke in de jonge mens, zonder agentje of leeuwentemmer te hoeven spelen, zonder strafwerk uit te delen. Onlangs werd ik gebeld door een bevriende mavo-directeur die op zoek was naar een vervanger op zijn schooltje. Ongeveer een halve baan, zolang ik het red, in drie klassen vmbo.

Leerlingen met hun jas aan, zingend, dansend, kletsend, roepend, zich omdraaiend, ramen openend en weer sluitend: ik heb het allemaal ervaren. Centrale instructie is een kunststuk omdat de huidige jeugd nauwelijks tot luisteren in staat is. Als er buiten een jongen op een fluitje blaast, stormt de halve klas naar het raam. Meer dan de helft van de kinderen (het is in de randstad) heeft een (sub)tropische herkomst en is dus temperamentvol. Mediterrane meisjes zijn vaak een ramp voor de mannelijke leerkracht die hen probeert uit redelijkheid en gelijkwaardigheid te benaderen, zulk soort mannen kennen zij namelijk niet; en allochtone jongens die vrouwelijk gezag maar moeilijk erkennen kunnen een kwelling zijn voor de lerares. Bijna niemand maakt ooit z'n huiswerk. Dat kan ook niet, want tien uur per week wordt in beslag genomen door de bijbaantjes.

Mijn missie heeft nu ruim drie fascinerende, mijn ego teisterende maanden geduurd en is nèt niet mislukt (hoop ik) dankzij de wetenschap dat de kinderen het niet kwaad bedoelen maar een andere belevingswereld hebben dan volwassenen. Ze hebben bijvoorbeeld een ander gevoel voor humor. Wie dat niet kan waarderen, gaat al gauw ten onder in het tumult. Ik ben het eens met columnist Leo Prick, die pleit voor aanpassing bij wat de leerling kan en wil. Met extra beloning en kleinere klassen, vooral voor het lesgeven in het vmbo, de zwaarste categorie. Vroegtijdige selectie op leergedrag. Wie niet wil moet zo snel mogelijk een beroepsgerichte opleiding volgen. Een belangrijk deel van het benodigde geld kan gehaald worden uit besnoeiingen van de bovenschoolse kosten. Minder managers en adviseurs, meer geld naar de lesuren en taakuren.