Zij-instromer 5

Het onderwijsproces speelt zich af tussen het kind en de docent. Te vaak wordt door de schoolleiding gesproken over zaken die ondergeschikt zijn aan dit proces, zoals de didactiek, het gebouw, ict en profielen. Er moet veel meer aandacht en onderzoek komen naar hoe leerlingen anno 2002 leren. Evenveel aandacht en coaching moet er komen voor docenten. Over welke competenties en talenten beschikken zij om te kunnen werken met een bepaalde doelgroep?

Op het Montessori College Oost in Amsterdam zijn wij voor de groep leerlingen waarnaar Leo Prick in zijn column `Leeuwentemmers' van 13 april 2002 verwijst, een onderwijsvernieuwingstraject begonnen. Wij noemen dit adaptief competentiegericht leren. De inrichting van ons onderwijs moet aansluiten bij wat kinderen kunnen en kennen. Centraal staat het ontwikkelen van competenties die nodig zijn om met elkaar te kunnen werken en leven, zoals samenwerken, inlevingsvermogen, communicatie etc. Maar dit geldt ook voor docenten. Als kernteam hebben wij een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het onderwijs aan deze groep leerlingen. Dit houdt in dat wij de competenties die hiervoor nodig zijn eerst zo concreet mogelijk moeten benoemen en waar nodig hieraan moeten werken. Om dit te realiseren is het van belang dat de schoolleiding middelen vrijmaakt om de lespraktijk anders in te richten. En dit vraagt ook veel creativiteit en lerend vermogen van de schoolleiding.