Verbijstering

Vrijwel alle kranten brachten maandag een foto van AP die wat mij betreft de winnende World Press Photo wordt. Hij is genomen op een bijeenkomst van Franse socialisten. Een groepje mensen kijkt naar de eerste verkiezingsuitslagen. Wat je op hun gezichten ziet is niet zozeer verslagenheid, het is ongeloof, het is totale verbijstering. Sommigen kunnen het nog niet bevatten, anderen lijken in shock, iemand slaat in ontzetting de handen voor zijn gezicht, een jonge vrouw grijpt vertwijfeld naar haar hoofd. Je ziet hun gedachten. Dit kan niet waar zijn. Laat het alsjeblieft niet waar zijn. Hoe is dit mogelijk? Een ramp.

Voor het eerst zal de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in Frankrijk gaan tussen corrupt rechts en fascistisch rechts. De kwalificaties corrupt en fascistisch volstaan om duidelijk te maken dat een vergelijking tussen de Franse uitslag en wat ons mogelijk op de avond van 15 mei te wachten staat, een heikele exercitie is. Ik zou Dijkstal noch Balkenende willen vergelijken met Chirac en evenmin Fortuyn met Le Pen. Maar Melkert met Jospin misschien weer wel. En de onderstromen in het Franse electoraat vertonen gelijkenis met wat bij ons uit de peilingen naar voren komt.

Trouw bracht een reportage uit een vredig Zuid-Frans dorp waar nooit iets gebeurt, geen allochtoon te bekennen valt, criminaliteit niet bestaat en dat toch massaal voor het Front National koos. Een dorpeling verklaart het verschijnsel: ,,Ze stemmen niet voor hun eigen hachje, ze zien de republiek naar de verdoemenis gaan. Daar protesteren ze tegen. Op tv zien ze dat de brandweer op meer dan tweehonderd plaatsen in Frankrijk niet meer durft te komen. Dat raakt ze. In de krant lezen ze dat immigranten onderdak en medische voorzieningen van de staat krijgen, terwijl bij ons in het dorp een weduwe woont die 280 euro per maand weduwenpensioen krijgt om van rond te komen.''

Precies het verhaal van de Fortuynstemmers hier. Het behoort tot de verplichte figuren om, voordat je je waagt aan zo'n vergelijking, plechtig te verzekeren dat Fortuyn niet mag worden ingedeeld bij extreem-rechts. Anders wordt-ie boos. Nu schreef ik drie maanden geleden al dat we nog van geluk mogen spreken hier. Een egomaniakale schnabbelkoning die het volk vermaakt en de onvrede kanaliseert verdient de voorkeur boven het onversneden extreem rechts dat elders profiteert van de spanningen waar immigratie en integratie mee gepaard gaan.

Le Pen is een ouderwetse, nationalistische, xenofobe en antisemitische volksmenner en provocateur in de traditie van de Action Française, een authentiek product van het Franse fascisme. Fortuyn heeft met dat type traditie niets te maken. Dit gezegd zijnde: hij speelt wel in op hetzelfde soort onlustgevoelens als Le Pen in Frankrijk, vertoont dezelfde minachting voor het non-discriminatieprincipe, koestert eenzelfde haat tegen moslims, en de agitatie tegen `de puinhopen van Paars' lijkt als twee druppels water op de Franse wrok tegen de `cohabitation'. Het zijn dezelfde antipolitieke ressentimenten die de verkiezingen in Frankrijk en de voorspelde electorale verschuiving in Nederland kenmerken, het verschijnsel dat woensdag in deze krant door Bernard-Henri Lévy werd gekarakteriseerd als ,,de ontbinding van het politieke en sociale leven''.

Er is nog een andere parallel te trekken. Mikpunt en slachtoffer van de electorale pogrom in Frankrijk was de leider van de sociaal-democraten, de onkreukbare Jospin, wiens kabinet leiding heeft gegeven aan een opmerkelijke economische en sociale vooruitgang. De woede van Lévy richtte zich dan ook op de halfdronken kiezers die lichtzinnig democratie en spektakel door elkaar hebben gehaald en afgingen op uiterlijkheden. Ze kozen meer op basis van gezichten dan op ideeën. Jospin was te `rigide' en te `grijs'. Het was, toen ik dit las, alsof ik een samenvatting onder ogen kreeg van wat nu al maandenlang week-in, week-uit in alle toonaarden en op elke televisiezender wordt beweerd over Melkert, niet in de laatste plaats door sommige van zijn eigen partijgenoten. Daarbij komt de factor van de versplintering van het naar de progressieve partijen neigende deel van het electoraat. Zoals Jospin het onderspit moest delven door toedoen van heftige concurrentie ter linkerzijde, zo is Melkert de kop van Jut van GroenLinks en de SP. Op zichzelf is het begrijpelijk dat de linkse oppositiepartijen de pijlen van hun kritiek op de PvdA richten. Per slot van rekening moeten zij daar hun winst vandaan halen. Maar dat is toch iets anders dan Melkert en zijn partij uitroepen tot de hoofdvijand.

Van de SP, die het van proteststemmen moet hebben, is deze houding te verwachten; van GroenLinks daarentegen, die zich als serieuze coalitiepartner afficheert, is de razernij tegen de PvdA ronduit onverantwoordelijk in het licht van de opkomst van nieuw-rechts. Op het verkiezingscongres van GroenLinks viel geen onvertogen woord over Fortuyn, ook niet over Dijkstal, Balkenende werd zelfs de hemel in geprezen. Alleen Melkert moest het, ook als persoon, ontgelden. Een berekenende figuur. Een onverbeterlijke regent. Iemand die met miljarden smijt, niet voor de opvolging van de F-16, maar voor de opvolging van Wim Kok.

Rosenmöller eindigde zijn speech zo: ,,Het is vooral de PvdA die we op onze weg zullen vinden. Het old PvdA-boys network moet worden opengebroken. Want bij de sociaal-democraten zit het echte politiek culturele conservatisme (...) De PvdA is dé tegenpartij.'' Een duidelijk vijandbeeld.

In ieder geval voor degenen die bij wijze van sport het portret van Melkert op de PvdA-affiches verminken. Overal worden hem de ogen uitgestoken. Woensdag stond in Het Parool een foto van Paul Rosenmöller die grinnikend wegduikt bij een PvdA-verkiezingsaffiche dat zojuist (door hemzelf?) is bijgewerkt. Twee portretten van de GroenLinks-leider zijn over de beide ogen van Melkert geplakt.

Als je erover nadenkt, is deze Paroolfoto een pendant van de foto waarmee dit stukje begon, de foto die de verplettering van versplinterd links in beeld bracht. Straks staat ook Paul Rosenmöller met zijn zeteltje winst vol ongeloof en verbijstering te kijken naar de ontbinding van het politieke en sociale leven, naar de opmars van de haat.