STRUBBELINGEN (II)

Veel opzien baarde het lintje voor Euroambtenaar Paul van Buitenen, in 2000. Van Buitenen was door de Europese Commissie bestraft omdat hij in 1998 financiële wantoestanden binnen de commissie naar buiten had gebracht. Voormalig Europees Commissaris Hans van den Broek, die opstapte wegens dergelijke geruchten, was destijds zuinigjes met zijn commentaar: ,,Het is leuk voor Van Buitenen.'' De gedecoreerde zelf zei het lintje te zien als een vorm van rehabilitatie.

Schrijver Remco Campert was in hetzelfde jaar minder blij met het plan hem koninklijk te onderscheiden. Hij weigerde per brief met de woorden: ,,De gedachte die ik koester aangaande de functie van de monarchie staan mij niet toe een koninklijke onderscheiding te aanvaarden.''

Al jaren lang wél blij met zijn koninklijke onderscheiding, was luitenant-kolonel b.d. Schüssler, drager van de Militaire Willemsorde, die voor het laatst in 1951 werd uitgereikt. Na het lezen van diens boek `Naar eer en geweten' over Schüsslers ervaringen in Nederlands-Indië, besloot een Nijmegenaar enkele jaren geleden alsnog protest aan te tekenen tegen de onderscheiding. Hij vond dat Schüssler oorlogsmisdaden had gepleegd en zijn onderscheiding moest inleveren.

Uiteindelijk moest de Nationale Ombudsman er aan te pas komen om uitsluitsel te geven. Die constateerde vorig jaar dat in artikel 12 van de Wet herziening instelling Militaire Willemsorde is bepaald dat een onderscheiding slechts vervalt aLs de gedecoreerde ,,onherroepelijk is veroordeeld tot een gevangenisstraf van ten minste een jaar, dan wel oneervol is ontslagen uit enig openbaar ambt of beroep.'' Dat was op Schüssler niet van toepassing en de klacht werd hiermee ongegrond verklaard, al hadden de betrokken instanties wel beter moeten meewerken en de klager beter moeten informeren, zo besloot de Nationale Ombudsman.