Strijden om te overleven op 15 mei

Het wordt een harde verkiezingsstrijd. Voor alle partijen en hun leiders staat er veel op het spel.

Een wetenschappelijk gefundeerde, verantwoorde aanpak – dat hadden vooral de grotere partijen zich voorgesteld van de verkiezingsstrijd. PvdA en VVD zouden de vruchten plukken van acht jaar succesvol paars bestuur, waarin het Kamerwerk vaak bijna ambtelijk was, en het politieke debat werd gevoerd binnen kleine marges.

Het loopt anders. In maart gebeurde wat geen van de strategen en denkers in de top van de partijen had voorzien: de kiezers begonnen op grote schaal te zweven en te schuiven. De rechtse populist Fortuyn was de katalysator.

Het wordt een harde verkiezingsstrijd. Het gaat om het overleven, van de partijen maar ook van de lijsttrekkers, op wie veel van de strijd neerkomt en van wie menigeen weet, dat mislukking het einde van zijn leiderschap betekent. De meesten hebben hun zwaarste geschut bewaard voor de laatste weken vóór 15 mei. Een overzicht:

Ad Melkert (PvdA) wordt door de PvdA-campagnestaf als een vertrouwenwekkende leider geprofileerd, zonder uitgesproken politieke accenten. Hij is als een veilige haven in een woelige wereld, waarin `Nieuw rechts' steeds meer de toon aangeeft. Ernstige handicap voor Melkert is dat hij in eigen kring niet bepaald op handen wordt gedragen, getuige het recente JSF-conflict in de PvdA-fractie.

Melkerts opdracht is de PvdA de grootste partij te laten blijven. Het verlies van de `premierbonus', van bijvoorbeeld tien zetels, kan Melkert worden vergeven. Wordt het veel erger, dan zal hij spoedig na 15 mei een tussenpaus van de PvdA zijn gebleken.

Hans Dijkstal (VVD) heeft de kritiek op zijn leiderschap in de VVD goeddeels bedwongen. De aandrang om in het licht van het Fortuyn-gevaar een programmatische ruk naar rechts te maken, is met succes weerstaan. Gevolg is wel dat de rechtse kiezers die in de geest naar Fortuyn zijn overgelopen, wellicht niet naar de VVD terugkomen. In de VVD heeft menigeen zich al neergelegd bij een terugval van tweede naar derde of zelfs vierde partij, of enkele Kamerjaren in de oppositie. Maar niet onder Dijkstal.

Jan Peter Balkenende (CDA) is de enige lijsttrekker die op voorhand als een winnaar kan gelden. De leiderschapscrisis van vorig jaar kan achteraf als zegen gelden. Na vele jaren lijkt het verlies van het CDA tot staan gekomen. Voor de toekomst van het CDA is nog belangrijker dat er, de peilingen in aanmerking genomen, na 15 mei nauwelijks een regering mogelijk is zonder de christen-democraten. Daarmee keert tegelijk een traditioneel probleem van CDA-lijsttrekkers terug: omdat alle mogelijke coalitiepartners van links én rechts te vriend moeten worden gehouden, kan Balkenende nauwelijks smakelijke standpunten in de verkiezingsstrijd innemen.

Pim Fortuyn (LPF) heeft na de grote overwinning bij de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam wel gedacht dat zijn lijst de grootste partij van het land kon worden, met meer dan dertig zetels in de Tweede Kamer, maar volgens de peilingen nu worden het eerder twintig zetels. De laatste weken heeft Fortuyn zijn toon inmiddels gematigd. Na verwijten een extremist of een komediant te zijn, toont hij zich compromisbereid en redelijk waar hij maar kan. Na de rechterflank van de VVD te hebben weggesnoept, richt hij zijn pijlen op links. ,,Het gaat tussen Melkert en mij'', zei Fortuyn deze week. Van de partij die hij eerder moest verlaten, hoeft Fortuyn weinig te vrezen. Fred Teeven (Leefbaar Nederland) lijkt geen factor van betekenis te worden.

De neiging van het electoraat om, uit afkeer van de verhoudingen in de afgelopen acht jaar, de extremen op te zoeken manifesteert zich vooral ter rechterzijde. Jan Marijnissen (SP) en Paul Rosenmöller (GroenLinks) profiteren er veel minder van, hoewel beiden in de peilingen op winst staan en de PvdA zeker de linkervleugel niet minder heeft verwaarloosd dan de VVD zijn rechter.

Treurig is het lot van Thom de Graaf (D66). Zijn partij moet aanzien hoe de rechtse Fortuyn met het onderwerp `staatkundige hervorming' op de loop gaat. Bij halvering lijken ook De Graafs dagen als aanvoerder geteld.

Kars Veling (ChristenUnie) lijkt er nog niet in geslaagd de kiezers buiten de orthodox-protestante kring aan te spreken, terwijl dat toch de inzet van de nieuwe unie van RPF en GPV was.

Bas van der Vlies (SGP) kan rekenen op zijn achterban. Als er onder invloed van Fortuyn een hoge opkomst is, zou de SGP een zetel kunnen verliezen. Maar alles is nog mogelijk: alle partijen zijn zich daar pijnlijk van bewust.