Strijards en Huizinga weg

Regisseur Frans Strijards en zakelijk leider Roelf Huizenga gaan weg bij de Theatercompagnie. Directeur Theu Boermans krijgt de nieuwe zakelijk leider Ocker van Munster naast zich om op de uitgaven te letten. Dat blijkt uit het bezuinigingsplan dat interim-manager Ocker van Munster (Bureau Berenschot) voor het Amsterdamse gezelschap heeft opgesteld om de komende drie jaar een tekort van ruim 1 miljoen euro weg te werken. Het plan is goedgekeurd door staatssecretaris F. van der Ploeg (Cultuur).

Ter bezuiniging maakt het gezelschap de rest van dit jaar geen producties meer. Het eigen Compagnietheater wordt verhuurd aan Joop Van den Ende Theaterproducties. Pas begin 2003 zal het gezelschap weer een toneelstuk maken, Hedda Gabler door Theu Boermans. Het aantal producties wordt verlaagd tot drie per jaar; twee in eigen huis en één reisproductie. Het Amsterdamse Rozentheater, bedoeld voor jongerentoneel, wordt versneld verzelfstandigd. Dankzij extra subsidies kan de werkplaatsfunctie voor jonge theatermakers blijven bestaan. Van Munster wil verder geld besparen door het ensemble geleidelijk uit vaste dienst te laten gaan, om het te veranderen in een `vaste pool van freelancers'. Ook bij de techniek en het kostuumatelier verdwijnen arbeidsplaatsen.

Om nieuwe schulden te voorkomen, verandert de bestuursstructuur. Boermans, als algemeen directeur verantwoordelijk voor de schulden, wordt artistiek leider en krijgt een zakelijk leider naast zich. Deze wordt ook voorzitter van het nieuwe managementteam, waarmee hij in feite boven Boermans staat. Van Munster wordt zelf zakelijk leider, tot in september een andere is gevonden.

De Theatercompagnie ontstond op 1 januari 2001 uit een fusie tussen De Trust en Art& Pro. Begin dit jaar werd bekend dat het gezelschap in zijn eerste jaar een flinke schuld had opgebouwd. Op last van het ministerie van OC&W, de belangrijkste subsidiegever, werd directeur Theu Boermans geschorst en tijdelijk vervangen door interim-manager Van Munster van adviesbureau Berenschot, die de laatste maanden aan de saneringsplannen werkte.

Volgens Van Munster zijn de schulden ontstaan door het halfslachtig en onhandig uitvoeren van de fusie, waarin teveel rekening werd gehouden met de erfenis van beide gezelschappen. De fusiepartners brachten samen een schuld van 1,8 ton mee, en oude plannen die nog moesten worden uitgevoerd. Daarnaast werden teveel nieuwe prodcties gemaakt om de Theatercompagnie ,,in één keer goed in de markt te zetten.'' Vervolgens kwamen veel te weinig mensen kijken. Eenderde van de schuld komt door sterk tegenvallende publieksinkomsten. Volgens Van Munster had een externe deskundige de fusie moeten begeleiden, al geeft hij toe dat dit ook veel geld zou hebben gekost.

Met het ontslag van Strijards en Huizenga, en het verzelfstandigen van het Rozentheater, verdwijnt het aandeel van fusiepartner Art & Pro uit de Theatercompagnie.