Rechtlijnig voor het bijzonder onderwijs

Religieus fundamentalisme staat sinds 11 september in de schijnwerpers en, toeval of niet, de Staatkundig Gereformeerde Partij van lijsttrekker B. van der Vlies lift daarin mee. De SGP, goed voor drie zetels, als de Taliban van het westen. Kwalificatie die Van der Vlies als 'grievend' van de hand wijst.

Van der Vlies is de langst zittende parlementariër én fractievoorzitter die de Tweede Kamer momenteel kent. Vanaf 1981 maakt hij deel uit van het SGP-smaldeel, sinds 1986 als fractievoorzitter van de meest zuiver in de leer blijvende politieke partij met christelijke profilering. De huidige campagne is inmiddels de vijfde in zijn parlementaire carrière.

Het curriculum van de in 1942 geboren Sliedrechtenaar vermeldt functies zoals van een SGP-man verwacht mag worden: lid van de Raad van bestuur Erdee Holding (uitgever Reformatorisch Dagblad), ouderling van de Hervormde Gemeente te Maartensdijk en lid van de Raad van Toezicht van de scholengemeenschap `De Driester' in Gouda. Van der Vlies haalde in 1968 zijn doctoraal Weg- en Waterbouwkunde aan de techniche Hogeschool Delft. Tot 1981, het jaar van zijn intrede in het parlement, was hij actief in het onderwijs, als leraar wiskunde en conrector van een middelbare school in Utrecht.

De SGP van Van der Vlies trok traditioneel veel op met geestverwante partijen zoals het GPV. Maar nu deze partij samen met de RPF in de ChristenUnie is opgegaan groeit verwijdering als gevolg van het rechtlijnige standpunt dat de SGP inneemt over vrouwelijke bestuursleden in de kerk, de partij en het onderwijs. ,,Vrouwelijke schooldirecteuren?', vroeg hij zich begin dit jaar af in Trouw. ,,Ik zou moeite doen er een te vinden. Als een schoolbestuur te kiezen heeft tussen een man en een vrouw, zal de keuze makkelijker op een man vallen dan op een vrouw. Een van de redenen daarvan is dat de leidinggevende het openbare gebed moet doen. Dat zal nu eenmaal makkelijker aan een man worden gevraagd'.

Vanuit zijn eigen achtergrond voerde Van der Vlies het woord over onderwijs. Dat stond wat hem betreft al vast toen hij in 1981 zijn intrede deed in de SGP-fractie en hij doet het nog steeds. Al was het maar om pal te staan voor de beginselen van het bijzonder onderwijs. ,,We moeten alert zijn op ontwikkelingen die aan het bestaansrecht knagen, wel heel in het bijzonder de laatste tijd.'

Getalsmatig telt de SGP mee in de Tweede Kamer omdat het zich niet automatisch tot de oppositie rekent. Al naar gelang het onderwerp stemt de fractie mee met de regering, haar constructieve opstelling richting kabinet is zelfs opvallend in vergelijking met andere oppositiepartijen. Minder bureaucratie, een van de peilers van het beleid van onderwijs-minister Hermans, bijvoorbeeld, kan op Van der Vlies' steun rekenen. ,,Prima , wie kan daar tegen zijn?', zei hij vorig jaar mei in deze krant. ,,En natuurlijk is het logisch dat de overheid ook over de schouders van de scholen wil mee kijken of het geld wel goed besteed is.' Toch laat politiek pragmatisme onverlet dat Van der Vlies ondanks het voortschrijden van de jaren vasthoudt aan rechtlijnige opvattingen over vrouwen, homoseksualiteit, naaktstranden of zelfs televisiebezit, vanwege al die programma's waartegen zijn partij ethische bezwaren heeft. Discriminatie is wat de SGP'er betreft als het om vrouwen of homo's betreft niet aan de orde. Het vrouwenstandpunt van zijn partij is niet bedoeld om te discrimineren en de vrouwen in de SGP ervaren dat ook niet zo. Die beschouwen het als een logische uitwerking van bijbelpassages, anders zouden ze niet op de SGP stemmen.