Prikken of niet prikken?

De grootste vaccinatiecampagne ooit in ons land, tegen meningokokken C, begint deze zomer. Te laat, vinden veel ouders die hun kinderen al lieten inenten uit angst voor hersenvliesontsteking. Andere ouders zijn kritisch. Prikken of niet prikken, dat is de vraag. Wim Köhler beantwoordt zeven vragen over de massavaccinatie.

1. Is inenten tegen meningokokken-C nodig?

Het is natuurlijk altijd maar wat je nodig vindt. Het aantal zieken door meningokokken C is in 2001 meer dan verdubbeld ten opzichte van 2000. En de stijging heeft zich in de eerste maanden van dit jaar doorgezet, meldde minister Borst begin van deze maand de Tweede Kamer. De afgelopen maanden waren er net zo veel zieken door meningokokken C als door meningokokken B. Tegen meningokokken B bestaat nog geen vaccin.

In heel 2001 hebben ongeveer 300 mensen een meningokokken C-ziekte gehad. Dat waren bijna allemaal kinderen. Hoeveel van hen zijn gestorven is niet precies bekend, maar de vuistregel is dat tien procent van de meningokokkenzieken sterft. In 2001 dus naar schatting dertig kinderen. Zij stierven door hersenvliesontsteking (meningitis) of bloedvergiftiging (sepsis). Nog eens 30 kinderen verloren een arm of been of hebben blijvende neurologische schade opgelopen. Ze zijn bijvoorbeeld doof geworden. Bij de vaccinatiecampagne die in juni begint, prikken de GGD's tot oktober alle kinderen van 14 maanden tot en met 18 jaar oud met een vaccin tegen meningokokken C.

2. Is de meningokokziekte een belangrijke doodsoorzaak bij kinderen?

Er zijn ruim 3 miljoen kinderen, mensen tot en met achttien jaar, in Nederland.Bij 30 meningokokken C-doden is de kans om aan meningokokken C te overlijden dus ongeveer 1 op 100.000 per jaar. Is dat veel? Van iedere 100.000 vijf- tot veertienjarigen sterven er jaarlijks 15. Eén op de vijftien kinderen die overlijden, sterft dus aan meningokokken C. En ja, als het over dood gaat is dat veel. Ongeveer de helft van de gestorven kinderen is verongelukt in het verkeer, maar die doden zijn veel moeilijker te voorkomen. Sinds deze winter vinden Nederlandse volksgezondheidsdeskundigen dat meningokokken C-vaccinatie ruimschoots binnen de medische voorzieningen valt die in een welvarend land voor iedere burger beschikbaar moet zijn.

3. Is er al iemand doodgegaan aan een meningokokken vaccinatie?

Niet één kind is de afgelopen 15 jaar door welke in Nederland gebruikte vaccinatie dan ook overleden. Dat vindt de Commissie Bijwerkingen van het Rijksvaccinatieprogramma. De laatste vijf jaar kreeg de commissie 25 meldingen van kinderen die mogelijk in verband met een vaccinatie zijn overleden. Het varieerde van een baby die een paar dagen na een prik aan wiegendood stierf, tot een kind dat aan leukemie stierf, jaren ná een vaccinatie. Al die sterfgevallen zijn onderzocht en steeds was de conclusie dat het vaccin onmogelijk de doodsoorzaak kon zijn. De meeste `gewone' vaccinatiebijwerkingen (koorts, hangerig, huiduitslag bij de prikplek, eczeem) zijn het gevolg van de kinkhoestcomponent in de DKTP-prik.

Meningokokkenvaccinatie is nieuw. Daarover bestaan in Nederland geen oude meldingen. Maar in Groot-Brittannië is die ervaring er wel. Daar zijn in 2000 alle kinderen tot 18 jaar ingeënt, omdat ook daar de meningokokken C-ziekte toenam. Daar zijn natuurlijk ook enkele kinderen vlak na de prik overleden – steeds door spelingen van het lot.

4. Hoe egocentrisch is niet-inenten?

Ouders die denken dat God bepaalt of een kind een dodelijke infectieziekte moet doormaken, of die het idee hebben dat vaccinaties allergieën (dat is onbewezen) of autisme (dat is weerlegd) veroorzaken, en ouders die geen hangerige kinderen willen, kunnen nu nog zonder veel gevaar voor het kinderleven besluiten hun kind niet te laten vaccineren. Hun kinderen profiteren bij ziekten als mazelen en polio van de kudde-immuniteit. Kudde-immuniteit betekent dat veel gevaccineerden de verspreiding van een virus onmogelijk maken en daardoor in een bevolking ook de ongevaccineerden beschermen. Daalt het aantal gevaccineerden onder de ongeveer 90 procent, dan razen vroeg of laat de epidemieën weer langs. Het mazelenvirus maakt dan ook slachtoffers onder kinderen die wel zijn gevaccineerd, maar waarbij het vaccin niet is aangeslagen. Dat gebeurt, afhankelijk van het vaccin, bij een tot vijf procent van de kinderen. Niet vaccineren past uitstekend in dit egocentrische tijdsbeeld. Het is levensbedreigend voor kinderen met een zwak afweersysteem.

5. Kan homeopathie bescherming bieden tegen infectieziekten?

Er is geen enkel wetenschappelijk bewijs voor de werking van homeopathische middelen die vaccins kunnen vervangen, of die de bijwerkingen van vaccins voorkomen. Populair in Nederland is op het ogenblik de preventieve behandeling van het post-vaccinatiesyndroom. Daaronder vallen alle klachten en ziekten die een kind op enig moment na een prik krijgt. Dus iedereen heeft het post-vaccinatiesyndroom. Het zou te voorkomen zijn door voor of tijdens een vaccinatie het juiste homeopathische middel te slikken. De werking is niet goedonderzocht.

6. Is het Rijksvaccinatieprogramma paternalistisch?

Het keurslijf is vorig jaar zelfs nog strakker aangehaald. Het Rijksvaccinatieprogramma is een gratis verstrekking, maar alleen als de ouders de richtlijnen volgen. Ouders die willen afwijken van het programma brengen hun eigen kinderen en andere kinderen in gevaar, schreef inspecteur-generaal gezondheidszorg prof. dr. J.H. Kingma vorig jaar in een strenge brief aan de vaccinatiediensten. Veel antroposofen vinden bijvoorbeeld dat de vaccinaties later, ná de zesde levensmaand moeten beginen. Terwijl het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) juist de afgelopen jaren van de derde naar de tweede maand is vervroegd. Wie zijn kind later wil vaccineren omdat hij gelooft dat dat jonge afweersysteem die vaccins nog niet aankan, moet er voortaan zelf voor betalen, schreef Kingma. De enige reden waarom een vaccinatie later mag, is ziekte van het kind (met koorts hoger dan 38,5°). De inspectie gaat er strenger op toezien dat de vaccinerende organisaties het RVP stipt uitvoeren.

7. Krijgen kinderen niet te veel prikken?

Kinderen krijgen tussen hun tweede levensmaand en negende levensjaar dertien prikken met acht vaccins. Dat belast het afweersysteem van kinderen al veel te veel, zeggen critici van het Rijksvaccinatieprogramma. Maar kinderen maken honderden natuurlijke infecties door, zowel via hun luchtwegen als via wondjes.Dus die paar vaccinaties doen er weinig toe. Toch vinden de architecten van het RVP dat een kind niet meer dan twee prikken tegelijk moet krijgen (in iedere arm één). In de VS worden in de kindertijd veel meer prikken gegeven. Vaak wel twintig en soms meer dan twee tegelijk. Daar kunnen ze er wel tegen. Hoewel: de kinderen zijn daar tegenwoordig wel erg dik.