Overpeinzingen 1141: Zuiver de grasvelden!

Dit is een Brits verhaal, misschien nog uit de tijd van Punch, eerste helft vorige eeuw. Een Amerikaanse miljonair heeft in Engeland een oud kasteel gekocht, laten afbreken en het in Texas weer opgebouwd. Bij het kasteel hoort een grasveld, een lawn. In Amerika hebben ze snelgroeizaad en supermest en alle handleidingen voor grasvelden. Toch wil het met de lawn niet lukken. De miljonair gaat terug naar de verarmde edelman. Uw kasteel is mooier dan ooit, zegt hij. Het heeft nu ook airconditioning. Maar hoe hebt u dat grasveld destijds zo mooi gekregen? Dat is heel eenvoudig, q-quite simple, zegt de squire. Je koopt een paar voorouders uit 1620, laat die een goeie tuinman huren, zorgt dat het van vader op zoon op die manier verder gaat, en dan zul je zien dat je in 2320 prachtig gras hebt.

Het is weer voorjaar. De tuinen zijn herontdekt, de plantjes gepoot, ze krijgen nieuw blad, er zijn al een paar knoppen opengebroken, overal nieuw leven. Dan komt er een belangrijk moment: voor het eerst dit jaar moet het gras worden gemaaid. Het geluid van de over elkaar draaiende messen is lentemuziek, en wat een natuurgenot, die geur van vers gemaaid gras! Je hebt de Mei van Gorter in je tuin. Zeker honderdduizend grashalmen heb je een kopje kleiner gemaakt, de resten in de rustiek-rieten tuinmansmand gedaan en in de donkere achterhoek gestort. Dat is de humus voor het volgend jaar. Je keert je om. Je wilt een trotse blik op de strakke grasmat werpen. Maar je schrikt. Onkruid! Paardebloemen, klein hoefblad of hoe heet dat tuig, heeft de kop opgestoken. Het spreidt zijn bladeren over het legitieme gras, neemt het licht weg, zuigt het voedsel uit de aarde en ontplooit tenslotte zijn brutale gele bloemen.

In de gewone tuinen draait alles om het grasveld. Er komen steeds meer minder gewone tuinen, patio's, amfitheater-achtigen, Moorse tuinen met het geklater van een fonteintje, maar de meeste mensen blijven bij de gewone tuin, met borders, een paar bomen, heesters, een vogelhuisje, een paadje, en dat alles gegroepeerd om het grasveld. Die kleine groene vlakte blijft het aanzien van het geheel bepalen. En de ongeschreven grondwet van de gewone tuin wil, dat dit een strak vlak is, een lawn, glad geschoren als de kaken van een heer. De squire die ik hierboven noemde, heeft gelijk. Er gaat veel werk in zitten: maaien, sproeien, voeden, rollen, in het seizoen iedere week, zodat het gras met zijn wortels de noodzakelijke gezonde hardheid krijgt. Alleen zo kan dit veldje de trots van de eigenaar worden en blijven.

Dan worden vreemde zaadjes geparachuteerd. Door wie? Welke kracht zit daarachter? Het antwoord hangt van de tuinman af, zijn geloof, levensovertuiging. Uit de zaadjes komen plantjes die we onkruid noemen. Ze bederven het plezier van de tuinman. Dat is niet nodig! Er zijn middelen ontwikkeld waar het onkruid niet van terug heeft. Maar het ene middel is het andere niet. Dat zie je op de televisie, in de reclamespots. Er verschijnt een wat oudere macho in beeld, hij speurt zijn grasveld af, ontdekt een paardebloem, trekt zijn spuitbus, geeft een meer dan dodelijke dosis, en de plant knikt zijn kopje, buigt de stengel en verschrompelt.

Maar ernaast heeft een exemplaar groot hoefblad de kop gestoken. Hij spuit de hele bus leeg, de plant trekt zich er niets van aan.

Volgende beeld. Deze tuinman heeft een volle bus uit zijn arsenaal gehaald. Buurman, een wat jongere macho, althans zo aangekleed, heeft alles van over de heg gevolgd. Hij is intussen ook op het strijdtoneel verschenen, met een andere spuitbus. Ze omsingelen het groot hoefblad, trekken hun spuitbus. Deze scene is duidelijk uit High Noon geleend. Ze openen het vuur op de botanische terrorist, eerst de tuinman zelf. Zijn gifstoot is weer vergeefs. Dan komt buurman. Met een mengsel van een spottend medelijden en nauwelijks bedwongen zelfverzekerdheid kijkt hij eerst naar zijn makker, dan naar het plantje, strekt de arm, duim op de spuitknop. Pssst. In de volgende seconden zien we het groot hoefblad gehoorzaam creperen.

U denkt nu misschien dat ik met dit stukje verborgen moralistische bedoelingen heb. Nee. Moralistische interpretaties laat ik aan de lezer over. De flora is nu eenmaal verdeeld in onkruid en bonafide gewassen. Het zou een mooie boel in de tuinen worden als de paardebloemen het voor het zeggen kregen. En zo is het ook in de fauna, die verdeeld is tussen de dieren en het ongedierte. Een van de gevaarlijkste bedreigingen die je je kunt voorstellen – een combinatie – is een rat, of desnoods een muis, die bezig is in uw grasveld paardebloemen te zaaien. Orde moet er nu eenmaal zijn.

Ik heb dit alleen opgeschreven omdat ik getroffen was door het fanatisme waarmee deze twee buren op de paardebloemen los gingen.