Minder kevers

Insecten blijken niet de verstokte voedselspecialisten waarvoor ze altijd gehouden zijn. Het blijken er plots een stuk minder.

Biologen hebben de diversiteit van insecten op aarde lange tijd schromelijk overschat. Er zijn niet 31 miljoen verschillende soorten geleedpotigen (waartoe insecten, maar ook spinnen, schaaldieren en duizendpoten behoren) maar slechts 4 tot 6 miljoen. Dat concluderen entomologen uit Tsjechië, Zweden en de Verenigde Staten op basis van jarenlange inventarisaties in de wouden van Nieuw Guinea, waar zij meer dan 900 insectensoorten die leefden op 51 verschillende gastheerplanten bestudeerden (Nature, 25 april).

De voorgaande hoge schattingen van de biodiversiteit onder insecten gingen uit van de veronderstelling dat insecten in hoge mate gespecialiseerde diertjes zijn, die een sterke voorkeur hebben voor een bepaalde gastheerplant. Maar uit het nieuwe onderzoek blijkt dat de plantenetende insecten in de tropen lang niet zo kieskeurig zijn.

Begin jaren tachtig berekende de Amerikaanse keverdeskundige Terry Erwin dat er op aarde meer dan dertig miljoen soorten insecten moesten leven. Zijn som was simpel: in een peuldragende boom Luehea seemannii in Panama trof hij 136 unieke plantenetende keversoorten. Gecorrigeerd voor het aantal niet planteneters en voor het geschatte aandeel van kevers onder de geleedpotigen en voor het aantal geleedpotigen dat op de grond leeft, kwam, hij uit op ruim 613 unieke soorten per tropische boom. Uitgaande van een geschat aantal van 50.000 tropische boomsoorten kwam Erwin uit op een wereldwijde diversiteit van bijna 31 miljoen geleedpotigen.

Erwin is vaak aangevallen op zijn natte-vingerberekening en dat is ook niet verwonderlijk gezien het grote aantal ruwe schattingen dat hij voor zijn berekening moest maken. Maar voor het eerst in ruim 20 jaar is er nu een gedegen onderzoek gedaan dat net iets sterker staat dan dat van Erwin. Voor het eerst hebben de onderzoekers gekeken naar hoeveel gastheer-specialisten er daadwerkelijk zijn onder de kevers. Gedurende zes jaar onderzoek in het tropisch laaglandbos van Nieuw Guinea bekeken zij in hoeverre gevangen kevers geneigd waren bladeren van een andere plant te eten dan van die waarop ze gevangen waren. De kevers blijken veel minder kieskeurig dan gedacht. Veel tropische bomen zijn leden van soortenrijke geslachten. Maar zelfs uiteenlopende plantengeslachten deelden nog eenderde van de soortensamenstelling van de foeragerende kevers.

De onderzoekers deden tenslotte een herberekening van de Erwin-som, waarbij ze de getallen voor het aandeel van de kevers binnen alle geleedpotigen en het aantal op de bodem levende soorten volgens de nieuwste inzichten aanpasten. Ook waren de onderzoekers van mening dat het aantal tropische plantengeslachten een betrouwbaarder maat geven dan het aantal tropische boomsoorten. Via de berekening dat Nieuw Guinea 1872 plantengeslachten telt en naar schatting voor 5% bijdraagt aan de diversiteit op aarde, kwamen de onderzoekers uit op 37.440 plantengeslachten. De totale berekening van de wereldwijde geleedpotigendiversiteit kwam nu uit op ruim 3,6 miljoen soorten.

Dezelfde berekening voerden ze uit op basis van vlinder- en mottentellingen en daarbij kwamen ze op ruim 5,8 miljoen soorten. Vlinders en motten zijn (vanwege hun opvallende verschijning) wereldwijd veel beter in kaart gebracht dan kevers, dus waarschijnlijk is deze laatste schatting daardoor zelfs betrouwbaarder. Volgens de onderzoekers zijn hun nieuwe getallen meer in overeenstemming met schattingen van de biodiversiteit die gedaan kunnen worden aan de hand van beschreven soorten in taxonomische verzamelingen.