Mag de fiscus mij ruïneren?

Als betrokkene bij het Kredietbank Luxemburg (KBL) schandaal, waardoor de fiscus op Nederlandse spaarders jaagt en gebruikmaakt van gestolen informatie, het volgende: tot 1994 had ik een goede baan waardoor ik geld in het buitenland kon sparen. Dit om eerder te stoppen met werken. Eind 1993 heb ik mijn huis verkocht en ontslag genomen. Ik ging wonen in een kampeerbus, geen sociale voorzieningen, maar wel AOW en een pensioengat. Met spaargeld en een lijfrente kon ik de rest van mijn leven rondkomen. Aangezien ongestoord overnachten steeds moeilijker werd, kocht ik in 1998 een huis. Onlangs kreeg ik een brief van de Belastingdienst met vragen over buitenlandse spaarrekeningen. In eerste instantie ontkende ik, maar toen werd mijn belastingadviseur aangepakt. Om hem niet te verliezen, gaf ik mijn rekeningnummers en banken op. Maar met een navordering over vijf jaar plus 100 procent boete, word ik financieel om zeep gebracht. Mag en kan de Belastingdienst een Nederlands staatsburger doelbewust ruïneren? Welke mogelijkheden zijn er om gratie te krijgen?

(F. F.)

Ik geloof dat u zichzelf ruïneert. U heeft willens en wetens de wet ontdoken door uw geld in het buitenland weg te zetten. Dan moet u niet klagen wanneer u tegen de lamp loopt. U bent slachtoffer van een bijzondere situatie. Een medewerker van de KBL bank zou in 1994 een lijst met spaarsaldi hebben verkocht aan de Belgische fiscus. Omdat belastingdiensten nauw samenwerken, zijn de Nederlandse namen op die lijst ook hier nu bekend. U heeft de kans op het achterwege laten van die 100 procent boete laten lopen door niet mee te werken aan het eerste verzoek van de Belastingdienst, maar te ontkennen. U kunt altijd in beroep gaan tegen de aanslag. Een tweede kans zit in het feit dat de informatie mogelijk onrechtmatig is verkregen.