Koning relschopper

Na jaren van relatieve rust heeft de politie weer de handen vol aan voetbalvandalen. De kern van het probleem, stelt hoofdofficier Han Moraal, is dat de clubs nog steeds supporters toelaten die ze eigenlijk niet willen hebben.

Zondagmiddag half drie. Een groep van bijna zevenhonderd supporters van FC Utrecht wil de Amsterdam Arena in voor de belangrijke voetbalwedstrijd van hun club tegen Ajax. De entree in het stadion gaat onder het zingen van gebruikelijke spreekkoren als `Hamas, Hamas, alle joden aan het gas' – geen supporter die ervan opkijkt. Toch gaat het deze keer anders. Plotseling grijpt de politie in en stuurt de groep linea recta terug naar Utrecht.

Opeens was het genoeg, afgelopen, basta. Burgemeester Job Cohen van Amsterdam had via een noodverordening ingegrepen. Zo hard, zo rechtlijnig, dat zelfs de supporters van Ajax ervan schrokken, getuige de uitlatingen op de website van de `Dapp're Strijders'. ,,Wij vinden dit een nieuwe zwarte dag in de supportershistorie. Niets blijft supporters gespaard.''

Voor veel supporters was het misschien een zwarte dag, de handelwijze van Cohen kreeg in andere kringen opmerkelijk veel bijval. De burgemeester van Rotterdam, Ivo Opstelten, kondigde aan dat hij hetzelfde zal doen. De Nederlandse Spoorwegen lieten een dag later weten dat zij supporters van een club nog één keer waarschuwen – daarna worden zij niet meer vervoerd. De Nijmeegse club NEC kondigde weer een etmaal later aan een legitimatieplicht in te stellen bij de laatste thuiswedstrijd, tegen Ajax. ADO Den Haag maakte woensdag bekend dat het de spelers van het veld zal halen als supporters racistische leuzen scanderen.

Het voetbalvandalisme staat, na jaren van relatieve rust, weer op de agenda. Plotseling stapelen de incidenten zich weer op. Sinds de gewelddadige dood van Ajaxfan Carlo Picornie, in maart 1997 bij Beverwijk, investeerden de grote clubs fors in veiligheid. Grote incidenten bleven daarna uit, de stadions liepen weer vol. ,,De ontwikkelingen van dit seizoen stellen me zeer teleur'', zegt de directeur betaald voetbal van de KNVB, Henk Kesler, gelaten. ,,Jarenlang hebben we veel minder wanordelijkheden gehad. Het gevolg van een doelbewust beleid vanaf 1997. We hebben wedstrijden gespeeld zonder publiek en wedstrijden van bezinning. We dachten: `We zijn eruit'.''

Voor het eerst breken dit seizoen in de zogenoemde `gezinsvakken' vechtpartijen uit – waarbij vaders, vrouwen en kinderen letterlijk op de vlucht slaan omdat zij worden bedreigd door supporters die er niet thuishoren. Relschoppers met een stadionverbod blijken eenvoudig een plek op de tribunes te kunnen vinden. Bestuursleden, managers, scheidsrechters en journalisten worden steeds vaker serieus bedreigd.

Een maand na de gewelddadigheden rond de bekerwedstrijd Ajax 2-FC Utrecht tuimelen clubs, bestuurders, KNVB en andere betrokkenen over elkaar heen in hun roep om draconische maatregelen van de overheid. De één stelt dat een speciale Voetbalwet naar Engels model echt niet langer kan uitblijven, de ander vindt dat een meldingsplicht voor supporters met stadionverbod de enige oplossing is. Weer een ander meent dat de clubs geen supporters van de uitspelende clubs meer moeten toelaten.

Toch hebben de clubs de sleutel in eigen hand. Dat zegt zowel Cees Bakker, korpschef van de politie Gelderland-Midden, verantwoordelijk voor voetbalzaken binnen de Raad van Hoofdcommissarissen, als zijn portefeuillegenoot bij het openbaar ministerie, de Groningse hoofdofficier van justitie Han Moraal.

Harde kern

Beide bestuurders zien in de huidige opleving van de voetbalcriminaliteit een trend die zich al eerder inzette. ,,Er is een nieuwe probleemgroep van supporters gekomen'', zegt Bakker in zijn kantoor in het hoofdbureau van politie in Arnhem. ,,Traditioneel was de harde kern van de ene club uit op een confrontatie met de harde kern van de andere club. Nu zie je een nieuwe aanwas van jonge supporters die hun agressie kwijt willen en zich richten op gezinsvakken, op bestuurders van hun eigen club, en op eettenten achter hun eigen vak.''

Bob Vos van de Supportersvereniging Ajax, met 75.000 leden de grootste van Nederland, bevestigt dat er sprake is van een verjonging onder de hooligans. ,,Een nieuwe groep jongeren tussen de twaalf en twintig jaar wil zich spiegelen aan de oude F-Side. Door drank- en drugsmisbruik zijn ze volkomen onhandelbaar. Je vindt deze categorie vandalen niet alleen bij Ajax, maar ook in de eerste divisie.''

Volgens Bakker en Moraal wenden de clubs in het betaalde voetbal zich veel te snel tot de overheid. ,,In de voetballerij heerst nog steeds het idee dat vandalisme een maatschappelijk probleem is dat de overheid moet oplossen'', zegt Bakker. ,,Dat vind ik een rare redenering. Er zijn megadiscotheken die in feite hetzelfde probleem hebben met agressieve bezoekers. Maar zij hebben een deurbeleid en zeggen gewoon: u wil ik wel binnen hebben en u niet. De voetbalwereld wil dat de politie het oplost, en heeft daarmee een te juridische, te beperkende manier van denken.''

De clubs, vindt zowel korpschef Bakker als `voetbalofficier' Moraal, hebben sinds het dodelijke incident in Beverwijk in 1997 aardig wat verbeterd aan de veiligheid in de stadions, met goed opgeleide stewards en adequate combiregelingen. Maar ze zijn tekortgeschoten, vinden zij, in de regulering van de kaartverkoop en de toegangscontrole aan de poorten in de stadions. De kern van het probleem, stelt Han Moraal, is dat de clubs nog steeds supporters toelaten die ze eigenlijk niet willen hebben. ,,En ze kijken naar politie en justitie als het verkeerd afloopt.''

Ook het Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV) constateert dat de kaartverkoop en de toegangscontrole nog steeds onvoldoende aandacht krijgen. De risico's die dat met zich meebrengt, worden ,,absoluut niet onderkend'' door de betrokkenen, schreef het CIV vorig jaar al in zijn jaarverslag.

Zo wordt volgens nagenoeg alle betrokkenen bij het betaald voetbal een effectief middel tegen voetbalvandalisme onvoldoende benut: het stadionverbod. Sinds enkele jaren kan de KNVB supporters die zijn aangehouden door de politie, op voorspraak van het openbaar ministerie of een voetbalclub, een civielrechtelijk stadionverbod uitreiken. Dat betekent dat zij voor een bepaalde tijd – soms een half jaar, soms zelfs drie jaar – niet meer in een stadion mogen komen. Worden zij in die periode in een stadion betrapt, dan krijgen zij van de KNVB een boete van 450 euro, te innen door een deurwaarder. Vorig seizoen kregen 1.003 supporters een stadionverbod. Vier van de vijf personen die rond het voetbal worden aangehouden krijgen tegenwoordig een stadionverbod. Dit seizoen zijn iets meer dan 900 stadionverboden uitgereikt. Op dit moment zijn in totaal 1.058 personen uitgesloten. Dat aantal loopt nog op, want van de 120 mensen die bij de wedstrijd Ajax 2-FC Utrecht werden gearresteerd, krijgt volgens Han Moraal verreweg het grootste deel een stadionverbod opgelegd. Tot gisteren waren dat er veertig.

Dat klinkt indrukwekkend, maar veel van die `uitgesloten' relschoppers zitten op zondagmiddag gewoon in het stadion. De kaartjes die de clubs verkopen worden namelijk verstrekt aan mensen met een zogenoemde clubcard die niet persoonsgebonden is. Met andere woorden: een kaartje is gemakkelijk via een kennis te bemachtigen. Hoewel politie en justitie daar in het verleden fel voor pleitten was een persoonsgebonden clubcard voor de voetbalclubs en de supportersverenigingen absoluut taboe. Zo'n regeling, vonden zij, zou voorgoed een einde maken aan het `spontaan' bezoek aan voetbalwedstrijden `door vader en zoon'.

Onzin

Klinkklare onzin, stellen Moraal en Bakker. Voor veel faciliteiten in de stadions bestaan al speciale pasjes – bijvoorbeeld voor het betalen van consumpties. Bovendien is het bij grote wedstrijden, waar mensen spontaan naartoe willen, nu ook al moeilijk een kaartje te bemachtigen. ,,Het is een kleine moeite om de clubcard persoonsgebonden te maken'', zegt Bakker. En wie toch spontaan naar een wedstrijd wil neemt gewoon zijn rijbewijs mee en krijgt ter plekke een toegangskaart. ,,Je moet als club eenmalig wat investeren, maar dat kost minder dan een jaarsalaris van een speler'', rekent Bakker voor. ,,En supporters zijn voor minder dan een tientje per seizoen klaar. Maar de clubs verzwijgen stelselmatig het onderwerp clubcard.''

Politie en justitie pleiten voor de invoering van een clubkaart die biometrisch kan worden gecontroleerd bij het stadion, met bijvoorbeeld een irisscan, een methode die vele malen efficiënter werkt dan het tonen van een paspoort of rijbewijs. Sommige discotheken en supermarkten – en ook de luchthaven Schiphol – werken al met zo'n controle, voor de vaste cliëntèle.

Moraal wijst erop dat juist in deze periode enkele clubs hebben besloten tot de invoering van een paspoortcontrole bij het stadion, zoals eerstedivisieclub Haarlem, maar ook Ajax, en binnenkort NEC. Het enige oogmerk daarbij is dat mensen die zich eerder hebben misdragen geen toegang krijgen tot het stadion. ,,Kennelijk kan het dus wel'', zegt Moraal. ,,Er moet een vorm van persoonsgebonden controle komen, en laat de clubs en de KNVB maar uitmaken hoe dat eruit ziet. Maar wel een systeem waarbij iemand die een stadionverbod heeft, niet het stadion in kan.''

Korpschef Bakker denkt aan een persoonsgebonden pasje met een chip. ,,Dan sta je met je pasje bij de elektronische toegangscontrole, en als je een stadionverbod hebt gaat het poortje gewoon niet open. Nu komen er mensen met een stadionverbod bij een steward, en als ze worden tegengehouden, zeggen ze: `O, jij bent die en die, ik weet waar je woont, en waar je kinderen op school zitten.' En dan kan ik me voorstellen dat die stewards zich twee keer bedenken om iemand tegen te houden.'' Ook kent lang niet elke steward de gezichten van de supporters met een stadionverbod.

Hete brij

Niet alleen suppoosten worden bedreigd door supporters met een stadionverbod, dat geldt ook voor bestuursleden, zegt KNVB-bestuurder Henk Kesler. ,,Dat hebben we ook bij minister Korthals van Justitie neergelegd. De hele discussie met het ministerie concentreert zich op het toegangsbeleid van de clubs. `Joh', krijg je dan te horen. `Wij weten wie de grootste troublemakers zijn, die zou je niet in je stadion moeten hebben.' Dan zegt een aantal clubbestuurders en managers: `Dat kan wel zo zijn, maar ik heb er geen zin in dat ze thuis mijn ruiten ingooien.' Pure bedreiging. Voor de zwaardere gevallen is de hulp van justitie nodig.''

Maar wat dat betreft bestaat er geen enkele twijfel, zegt voetbalofficier Han Moraal. ,,Ik heb laatst tegen de KNVB gezegd: laat mij de aangifte zien waarbij bedreiging van een bestuurder niet is opgepakt door de politie, dan duik ik er bovenop. Die bedreigingen zijn een serieus probleem, een misdrijf, en er zijn hele vervelende situaties waarbij bestuurders onder zware druk worden gezet om door de bocht te gaan. We horen van die bedreigingen, maar wij moeten wel een concrete aangifte hebben om het aan te kunnen pakken.''

Korpschef Cees Bakker vindt dat de clubbestuurders hun rug moeten rechthouden, ook al worden ze bedreigd. ,,Als je het voetbal wilt vermoorden, moet je die lui met een stadionverbod toelaten in het stadion. Ik ga desnoods over tot 24-uursbewaking van die bestuurders, heb ik ze gezegd.''

Bakker schetst het belang van een strenge handhaving. ,,Een relschopper wordt gezien als een held. Ik heb op videobeelden gezien hoe dat werkt. Dan haalt de groep hem werkelijk binnen als een koning, met buigingen en high fives. Bij rellen duwt hij supporters naar voren, en dan verdwijnt hij. Als zo'n persoon een stadionverbod krijgt, zeggen clubs vaak: hij komt nog wel eens in het stadion, maar dan houdt hij zich gedeisd. Maar als hij met een stadionverbod toch op de tribune komt, ook al is het in een gezinsvak, dan is hij voor zijn kameraden een held in het kwadraat. Ik vertel dit om te onderstrepen hoe belangrijk het is dat als je maatregelen neemt, je ook heel veel energie stopt in de handhaving.''

Moraal en Bakker vinden de harde lijn die de Amsterdamse burgemeester Cohen onlangs koos ,,volstrekt terecht''. Een club – Ajax, in dit geval – krijgt pas een vergunning als de organisatie op orde is. ,,We zeggen al jaren dat de politie-inzet bij voetbalwedstrijden minder moet worden, maar je ziet het de laatste jaren weer groeien.''

Lik-op-stukbeleid

Ondertussen roept de KNVB al jaren dat de politiek, justitie en politie harder moeten optreden tegen het voetbalvandalisme. ,,Nooit kan iemand zeggen dat wij dit niet geroepen hebben richting overheid'', zegt Henk Kesler. ,,Maar als wij stadionverboden opleggen op straffe van 500 euro zegt de overheid al: `Oeh, is dat niet wat veel'. Nu komen ze er in Den Haag achter dat ze een aantal zaken moeten invullen. Strafrechtelijk stadionverbod? Meldingsplicht voor uitgesloten supporters tijdens wedstrijden? Het had al lang uitgefilterd moeten zijn. Elke keer als we met Justitie praten wordt er gezegd: `We zullen er eens naar kijken, erop studeren.' Uiteindelijk wordt er niets mee gedaan. En dat onder het motto: We hebben de capaciteit niet.''

Een meldingsplicht voor mensen met een stadionverbod is iets te kort door de bocht, vindt voetbalofficier Han Moraal. Dat houdt in dat een supporter met een stadionverbod zich tijdens de wedstrijd van zijn club `ergens' zou moeten melden – een vorm van vrijheidsberoving. ,,Ik vind het jammer dat iedereen om een meldingsplicht roept'', zegt Moraal. Het OM moet ervoor naar de rechter, er moet een dossier komen, bewijsmateriaal, hoger beroepen – zeer tijdrovende zaken. ,,Je kunt in Nederland niet iemand zomaar van zijn vrijheid beroven, daar heb je een rechter voor nodig. Als iemand in hoger beroep gaat kan dat maanden duren. Dat heb je bij het lik-op-stukbeleid van de KNVB niet, daar kun je in heel korte tijd een stadionverbod opleggen. Het strafrechtelijk stadionverbod kan best worden uitgebreid, maar we moeten ons beperken tot de zware delicten en de recidiverende vandalen. De rechter zal dat nooit opleggen voor de bulk.''

Zo'n strafrechtelijk stadionverbod met meldingsplicht wordt nu ongeveer twintig keer per jaar opgelegd via de rechter, maar is uiterst gecompliceerd in de uitvoering. ,,Je moet weten welke wedstrijden het betreft, wanneer die worden gespeeld, je moet bepalen waar de verdachte zich moet melden'', zegt Moraal. ,,Dat maakt het heel lastig om het middel massaal toe te passen. We willen vanaf volgend seizoen een experiment beginnen met elektronische meldingsplicht om het gemakkelijker te kunnen uitvoeren, en zullen dan proberen om het landelijk vaker toe te passen dan nu, bij zware gevallen. We onderzoeken hoe we dat kunnen gebruiken. Een Feyenoord-supporter kan ook in Arnhem wonen – je zou dan overal in Nederland meldingspunten moeten inrichten en dat is erg ingewikkeld. Wij willen streven naar een landelijk dekkend controlesysteem. Misschien met biometrie, of spraakherkenning, zodat het mogelijk wordt om te controleren waar iemand is, zonder dat die persoon zichzelf heel erg hoeft te beperken – als hij maar niet in de buurt van dat stadion komt. We willen supporters minimaal in hun privacy belasten, maar we moeten maximale controle hebben. Dan is zo'n middel ook vaker toe te passen.''

Een speciale Voetbalwet, zoals de Britse wetgeving kent, kan volgens Moraal niet veel meer dan een symbolische betekenis hebben: alles wat daaronder zou moeten vallen, kunnen clubs, gemeenten, politie en justitie in Nederland nu ook al aanpakken. ,,We hebben genoeg instrumenten'', zegt Moraal – doelend op een hele waaier aan regels die al voorradig is, van alcoholverboden tot stadionverboden, van het verbieden van wedstrijden tot het terugsturen, tegenhouden of aanhouden van supporters. ,,Je struikelt soms over de blikjes bier in supportersbussen, waar supporters stomdronken naar een wedstrijd gaan. Het is niet zo moeilijk om dat te verbieden, of de supportersbussen te controleren bij vertrek of bij aankomst. Als iedereen dat soort dingen iets strakker organiseert, is er al een hoop gewonnen.''

,,Een Voetbalwet is geen panacee'', zegt ook Cees Bakker. ,,Als ik met voetbalbestuurders praat zie ik al in hun ogen dat zij denken: mooi, een wet, dus gaan politie en justitie het regelen.''

Wellicht, zegt Bakker, moeten de clubs zich meer richten op een positief beleid. Zoals Feyenoord, dat alleen supporters naar uitwedstrijden laat gaan als ze zich goed hebben gedragen. ,,Dat vind ik fundamenteel'', zegt Bakker. ,,We oriënteren ons op wat er mis is. Waarom richten we ons niet op de mensen die we wel in de stadions willen hebben? Clubs hebben slimme marketeers. Kunnen die niet iets bedenken? Waarom maken we de probleemvakken in de stadions steeds groter en de gezinsvakken kleiner? De oplossing ligt bij de clubs zelf. We hadden laatst een discussie met clubbestuurders over supporters die na een stadionverbod van enkele jaren weer in aanmerking kwamen voor een seizoenkaart. Heb ik nou een gaatje in mijn hoofd? Ik vind het achterlijk om dat soort mensen een seizoenkaart te geven. Gedraag je eerst eens een paar jaar netjes, dan zien we wel weer verder.''

Als de voetbalwereld dat soort zaken weer op orde heeft gebracht, meent Bakker, dan kan de politie zich richten op de zaken waarvoor ze oorspronkelijk bedoeld was: het opsporen van criminaliteit. ,,De politie is een interventiemacht, geen onderdeel van de organisatie van een voetbalwedstrijd. Dat soort denken moet veranderen in het voetbal. Als de politie bij elke wedstrijd moet interveniëren, dan moet de burgemeester zeggen: en nu gaan jullie je organisatie verbeteren, of anders is het afgelopen.''