JUWEELTJES UIT EEN TOVERWERELD

Meer dan 39.000 gedichten dongen mee in de wedstrijd van de Stichting Kinderen en Poëzie.

Ayan is twaalf. Ze is geboren in Somalië en woont nu zeven jaar in Nederland. Vorige week zaterdag ontving ze uit handen van Paul van Vliet de Unicef Poëzieprijs voor haar gedicht `Denken'.

Ayan zit samen met haar moeder en juf aan een tafeltje in een café in het Land van Ooit in Drunen, waar alle prijswinnaars van de gedichtenwedstrijd van de Stichting Kinderen en Poëzie zich vandaag verzameld hebben. Ze heeft net de generale repetitie achter de rug met Paul van Vliet. ``Ik was wel een beetje zenuwachtig'', zegt ze met een onmiskenbaar Limburgse tongval. ``Maar hij was heel aardig en hij vond mijn gedicht mooi.''

Een half uur later gaat het `echt' gebeuren. Paul van Vliet slaat even zijn arm om Ayan heen als zij het podium op komt en zegt: ``Het mooie van jouw gedicht is dat je schrijft dat je in je hoofd en in je hart altijd de baas bent, ook in de allerzwartste tijden.'' Ayan lacht verlegen en buigt het hoofd. Dan leest ze zacht haar gedicht voor. En dan is het even, heel even, stil in de bloedhete feesttent waar 1.200 kinderen en volwassenen bijeen zijn voor het slot van de poëziemanifestatie.

Voor de twaalfde keer organiseerde de Stichting Kinderen en Poëzie dit schooljaar een gedichtenwedstrijd voor kinderen tussen de vier en twaalf jaar. De stichting streeft ernaar kinderen in het basisonderwijs op een creatieve manier met taal om te laten gaan. Spelen met taal moet tot poëzie leiden. De stichting heeft lesmateriaal ontwikkeld voor scholen en vult dat jaarlijks aan met een supplement over het thema van de gedichtenwedstrijd van dat jaar. Dit keer was dat `Ik schrijf, ik schrijf, wat jij niet schrijft', ofwel: schrijven is iets persoonlijks, iets unieks.

In totaal ontving de stichting dit jaar 39.066 gedichten van ruim 1.000 deelnemende scholen. Na een voorselectie bleven enkele honderden gedichten over die beoordeeld werden door drie verschillende jury's: de schrijversjury, de kinderjury en de Unicef-jury. Elke jury heeft zijn eigen prijs of prijzen te vergeven. Vera (10), Rens (11) en Karin (11) zijn lid van de kinderjury. Alledrie zitten ze op basisschool De Baayaert in Wouw. ``We hebben wel honderd gedichten gelezen. Dat was soms wel saai, maar dan zat er weer een heel grappig gedicht tussen en moesten we heel hard lachen'', zegt Rens. Het winnende gedicht is ook gekozen omdat het zo grappig is. ``Wij houden niet zo van droevige gedichten'', zegt Vera.

Dichter Kees Spiering is lid van de schrijversjury. Binnen de stroom gedichten die binnenkomt is hij op zoek naar de `juweeltjes', vertelt hij. ``Er zitten elk jaar weer verbazingwekkend goede gedichten tussen.'' De beoordeling door de schrijversjury is vooral gebaseerd op gevoel, meer dan op argumenten. ``Er moet spanning zijn. Waar je naar zoekt zijn verrassende beelden die iemand gebruikt. Maar dat is persoonlijk. Poëzie is persoonlijk. Het gevoel moet goed zijn.'' Eén keer was Spiering zo gecharmeerd van een beeld dat een kind gebruikte, dat hij het verder uitwerkte in één van zijn eigen gedichten. ``Er zijn beelden waaraan je blijft haken, zoals in het winnende gedicht van dit jaar het stukje over de oerhollandse cake na een begrafenis. `Ik vond het moeilijk om de cake op te eten'. Daar krijg je toch kippenvel van!''

Kinderen tussen de vier en twaalf mogen meedoen aan de gedichtenwedstrijd. Maar niet altijd leveren de oudsten de beste gedichten, vindt Spiering. ``De allerjongsten hebben vaak de woordenschat nog niet om te zeggen wat ze voelen, terwijl de oudsten al `verpest' zijn doordat ze weten hoe ze een gedicht moeten maken. Het is juist de middengroep die nog in een toverachtig gebied verkeert. Zij kennen al veel woorden, maar hebben nog een onbevangen kijk op de wereld. Dat levert de mooiste dingen op.''

Naast individuele prijzen voor kinderen zijn er ook schoolprijzen. Basisschool De Regenboog in Helden Panningen kreeg de ereprijs poëzie. De school doet al jaren mee. Iris Bos en Petra Peters zijn leerkracht in groep 7. In de klas lezen ze, speciaal voor de wedstrijd, veel gedichten voor en laten ze hun leerlingen oefenen, bijvoorbeeld door ze te laten associëren met woorden. Kelly (11) schreef een gedicht over 11 september. ``Omdat ik bang was.'' De kinderen schrijven de gedichten op school. Kelly ging er speciaal voor op de gang zitten. ``Omdat het daar rustig is, dan kun je goed schrijven.'' Stan (11) maakte een gedicht over zijn dyslexie en Murat (12) schreef een gedicht over de oorlog in zijn vaderland Kosovo. Murat, die een paar jaar eerder ook al in de prijzen viel, schrijft wel vaker gedichten, zegt hij. ``Als ik schrijf voel ik meer verdriet van binnen, maar het helpt wel. Ik vind het moeilijker om erover te praten.''

Ook OBS De Rolpaal in Blokzijl sleepte een schoolprijs in de wacht. De Rolpaal is een schooltje met maar 74 leerlingen. Jeroen Tans geeft les in groep 6, 7 en 8. ``Wij besteden veel aandacht aan poëzie, omdat kinderen daarmee sterk ervaren dat taal een instrument is waarmee je kan manipuleren. Ze moeten hun gedachten op papier kunnen zetten.''

De Rolpaal krijgt geregeld kinderen binnen die het op een andere school niet hebben gered. Dan valt het Tans altijd op dat andere scholen niet of nauwelijks iets aan poëzie doen. ``Zo'n kind kijkt je dan met grote ogen aan als we in de kring een gedicht bespreken. Dan roep ik zo'n kind bij me en gaan we eerst eens een `elfje' maken. Dat is een gedicht van elf woorden verdeeld over vijf regels. Vertel wat je wil vertellen in die elf woorden is de opdracht. Vanwege de gestructureerdheid slaat het aan bij kinderen, juist ook als ze moeite hebben met taal. Sommigen maken wel veertig, vijftig elfjes.''

Op de vraag hoe Ayan op het idee is gekomen voor haar gedicht haalt ze haar schouders op. Ze kijkt naar de tafel en neemt een slokje cola uit een grote kartonnen beker. ``We hadden er in de klas over gepraat, hè, dat ze alles van je kunnen afpakken'', zegt haar juf Marilène Lardinois dan. ``Jullie hebben ook alles verloren.'' Ayan knikt. ``En toen ging het schrijven vanzelf'', gaat Lardinois verder. Ayan knikt weer en lacht. Ze is tevreden over haar gedicht, vertelt ze. ``Maar ik was wel opgelucht toen ik hoorde dat het niet hoefde te rijmen, want dat vind ik wel moeilijk.'' Thuis schrijft Ayan zelden gedichten, maar wel verhalen. Schrijfster wil ze worden. Haar moeder Fatima verschikt haar hoofddoek. ``In Somalië maken vrouwen altijd gedichtjes bij belangrijke gebeurtenissen'', vertelt ze. ``De geboorte van een kind, bijvoorbeeld. `Buranbur' heten die gedichtjes. Ik kan het zelf niet, maar Ayans oma wel. Die maakte voor Ayan een mooi gedichtje toen zij was geboren. Dus het zit in haar bloed, denk ik.''

De winnende gedichten zijn gebundeld in `Ik schrijf, ik schrijf, wat jij niet schrijft', Stichting Kinderen en Poëzie: tel. 0416-373019.