Haaren - Spoordonk

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week door natuurreservaat de Kampina.

Onbewaakt is de spoorwegovergang, een glanzende dubbele streep staal in het asfalt, maar de belletjes houden de wacht. Met ritmisch gedender sluipt er een lange goederentrein onder de ronde bogen door, die de elektriciteitskabels in de lucht houden en verdwijnt tussen de hoge berken en de dunne eiken uit zicht. Wat is het spoor toch landschapsgeniek. Hier glijden de treinen door prettig ongecoiffeerde halmenvlaktes, langs de velden en door de bosjes, het is of er iets langs sprint met een kloppend hart en poten in glijvlucht.

Vandaag blinken de rails in het licht. Het is vroeg; het blauw en de zon steken nog achter een kaasdoeken nevel. Bepluimd en bestippeld met wit en geel, ligt het groen breeduit klaar om verwarmd te worden. Afgezien van wat giechelende sijsjes zie ik geen vogels, maar ik hoor ze steeds. Er klinkt een luidruchtig kwetteren en tetteren en pieteren, in de takken, boven de roestbruine heidevelden en boven de vennen die in dit deel van Brabant sprookje spelen. Ze worden omringd door bomen die voorover leunen boven het water en kijken of hun nieuwe blaadjes goed zitten.

In het ruige natuurreservaat de Kampina laat de scheiding tussen land en water zich niet altijd even concreet betrappen. Een fotoclub, hinkend aan de wandel met camera's op statief, heeft natte broekspijpen, want de bolle paden veranderen meer dan eens in poelen. Uitwijken levert niets op, althans geen droge voeten: links en rechts van het pad staat het water tot tussen boom en struik en een stukje betrouwbaar ogend mos kan net zo goed een plek modder zijn waar je tot je kuit in wegzakt.

Ook waar het droog is, is het vaak nat. En waar het nat is, groeit het gras boven het water uit en graast een kudde pony's. Hun kleine hoeven klotsen over de drasse bodem, regelmatig moeten ze het water uit hun neuzen briesen, maar dat deert ze niet. Ze blijven gras afscheuren. Voor hun zachte happende monden hopsen kikkers weg.

Er doemen wat wandelaars op, twee van hen mennen elk een ezel aan leidsels voor zich uit. Bruine ezels met witte randen om hun ogen. Húp Nononono!

Beroering bij de pony's. Ze onderbreken acuut hun maaltijd en komen aandraven, hun manen waaien alle kanten op. De ezels stappen door, onverstoorbaar, ze negeren de paardjes. Die willen keten, dat is duidelijk. De ezelbazen roepen ,,ho!'', maar het helpt weinig. Als een stel pestende schoffies achtervolgen de pony's het troepje. Niet op een afstandje, lekker dichtbij.

We rusten uit aan de rand van een moeras, eten een krentenbol. De kikkers zetten het op een kwaken. Ze beginnen met rollende weesgegroetjes, maar al snel krijgt hun geprevel vorm en dreunen hun keeltjes regelmatig als machientjes. Een schor gekerm uit de lucht legt ze het zwijgen op. Zij aan zij vliegen twee brandganzen over, hun witte gezichten vooruit, hun zwarte halzen gestrekt, de lichte ondervleugels hoog opgegooid.

De zon klimt omhoog, een hagedis knispert weg tussen de bolle pollen geel gras, ver weg tinkelt de spoorwegovergang weer. De vlinders komen tevoorschijn.

Kaarten 5, 6, 7 (12 km) uit: W. Stadhouders/P. Zwang: Pelgrimspad deel 2. Uitg. Wandelplatform LAW. Begin- en eindpunt van de wandeling zijn met elkaar verbonden via bussen van en naar Tilburg. Taxi tel. 0499 55019. Inl. www.9292ov.nl