GESCHIEDENIS

De Orde van de Nederlandse Leeuw werd in 1815 ingesteld. De graad van de onderscheiding was afhankelijk van de maatschappelijke status van de gedecoreerde. Speciaal voor mensen van lage afkomst was er de Broedermedaille. Dragers mochten zich geen ridder van de orde noemen, maar hadden wel recht op een klein pensioen. In 1994 werd het Nederlandse decoratiestelsel herzien. De oude manier van toekennen moest democratischer worden. Toch bleek het lastig de oude traditie te moderniseren. Er ging bijna dertig jaar discussie aan vooraf. Vanaf de Algemene Gelegenheid (de lintjesregen) in 1996 werd er voor het eerst gedecoreerd volgens het nieuwe stelsel. De hoogte van de onderscheidingen is niet langer gekoppeld aan sociale afkomst en de Broedermedaille is vervallen. Sinds de herziening kent de Orde van de Nederlandse Leeuw nog de drie ridderlijke graden: Ridder Grootkruis, Commandeur en Ridder.

De Orde van Oranje-Nassau is in 1892 ingesteld. Het is de tweede civiele orde (er is ook nog een Militaire Willemsorde, waartoe voor het laatst in 1951 militairen zijn toegetreden). Voorloper van de Orde van Oranje-Nassau was de Orde van de Eikenkroon, in 1841 gesticht door koning Willem II, groothertog van Luxemburg. Na het overlijden van koning Willem III in 1891 werd Luxemburg een zelfstandige staat en konden de onderscheidingen niet meer worden toegekend door het Nederlandse staatshoofd. Hierop werd de Orde van Oranje-Nassau gesticht, die met name was bedoeld voor buitenlandse diplomaten en mensen van een lagere sociale afkomst. Tot 1996 bestond deze orde uit vijf graden en waren er Eremedailles in goud, zilver en brons. De dragers daarvan werden niet opgenomen in de Orde. Sinds 1996 zijn er geen Eremedailles meer en heeft de Orde van Oranje-Nassau zes graden: Ridder Grootkruis, Grootofficier, Commandeur, Officier, Ridder en Lid.