Generaal: ik ben onschuldig

De hoogste Joegoslavische militair tijdens de Kosovo oorlog werd gisteren voorgeleid in Den Haag.

Statig kwam de vroegere generaal gistermiddag de rechtszaal van het Joegoslavië-tribunaal binnen. Drie keer zei hij in antwoord op een vraag krachtig dat hij onschuldig was, en daarna liep hij de rechtszaal weer uit.

Dragoljub Ojdanic wordt door openbaar aanklager Carla Del Ponte beschuldigd van oorlogsmisdaden in Kosovo. Donderdag meldde hij zich vrijwillig. De afgelopen week hebben zes Serviërs toegezegd zich te melden bij het Joegoslavië-tribunaal, dat hen eerder in staat van beschuldiging heeft gesteld. Ojdanic is de eerste van de zes die naar Den Haag kwam.

Tijdens de Kosovo-oorlog in 1999 was Ojdanic stafchef van het Joegoslavische leger, kort daarna werd hij minister van Defensie. Hij bleef dat tot kort na de val van Miloševic. Voordat hij naar Nederland vertrok zei hij tegen journalisten in Belgrado dat hij zich nergens voor schaamt en een zuiver geweten heeft. Hij is absoluut niet bereid tegen Miloševic te getuigen: ,,Ik kan u met volle overtuiging zeggen: ik zal dat niet alleen niet doen, ik zal ook niets zeggen dat hem kan schaden.''

Del Ponte zei tijdens de korte voorgeleiding gisteren dat het dossier tegen Ojdanic ruim veertien ordners beslaat. Zij verzocht de rechter nog niet al deze dossiers ter beschikking te stellen aan de verdediging, want dat zou nadelig kunnen zijn voor de aanklacht tegen Miloševic. De rechter leek gevoelig te zijn voor dit argument.

Ojdanic is een trouw volgeling van de voormalige president. Voordat hij plaatsnam in de `verdachtenbank' bestudeerde hij een paar seconden de blauwe stoel, waar Miloševic een uur eerder had gezeten.

Het tribunaal heeft er alles aan gedaan om te voorkomen dat er contact zou zijn tussen de twee verdachten. En de kans dat ze elkaar in het VN-cellencomplex in Scheveningen tegenkomen is gering. Miloševic bivakkeert op de eerste verdieping, Ojdanic op de tweede.

In het proces-Miloševic getuigde gisteren Aferdita Hajrize, weduwe van een vermoorde etnisch-Albanese vakbondsleider. Op 24 maart 1999 viel de Servische politie haar woning in Kosovska Mitrovica binnen. Haar man, haar 11-jarige zoon en haar 65-jarige schoonmoeder werden voor haar ogen doodgeschoten. Tijdens het kruisverhoor stelde Miloševic zich terughoudend op ,,gelet op het tragische verlies dat u heeft ondergaan''.

Hajrize is één van de vele getuigen die door de aanklagers zijn opgeroepen om verslag te doen van de gruweldaden. Daarna willen de aanklagers de verantwoordelijkheid van Miloševic bewijzen.

Eerder deze week bepaalde rechter Richard May dat de mogelijkheden die Miloševic heeft om zijn verdediging voor te bereiden voldoende zijn. De situatie is volgens May ,,zo gecompliceerd'' omdat Miloševic geen advocaat heeft en onduidelijk was welke juristen hem mogen adviseren. Dat laatste punt is nu opgelost. Twee advocaten uit Belgrado, Zdenko Tomanovic en Dragoslav Ognjanovic, zijn aangewezen als juridische adviseurs. Zij mogen met Miloševic overleggen en hem adviseren alsof zij zijn raadslieden zijn – niemand van het tribunaal luistert mee. Als `tegenprestatie' moeten ze zich houden aan de tribunaal-code, die gaat over bijvoorbeeld de omgang met vertrouwelijk materiaal.

Miloševic kan Ognjanovic en Tomanovic niet alleen in de VN-gevangenis in Scheveningen ontmoeten, maar ook tijdens de schorsingen van de zittingen in het gerechtsgebouw aan het Churchillplein. Miloševic kan onbeperkt met de twee adviseurs telefoneren, ook in het weekend. De ex-president zelf heeft in zijn cel een computer en een videorecorder om zijn verdediging voor te bereiden. E-mail en internet zijn ,,om veiligheidsredenen'' niet toegestaan.