Gemoederen

Nog niet eens zo heel lang geleden waren de antisemieten in Nederland op de vingers van één hand te tellen. Je had het fundamentalistische evangelistenechtpaar Goeree, dat in slechtgedrukte pamfletjes maar bleef beweren dat de joden de holocaust aan zichzelf te wijten hadden, zij hadden immers de Heiland aan het kruis genageld?

Dan was er nog de onverbeterlijk foute nazi-weduwe Rost Van Tonningen, die altijd wel tot een paar dubieuze uitspraken te verleiden was wanneer het leven in Nederland al te rimpelloos dreigde te worden. Maar verder: veel loos alarm. Het Auschwitz-monument in het Amsterdamse Wertheim-plantsoen bleek vernield door een glaszetter met faalangst, het omstreden toneelstuk van Fassbinder moest bij nader inzien misschien wel als een aanklacht beschouwd worden, en Jules Croiset bleek zichzelf ontvoerd te hebben. Het woord zelf leek sterk aan zeggingskracht in te boeten; op een gegeven moment leek het zelfs beperkt tot de egomane besognes van Leon de Winter alleen. Ik herinner me een interview met de schrijver, waarin De Winter de recensenten die zijn succesvolle romans maar bleven kraken, nog net geen antisemieten wilde noemen – maar last van risjes hadden ze wel. Dan had je natuurlijk nog Theo van Gogh, geen man, lijkt me, om wie je terstond de koffer vanonder je bed moet halen. En dat was het wel, afgezien van joelende voetbalsupporters; ik meen me een rapport te herinneren waarin werd vastgesteld dat actief antisemitisme in Nederland nagenoeg niet meer voorkwam.

En nu – je kunt geen krant openslaan of het woord staart je aan. Ingezonden stukken melden een golf van antisemitisme die over Europa en dus ook over Nederland slaat, columnisten slaan elkaar ermee om de oren alsof het niets is, er verschijnen hakenkruisen en haatleuzen op spandoeken en iedere discussie over het militaire wangedrag van Israël loopt vast in de vraag of achter die kritiek niet gewoon ordinaire jodenhaat schuilgaat. Er heerst plotseling een onmiskenbare zie-je-wel-stemming.

De gemoederen zijn verhit. Naar aanleiding van de grimmige demonstratie tegen Israël in Amsterdam verweet de directeur van het CIDI, Ronnie Naftaniel, joodse demonstranten die meegelopen hadden, gebrek aan zelfrespect. Je hoeft geen groot historisch bewustzijn te hebben om de angel in dat woord te ontdekken – gebrek aan zelfrespect verwijst direct naar het verwijt dat de joden zich in de Tweede Wereldoorlog als lammeren naar de slachtbank hebben laten leiden. Het is een indirecte toespeling op een onverwerkt verleden, niet op het precaire heden. Naftaniël is geen uitzondering. In Nederland wordt nu eenmaal bij iedere nieuwe oorlog uiteindelijk altijd de Tweede Wereldoorlog voortgezet; er kan geen conflict dichtbij komen, of hetzelfde vocabulaire duikt weer op: razzia's, op transport zetten, holocaust, concentratiekamp, Anne Frank, Hitler. Ongetwijfeld om aan te geven hoe erg de nieuwe oorlog is. Maar het gevolg is dat die beladen woorden steeds een beetje minder beladen worden – en uiteindelijk evenveel betekenen als de verdwaasde kreet van een voetbalhooligan. De demonstranten op de Dam die tegen Sharon protesteerden deden niets anders dan wat zovelen voor hen gedaan hadden: ze bedienden zich van een losgeslagen symbolentaal om de tegenstander in te wrijven hoe erg het eigenlijk was.

Beide partijen slaan elkaar om de oren met de retoriek van de holocaust. De Portugese schrijver en Nobelprijswinnaar José Saramago waagde het na een bezoek aan de Westerlijke Jordaanoever de militaire onderdrukking van de Palestijnen met Auschwitz te vergelijken. Dat is een onzinnige provocatie en hij werd er terecht om gekapitteld door collega-schrijver Amos Oz. Het is dezelfde retoriek die door de Amsterdamse demonstranten werd gebruikt: Sharon is Hitler, Israël een nazi-staat en eigenlijk zijn het de Palestijnen die de echte joden zijn.

Daartegenover staat een golf van insinuaties zoals die van Naftaniel. De Volkskrant-columniste Anet Bleich maakte politiektekenaar Jos Collignon voor antisemiet uit door te stellen dat zijn – volstrekt verantwoorde en erg grappige – prent over een Sharon die zijn tegenstanders blindelings van antisemitisme beschuldigt, zo in nazi-krantjes als de Völkischer Beobachter had kunnen staan. Daarmee gaf ze blijk van het verblinde gedrag dat de tekenaar nu juist hekelde. Tegenover de goedkope Sharon=Hitler-retoriek staat een emotionele vereenzelviging met de Israëlische politiek die rechtstreeks verwijst naar wat de Europese joden tijdens de Tweede Wereldoorlog is aangedaan. Die houding (,,wie aan Israël komt, komt aan mij''), is gezien de oorsprong van de staat Israël begrijpelijk, maar ze vertroebelt iedere discussie over de huidige situatie. Want waar de tegenstanders van de Israëlische politiek de voorstanders aan één stuk door willen inpeperen dat het onvoorstelbare is gebeurd, namelijk dat de Israëlische joden van slachtoffers daders zijn geworden en dus op een lijn gesteld kunnen worden met hun eigen beulen uit de nazi-tijd, daar wordt aan de andere kant de taal van de holocaust gebruikt om aan te tonen dat wanneer Israël niet van zich afbijt, zich zonder pardon een nieuwe holocaust zal voltrekken. Het hysterische artikel van de Amerikaanse onderzoeksjournalist Ron Rosenbaum dat afgelopen week op deze pagina stond, is daar een voorbeeld van. Nooit meer zal joden gebrek aan zelfrespect verweten kunnen worden.

Die op de holocaust geïnspireerde retoriek van beide kanten schept waarheden waaraan niet te tornen valt. Je moet iets in je ogen hebben om het bloedbad in Jenin met Auschwitz te kunnen vergelijken; maar je bedriegt jezelf wanneer je het beschouwt als een legitieme poging van Israël om zichzelf te verdedigen. Tekenend is dat beide partijen geobsedeerd zijn door de beeldvorming in de media. Beschuldigingen vliegen over en weer: westerse media laten zich in de luren leggen door manipulaties van Palestijnse zijde, door joden beheerste media schilderen de gekoeioneerde Palestijnse burgers af als nietsontziende terroristen. Het is je reinste paranoia.

Ondertussen is het juist die retoriek die een voedingsbodem schept voor de uitbreiding van het conflict over de rest van de wereld. Sharon en de zijnen koppelen hun gewelddadige acties steeds opnieuw aan de vermeende bedreigde staat van de joden in de wereld; anderzijds duikt de rabiate Israëlhaat die in grote delen van Arabische wereld heerst, in sommige westerse landen onder allochtonen op in een vorm die verdacht veel op het klassieke Europese antisemitisme lijkt. Zo is het met paranoia: als je er maar lang genoeg in blijft geloven, wordt het vanzelf de werkelijkheid.