Festival toont expressieve kracht jonge dansmakers

Terwijl in Utrecht het Springdance festival gaande is – met jonge buitenlanders die zich vanuit een intellectualistische benadering bekommeren om fundamentele vragen over dans – presenteert Korzo in Voorjaarsontwaken werk van veelal beginnende makers die nadrukkelijk de expressieve kracht van het lichaam en de communicatieve kracht van de geest voorop te stellen. Tegenover het neo-conceptualisme ontwaakt bij deze makers zoiets als een post-expressonistische stroming in de moderne dans.

De meest ervaren maker is Andreas Denk, een van de leden van het succesvolle Hans Hof Ensemble. Denks Sophie is nog in wording maar is zo ook al om te genieten. Het toneelbeeld suggereert een wat krakkemikkige timmermanswerkplaats waarin een beurtelings gedreven en dan weer dagdromende man (Denk) druk in de weer is. Wadend door een laag houtkrullen manipuleert hij hamer en beitel, vliegt, hangt en zwiert tussen allerlei obstakels door. Denk kan fabuleus slapstick in dans omzetten. Zijn timing evenaart zonder overdrijving de exactheid van Charlie Chaplin in Modern Times. Hijzelf lijkt meer op Buster Keaton. Hij jongleert daarbij even gemakkelijk met objecten als met woorden. In een absurdistische schijndialoog onthult hij in flarden het onderliggende drama van Sophie, dat nog wel nader moet worden uitgewerkt.

Fascinerend is ook Jean-Louis Barnings Unanswered Question, genoemd naar de compositie van Charles Ives. Zijn vrouwensolo (gedanst door Didy Heus) is mysterieus. Bij opening staat de danseres doodstil, haar armen geheven, onder een groot rotsblok dat boven haar hangt. De steen staat voor de last die ze met zich mee torst en waarvan ze zich in een cirkelend dansparcours tracht te bevrijden. Het is vooral die rondgang met krachtig zwiepende bewegingen in het bovenlijf die intrigeert en waarin toch ook de expressieve stijl van Truus Bronkhorst – bij wie Barning danst – doorklinkt.

Ook een andere grootmeesteres van de moderne dans, Krisztina de Châtel, laat in een jonge generatie sporen na. De scherpe half om het as en terugkerende bewegingen van ex-Châtel-danseres Ann Van de Broek zijn evident in haar solo Hurry up, please it's time. Maar de geestige humor die ze gebruikt, in een dolle scène rond een leren bank, is eigen. De solo is nog te brokkelig van structuur om de wedloop met pianist Rex Lobo op punten te kunnen winnen.

Boeiend bij aanvang is het duet Moisture Rocket van Kenzo Kusuda – vooral vanwege de extreme traagheid in de beweging en de eenheid die Kusuda met Nora Heilmann creëert; als twee zielen die volgens een Japanse legende aan een lange reis beginnen, als twee vogels op trektocht. Toch verzandt dit duet gaandeweg door de lange duur en kan tot slot de spanning alleen nog opgeroepen worden via effectbejag. Scheef is eveneens de verhouding tussen de zware existentiële vragen die Scapino-danseres Inma Rubio zich stelt en de schrale manier waarop ze dat in haar dans tot uitdrukking brengt. Zij drijft nog te zeer op Ed Wubbes idioom zonder daaraan een syllabe te veranderen. Expressief en helder is daarentegen wel Jérôme A. Meyers Sailing at Dawn. De superieure kwaliteit van de vijf dansers zal ertoe bijdragen dat hij kan overtuigen als jonge maker met een eigen signatuur.

Voorjaarsontwaken in Korzo. Choreografieën van Andreas Denk, Jean-Louis Barning, Ann van de Broek, e.a. Gezien: 25/4 in Korzo Theater, Den Haag. Herhaling: 27/4 (aanvang 19.30u) Inl.: 070-365 3737.