`Een boot sturen is minder spannend'

Dirk de Ridder (29) is bij de Volvo Ocean Race als trimmer aan boord van de Duitse klassementsleider. Vorige maand werd Illbrucks voorgenomen deelname aan de komende America's Cup stopgezet. ,,Geen ramp, werk zat.''

Op school was hij een drama. Nooit aanwezig, altijd aan het spijbelen om te zeilen. ,,Vind je het gek'', grinnikt trimmer Dirk de Ridder. ,,Zaten mijn leeftijdgenoten in de klas, zeilde ik op dure boten in Hawaii, Nieuw Zeeland of een ander exotisch oord. Was ik nog geen dag terug of kreeg ik weer een faxje met een aanbieding. Nee, ik heb die MEAO nooit afgemaakt.''

De Ridder is nu een ervaren beroepszeiler, met een tweede plaats in de Whitbreadrace van '97-'98 en een vierde plek op de Spelen van Sydney in 2000 als meest aansprekende resultaten. Hij is nu trimmer aan boord van de Duitse boot Illbruck in de Volvo Ocean Race (de vroegere Whitbreadrace). Na zes etappes gaat hij overtuigend aan de leiding met een voorsprong van zeven punten op nummer twee en nog drie etappes voor de boeg.

Wie kan Illbruck nog verslaan? ,,Zo zien wij dat helemaal niet'', weerlegt De Ridder stellig. ,,Assa Abloy, nummer twee, vaart erg sterk nu en kan nog voor verrassingen zorgen. Zo zijn er meer kapers op de kust. Maar echt klagen doen we niet natuurlijk.''

Hij zit ontspannen aan de picknicktafel op het gras in de haven van Baltimore, waar de vloot vorige week is gefinisht in de zesde etappe en morgen vertrekt voor de zevende etappe naar het Franse La Rochelle. Hij wordt vaak gegroet door voorbijlopende zeilers. ,,Hi Cheese, being important?'', grappen ze. Zijn ronde, gebruinde doet vermoeden dat `Cheese' de plagende vertaling is van kaaskop. De Ridder lacht, maar onthult niks. ,,Ik heb die bijnaam van schipper Grant Dalton gekregen, toen ik met hem de Whitbread voer. Niemand kent mijn echte naam.''

Zijn zeilloopbaan heeft hem geen windeieren gelegd. Verdiensten van gemiddeld zeven à achtduizend dollar per maand voor een bemanningslid zijn geen uitzondering. Toch heeft hij maar een paar landgenoten die hetzelfde beroep uitoefenen: Roy Heiner, Bouwe Bekking en navigator Marcel van Triest.

,,Alleen goed kunnen zeilen is niet genoeg'', verklaart De Ridder. ,,In het zeilcircuit krijg je heel veel kansen, maar ze zijn ook snel verknald. Niet iedereen beseft dat je met heel dure spullen omgaat die betaald worden met andermans geld. Elke uitgegeven dollar moet ook weer worden terugverdiend.''

De Ridder heeft zijn weg gevonden in het profcircuit. Thuis hadden ze een tien meter lang jacht, maar de kinderen werden niet gepusht. ,,Ik kom uit een doorsnee gezin. Mijn vader zit in de verzekeringen, mijn moeder is lerares. Pas toen ik een jaar of zeventien was en in contact kwam met wedstrijdzeilers als Jochem Visser en Roy Heiner, is het balletje gaan rollen.''

Al snel bleek De Ridder het meeste gevoel te hebben voor de trim - de stand - van de zeilen. ,,Sturen vind ik niet spannend, zeker niet op de lange oceaanetappes. Het trimmen is zeker zo belangrijk. Bij harde wind sturen we de boot meer met de zeilen dan met het roer. Als ik de schoot iets te laat vier, hebben we een groot probleem. Je doet het vieren en aantrekken voor negentig procent op gevoel. Het is geen uitzondering dat ik zes uur achtereen aan dek zit met dat touwtje in mijn handen.

De Ridder beaamt volmondig dat hij zeiltechnisch de meeste lol beleeft aan het varen in de Zuidelijke Oceaan. ,,Dat is puur op je adrenaline varen met een hoge hartslag. De spinaker op, veertig tot vijftig knopen wind en overal ijsschotsen. En dan geen fout. Ik zal het niet snel vergeten. Maar ik doe het niet nog een keer, niet in deze boten. Te nat en te klein.''

Hij gebaart naar de kade, waar de acht imposante zestigvoeters liggen aangemeerd. Groepsgewijs wordt publiek op de steiger voor bezichtiging toegelaten. In Baltimore komt veel publiek, in andere stopovers was dat veel minder. ,,Het is meer business en minder een publieksevenement dan eerst'', beaamt De Ridder. ,,Maar het viel me mee hoeveel mensen me in Nederland aanspreken op de wedstrijd.'' De Ridder vloog tijdens de negen maanden lange wedstrijd drie keer terug naar huis voor een korte vakantie. ,,Onderweg krijg je helemaal niets mee. Maar ook al volgt niemand het, dan nog zou ik deze wedstrijd zeilen. Om te winnen.''

Wat is het geheim van Illbrucks campagne? ,,De lange voorbereiding en het team. In tegenstelling tot andere teams hebben we nog geen lid gewisseld. Je zit zo lang met elkaar opgescheept, het moet klikken. We zijn relaxed. We geven kritiek op een goede manier.''

Over zijn toekomst maakt De Ridder zich geen zorgen. Hij vertelt een Star te hebben gekocht, een olympische tweemansboot. Samen met zijn broer Hendrik Jan als fokkemaat wil hij zich een jaar lang in dat circuit bekwamen. ,,Het is een van de zwaarste klassen qua niveau. Het ontwerp stamt uit 1912, maar alle grote namen zeilen erin. Ik weet nog niet of ik genoeg tijd heb voor een serieuze campagne voor de Spelen in 2004 in Athene, maar ik kan het wel proberen. Nu de America's Cup niet doorgaat, heb ik meer tijd.''

Vorige maand werd bekend dat Illbruck de sponsoring voor deelname aan de komende America's Cup niet rond krijgt. Die deelname was voor De Ridder een reden bij het team te tekenen. ,,Behoorlijk zuur bericht. Maar het is geen ramp. Er is werk zat. We gaan echt geen honger lijden.''