De zilveren eeuw

De wereldbevolking verandert in hoog tempo van leeftijdsopbouw. Aan de bovenkant dijt de piramide in de breedte uit, terwijl de basis aan de onderkant smaller wordt. Ouderen blijven langer leven, het aantal nieuwgeborenen neemt af. Wereldwijd dalende geboortecijfers en langere levensverwachtingen hebben dit gecombineerde proces van `ontgroening' en `vergrijzing' tot gevolg. Over de betekenis van deze demografische omslag, vooral in ontwikkelingslanden, hebben de Verenigde Naties onlangs in Madrid een conferentie gehouden. Ouderen, in het bijzonder oudere vrouwen, zo stelde de VN in een actieplan vast, vormen de komende decennia de kwetsbaarste bevolkingsgroep in de wereld. Armoedeprogramma's moeten zich op hen richten.

Het vergrijzingsproces voltrekt zich in hoog tempo. Tegelijk zal de komende vijftig jaar de omvang van de wereldbevolking niet afnemen. De verwachtingen zijn dat het aantal mensen op aarde zal toenemen van 6,1 miljard nu tot negen à tien miljard in 2050, met 95 procent van deze groei in ontwikkelingslanden, en zal pas daarna geleidelijk gaan dalen. De groei van de komende decennia is het gevolg van de ongecontroleerde bevolkingsexplosie die zich in de tweede helft van de 20ste eeuw heeft voorgedaan. De kinderen van de mensen die toen geboren zijn zitten nog volop in de vruchtbare fase van hun leven. Ook al dalen de geboortecijfers drastisch, het is met bevolkingsgroei als met een slang die een waterzwijn verorbert: de bult beweegt zich tergend langzaam door het lichaam.

De VN noemen de vergrijzing van de wereldbevolking alarmerend. Dat is ten dele het geval. Ooit waren mensen een onbetekenende biologische soort op aarde en pas in de recente geschiedenis, vooral de laatste paar honderd jaar, is de menselijke populatie exponentieel toegenomen. De moderne mensheid is een onvoorstelbaar ecologisch succes, dat de wereld in 200.000 jaar heeft gekoloniseerd met verwoestende gevolgen voor haar omgeving. Bevolkingsgroei is de grootste afzonderlijke factor die de uitputting van natuurlijke hulpbronnen veroorzaakt. Ombuiging van deze curve nadat deze een piek van ruim negen miljard mensen – vijftig procent meer dan op dit moment – heeft bereikt, moet alleen al hierom worden toegejuicht.

Terwijl in steeds meer landen, ook in ontwikkelingslanden, het aantal geboorten hard op weg is te dalen tot onder het vervangingsaantal, zal het aantal zestigplussers de komende vijftig jaar stijgen van de huidige 600 miljoen tot twee miljard, het aantal tachtigplussers vervijfvoudigen tot 350 miljoen. De vergrijzing moet worden beschouwd als een succesverhaal van betere gezondheidszorg, beter onderwijs en betere toegang tot anticonceptie.

Natuurlijk brengt deze omslag knelpunten met zich mee. De overgang naar een gemiddeld oudere bevolking legt een druk op pensioenstelsels, gezondheidszorg en arbeidsmarkten. Voorspelde tekorten aan arbeidskrachten in snel vergrijzende landen van Europa of Japan hoeven niet met permanente immigratie – die op zichzelf spanningen oproept en per definitie eindig is – te worden opgelost, maar kunnen met verdergaande automatisering worden opgevangen. In ontwikkelingslanden doen zich specifieke problemen voor omdat enerzijds de veroudering van de bevolking daar sneller gaat dan in de westerse landen, en anderzijds de gezondheidszorg en sociale zekerheid hierop minder zijn ingesteld. Dat kan tot nieuwe vormen van armoede leiden. In delen van Afrika veroorzaakt aids een slachting onder de economisch actieve bevolking waardoor de demografische piramide de vorm van een zandloper krijgt.

Ieder decennium schuift de gemiddelde levensverwachting in de wereld twee jaar op, alsof voor elke tien jaar dat iemand leeft, hij er twee jaar `gratis' bij krijgt. Ouderen blijven langer gezond, hebben over het algemeen meer geld te besteden, hebben meer vrije tijd en zullen een grotere stempel drukken op de politieke besluitvorming. De golf van recente (extreem)rechtse verkiezingssuccessen in Europa heeft mede met de vergrijzing van het electoraat te maken. In de Verenigde Staten, waar trends zich gewoonlijk eerder ontwikkelen dan in Europa, vormen ouderen een invloedrijkere lobby dan de traditonele vakbeweging. Als de komende jaren de activistische generatie van de babyboomers de pensioenleeftijd bereikt, zullen ze zich met dezelfde energie als eertijds voor rock & roll inzetten voor faciliteiten voor ouderen. Dit betekent onder meer andere vrijetijdsbestedingen, een migratietrek naar zonniger oorden en andere bestedingspatronen. Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van `regeneratieve geneeskunde' beloven behandelingen waardoor versleten organen of lichaamsdelen met behulp van de eigen lichaamscellen vernieuwd kunnen worden. De voortdurende nadruk op de jeugdcultuur in de media, reclame, levensstijl en het uitgaansleven – en de drang om `jongeren' te binden – heeft sociologisch gezien zijn langste tijd gehad: niet jongeren maar ouderen vormen de interessantste doelgroep van de toekomst.

De 21ste eeuw belooft derhalve de `zilveren eeuw' van de mensheid te worden. Vanaf het midden van deze eeuw zal de bevolkingsgroei omgebogen worden in een geleidelijke daling, terwijl welvaart en techniek voor de oudere generaties een langer, actief en gezond bestaan beloven. Dat is niet alarmerend, maar een volstrekt nieuw perspectief in de geschiedenis van de menselijke soort.