De vrouw die porno even heel chic maakte

Vooral vrouwen benadrukken tegenwoordig dat ze er aardigheid in hebben af en toe een pornofilm te bekijken. Joost Zwagerman over de omwenteling die de maandag overleden porno-actrice Linda Lovelace teweegbracht.

Deep Throat dateert van 1972. Er zullen weinig pornofilms bestaan die meer geld hebben opgebracht: zo rond de zeshonderd miljoen dollar. Nu, dertig jaar later, is de film zo goed als onvindbaar. Videotheken hebben Deep Throat allang niet meer, ook niet de in cultfilms gespecialiseerde zaken. Zelfs de Amsterdamse dumpzaak van Miep Brons, waar de schappen volliggen met banden die elders al jaren geleden uit roulatie zijn gegaan, kan de geïnteresseerde porno-archeoloog niet verder helpen.

Al in 1997, ter gelegenheid van het zilveren jubileum van de pornoklassieker, deed een verslaggever van De Nieuwe Revu er twee weken over om een tape te bemachtigen. Zijn verslag dempt vervolgens alle nieuwsgierigheid. De kleurstelling bleek uiterst merkwaardig. Vooral erecties zagen er hierdoor verontrustend uit: ofwel spierwit, ofwel getooid met onnatuurlijke, dieprode vlekken. Het enige dat in gunstige zin opviel was de filmmuziek. In plaats van de reguliere muzak van synthesizers, zo kenmerkend voor het genre, beluisterde de verslaggever niet onaardige jamsessie met `een vet rollende Hammond en een ruig harkende ritmegitaar'. Het deed hem denken aan de jaren-zestigrock van Booker T & the MG's.

Maar voor de muziek ging het publiek in 1972 niet naar Deep Throat. Men brandde van nieuwsgierigheid naar de prestaties van hoofdrolspeelster Linda Lovelace (haar meisjesnaam is Linda Boreman), die in korte tijd was uitgegroeid tot een fenomeen. Lovelace scheen in de film fellatio te beoefenen met een techniek die grensde aan orale acrobatiek. Volgens de overlevering verzwolg Lovelace het buitenproportionele geslacht van haar tegenspeler, de mastodontisch geschapen Harry Reems.

Dankzij Deep Throat was het onder progressieve Amerikanen eventjes heel chic om van porno te houden. De film van regisseur Gerard Damiano veroorzaakte namelijk een waterscheiding tussen protesterende conservatieven en een culturele elite die zich voorstond op vrijgevochtenheid. De film verdeelde ook feministen. Camille Paglia, die zich ook nu nog omschrijft als militante feministe, herinnert zich de release van Deep Throat als een revolutionaire gebeurtenis: ,,You had middle-class women, going with their husbands to porn theatres to see Deep Throat. That was a break-through. We'd never heard of oral sex, much less seen it demonstrated.'' Jaren later nog bleef de al evenzeer militante feminste Andrea Dworkin het heel anders zien. Dworkin was – en is nog steeds – behalve anti-porno sowieso anti-neuken. Want: `binnendringen is verminken'. Nog in het radicale Intercourse (1987) sprak Dworkin haar afschuw uit over fellatio, ,,wat nu een veelvuldig voorkomende handeling is, een verkachting van de keel, diep binnendringen in de keel [...], zoals in Deep Throat.''

Dankzij de controverse rond Deep Throat bleven in 1972 de spreekwoordelijke vieze mannetjes in regenjassen weg uit de New Yorkse pornobioscopen, want bij de ingang van die bioscopen waar Deep Throat draaide, stonden camera's van nieuwsrubrieken opgesteld – men wilde de dappere bezoekers aan de film heel graag interviewen. Het waren kapitaalkrachtige, nette mensen uit de buitenwijk. Sammy Davis Jr. schrijft in zijn autobiografie: `People in their evening clothes would come of a Broadway show and say: ,,Let's go see Deep Throat''.'

Toen de ophef rond de film eenmaal was geluwd, bleek dat Deep Throat binnen het genre niet bepaald geslaagd was. `It's actually a pretty awful porn movie,' oordeelde het culttijdschrift Screw. Het verhaaltje was natuurlijk een vondst, dat wel. Linda Lovelace speelde een verlangende huisvrouw die niet in staat is een orgasme te krijgen, totdat blijkt dat bij haar, `door een speling van de natuur', de clitoris achterin haar keel zit. Die fysieke rariteit is het verhaal-technische excuus voor die spectaculaire pijpscènes die dankzij de inzet en gezichtsspieren van Lovelace werd verheven tot een soort top-atletiek. Behalve dat Amerikanen de wonderen van de fellatio leerden kennen, bleek ook de rol van de clitoris van groot belang voor het Amerikaanse publiek. Want ook de clitoris bleek voor veel bioscoopbezoekers een terra incognita.

Binnen enkele maanden was Linda Lovelace een fenomeen, vooral toen zij bereid bleek om ook in werkelijkheid te pochen over haar exceptionele zuig- en sliktechnieken. Aan journalisten vertelde zij dat geen man voor haar ooit te groot geschapen was: `Dat is me nog nooit overkomen.' De pornoster bleek nooit te beroerd haar epaterende woorden in daden om te zetten. Meer nog dan over de pornofilm zelf was het Amerikaanse publiek stupéfait over de participerende journalistiek waartoe Linda Lovelace allerlei journalisten en tv- presentatoren uitnodigde - vaak nog met succes ook. In haar boek Inside Linda Loveace formuleerde zij haar credo: `Ik leef voor de seks, ik zal er nooit genoeg van krijgen en er iedere dag aan blijven werken om mijn lichamelijke machanismen af te stemmen op een steeds grotere en meer verfijnde perfectie.'

POOIER EN PISTOOL

En toen verscheen, in 1980, haar autobiografie Ordeal. Verdwenen was de provocerende bluf. De hemel van de porno bleek al die tijd een hel geweest. Linda Lovelace klaagde iedereen aan: de porno-industrie, haar tegenspelers, de regisseur, maar vooral haar voormalige manager en minnaar Chuck Traynor. Die man was niet haar vertrouweling geweest maar haar pooier. Voor, tijdens en na de filmopnamen was ze tot seks gedwongen. Ze was als een pop en een zombie behandeld. Ooit had deze Traynor haar een pistool tegen het hoofd gezet en haar gedwongen seks voor de camera te bedrijven. In zekere zin, aldus Linda Lovelace, die inmiddels de naam van haar tweede man Marchiano had aangenomen, was dat pistool nooit meer bij haar slaap weggehaald. Wie Deep Throat had gezien, was geen getuige geweest van extase en plezier, maar van verkrachting en vernedering.

De ommezwaai was zó radicaal, op het catooneske af, dat de uitgever van Ordeal haar ster-auteur twee dagen lang tests aan de leugendetector had laten ondergaan. En het moet gezegd, na 1980 heeft ze deze nieuwe gedaante niet meer van zich af geworpen. Zij lieerde zich aan feminstische actiegroepen tegen pornografie, en hield tot ver in de jaren negentig lezingen over de terreur van de porno-industrie. Er was éen lichtpuntje: zelfs tijdens de helse onderdrukking door haar demon Traynor heeft Linda zich nooit door God verlaten gevoeld. `Ik heb altijd in God geloofd en ik weet dat God me altijd zal helpen.'

DE SADE EN OTTEN

Niet lang na deze verpletterende transformatie schreef socioloog Lodewijk Brunt dat Linda Lovelace leek weggelopen uit het werk van De Sade. Met het bijna hysterisch vertoon van herwonnen onschuld was zij de incarnatie van Justine, uit De Sade's gelijknamige roman. Justine, het eeuwig pure meisje met het hart van goud, is het perfecte slachtoffer voor haar perverse minnaars. Justine ondergaat gewillig alle seksuele activiteiten en verliest door geen verkrachting of orgie ooit haar kuisheid, omdat ze behalve lijdzaam ook frigide is. Niets doet Justine zelf, alles overkomt haar; haar apathie en slachtofferschap zijn onverwoestbaar. Brunts conclusie: `Linda Lovelace verdient (..) het erelidmaatschap van de Zusterschap van de Heilige Justine.'

Toch is Lovelace in de subcultuur van de harde porno niet de enige die zo radicaal haar verleden verwierp. En: zelfs van consumentenkant maken pornografen soms een ingrijpende ommezwaai. De gedaanteverwisseling van Lovelace doet in de verte denken aan de recente `zelfreingiging' door Willem-Jan Otten. In 1985 publiceerde Otten het essay Denken is een lust, waarin hij zijn verslingerdheid aan pornotijdschriften analyseerde. Denken is een lust laveert dwingend en eerlijk tussen schaamte en strijdbaarheid. Otten verzette zich tegen het imago van de pornoconsument als `frustraat' maar bleek evenmin bereid om zich zorgeloos tot `liefhebber' te verklaren: `Tot ander orde spreek ik dus van ``kwaal'', ook al ben ik in het geheel niet van plan om me zonder slag of stoot te laten genezen.'

Dat was 1985. Inmiddels heeft die `genezing' wel degelijk plaatsgehad. In de interviewbundel Geletterde mannen (2001) vertelde Willem-Jan Otten dat hij tegenwoordig een pornovrij bestaan leidt. `Ik ben anders gaan denken over porno. Waar ik me aan bedaan heb, zal ik maar zeggen, was een verslaving. (..) Ik heb Denken is een lust ooit geschreven omdat ik aan Vonne (Ottens echtgenote is de schrijfster Vonne van der Meer, JZ) wilde uitleggen wat het voor mij betekende. Ik had het gevoel: als ze weet wat het is, doet het minder pijn. Porno doet pijn en het afgrijzen dat het wekt is een deel van het genot.`Porno die pijn doet en afgrijzen wekt... behalve aan de religieuze conservatieven lijken dit soort woorden voorbehouden aan fanatieke porno-renegaten als Lovelace en Otten. Je zou bijna vergeten dat het incidenteel consumeren van porno ook tamelijk onbezorgd kan zijn.

Ironisch genoeg moeten we voor het benadrukken van dat inzicht tegenwoordig vooral bij vrouwen zijn. Schrijfster Anne Vegter vertelde onlangs in HP/De Tijd dat ze er aardigheid in heeft om af en toe eens een pornofilm te huren. Collega Manon Uphoff benadrukte op het literaire festival Winternachten af te willen van het benepen idee dat porno niet aan vrouwen besteed zou zijn. En vorige week nog bekende ook Victoria Coren, columniste van de Observer, zich tot porno: `There is nothing more pleasurable than to settIe down with a cup of tea, a box of Quality Street and a tape of Hump Up The Volume part 1'.

Met een kopje thee en een doos bonbons naar een seksfilm kijken: zelden eerder zal de domesticering van de harde porno zo bondig zijn verbeeld. Met deze knusheid van de consument vormt de vaak troosteloze levensloop van de porno-acteurs een schril contrast. Net als de popmuziek is de porno-bussiness een industrie die vaak haar eigen kinderen verzwelgt; dood door zelfmoord of drugsmisbruik komt vaak voor onder porno-acteurs en regisseurs.

Met de meest bekende betrokkenen aan Deep Throat is het verhoudingsgewijs genadig afgelopen. Mede-hoofdrolspeler Harry Reems is nog jaren doorgegaan met acteren in pornofilms. Regisseur Gerard Damiano maakte vlak na Deep Throat het minder bekende The Devil in Miss Jones, een heuse porn noir die inmiddels te boek staat als éen van de zeldzame pornofilms die ook in artistiek opzicht interessant is. De New Yorker publiceerde in 1999 een essay van Saul Bellow-biograaf James Atlas over de zogenaamde – en het is geen grap – porn studies, de deelstudie die een aantal Amerikaanse universiteiten aanbiedt. Studenten kunnen zich bekwamen in de narratieve structuur in harde porno en de semantiek van de pornofilm. Destijds verkoos Damiona de onbekende Georgina Spelvin boven Linda Lovelace. Misschien was Linda Lovelace niet tot haar ommezwaai gekomen indien ze in déze, respectabel geworden pornofilm had gespeeld. In Ordeal staat immers haar verzuchting: `Eén keer, alleen maar één enkele keer zou ik in een film hebben willen spelen met een werkelijk verhaal en een echt draaiboek.'

Het is er niet van gekomen. Anderhalf jaar na de release van Deep Throat kon regisseur Damiano gaan rentenieren. Naar eigen zeggen heeft Linda Lovelace, inmiddels Barman, daarentegen nooit één cent van de opbrengst ontvangen. Wanneer er geen aanvragen binnekwamen voor lezingen, leefde het gezin Barman soms tijdenlang onder de armoedegrens. In de jaren negentig werden bij Linda Barman beide borsten geamputeerd, vanwege ontstekingen als gevolg van verkeerd ingebrachte siliconen. Deze week overleed zij aan de gevolgen van een auto-ongeluk. Linda Boreman-Marchiano-Lovelace is drieënvijftig jaar geworden.