De schok: Gerrie Knetemann

Als brildrager hield Gerrie Knetemann niet van regen. Toch won hij in 1978 de wereldtitel op de zeiknatte Nürburgring door de favoriete Italiaan Moser met een banddikte verschil te verslaan. In 1983 werd de Amsterdamse stratenmaker - hij stemde nooit op de PvdA omdat hij geen koffie had gekregen van Joop en Liesbeth den Uyl tijdens het stenenleggen voor hun huis in Buitenveldert - het slachtoffer van hondenweer én slechte ogen.

In Dwars door België zag hij in een afdaling een geparkeerde auto over het hoofd. Hij had zijn versnellingscommandeur bediend en controleerde of zijn ketting goed lag, toen hij in vliegende vaart tegen de bumper knalde. De Belg Dhaenens kneep in de remmen en bood eerste hulp aan. Dezelfde coureur die in 1990 wereldkampioen werd en in 1998 met zijn auto verongelukte. Knetemann overleefde zijn val. Hij had een gecompliceerde beenbreuk en een slagaderlijke bloeding. Hij keerde een jaar later terug in het peloton, maar niet op zijn oude niveau. De tijdritspecialist teerde op zijn regenboogtrui en zijn tien ritzeges in de Tour. Hij reed zeven dagen in de gele trui. De verrassing was groot, toen hij in 1985 zegevierde in de Goldrace. In de stromende regen reed de 35-jarige Kneet huilend onder het finishdoek. In 1989 nam hij afscheid. Hij werd later bondscoach van de profploeg. Hij ging lucratieve lezingen geven. En hij werd eigenaar van enkele pannenkoekenhuizen.

Dit is de 40ste aflevering in een serie over schokkende sportmomenten.