De markt

`Nu de vraag is ingezakt zitten veel automatiseerders op de bank', aldus de Volkskrant. Dit dagblad dat zijn wortels heeft in de katholieke arbeidersbeweging, toont zich nog altijd bekommerd om het lot van de onderliggende medemens. De werkgevers in deze sector wordt verweten hun arbeiders op de nullijn te willen plaatsen. ``De vakbonden proberen hier een stokje voor te steken'', haalt de krant opgelucht adem. Gelukkig maar, want de ellende blijkt het gevolg van de inhaligheid van de kapitalisten: ``Ze bevriezen de lonen niet omdat anders het bedrijf zou omvallen, maar om de aandeelhouder zijn rendement te kunnen geven.'' Zoals u weet hebben de aandeelhouders van bedrijven als Getronics en CMG de laatste jaren, louter met couponnetjes knippen, hun zakken gevuld. Over de ruggen van de arbeiders van de automatiseringsfabrieken.

Natuurlijk handelen de bonden niet vanuit betrokkenheid bij het wel en wee van de onderliggende medemens. Dat deden misschien ooit lang geleden hun voorgangers, maar wat me ergert is hun schaamteloosheid, dat blijkbaar geen redenering te onzinnig is in hun streven zieltjes te winnen in een sector waar ze nauwelijks leden hebben. En wat me verbaast is de dociliteit waarmee de verslaggever dit optekent en aandikt.

De werknemers in de automatisering hebben de afgelopen jaren het geluk gekend te leven in een wereld waar de bomen tot in de hemel reikten. De sector groeide explosief, mede dankzij onze goedgelovigheid op het gebied van millennium bug en ander onheil. Als gevolg van die explosieve groei is de arbeidsmarkt voor hoog opgeleiden danig uit zijn voegen geraakt. De werknemers werden in de watten gelegd met mobieltje, lease-auto, riante onkostenvergoeding, bonussen en een uitstekend salaris. Niet omdat ze zo hard werkten, zo voortreffelijk waren, of zo moeilijk werk deden, maar gewoon omdat er veel en veel te weinig van waren. Hun hoge vergoedingen waren louter het gevolg van een verstoord evenwicht op de markt van vraag en aanbod.

De psychologie leert dat mensen de neiging hebben te menen dat alles wat goed gaat een gevolg is van eigen verdiensten, en wat fout gaat het gevolg van factoren waar ze niets aan kunnen doen. Dit simpele gegeven maakt dat een ontwikkeling zoals we die in de automatisering hebben gekend deformerend werkt. Daardoor zijn mensen in die sector gaan menen dat ze in de watten werden gelegd omdat ze verdienstelijker werk deden dan hun buurman die, werkend in bijvoorbeeld het onderwijs, geen bonus, geen lease-auto, geen riante onkostenvergoeding, niet eens een mobieltje kreeg. Van die misplaatste eigenwaan zullen we voorlopig dus even minder last hebben.

Wat in de automatiseringssector heeft plaatsgevonden was in wezen het spiegelbeeld van wat er gebeurde onder Deetman met de leraarssalarissen. Er waren veel meer leraren dan nodig; met elke fooi namen ze genoegen. En dus kregen de nieuwkomers ook niet meer dan die fooi. Dat er zo draconisch werd bezuinigd was mogelijk doordat de markt dat toeliet. Tot zover de overeenkomst; maar er is ook een groot verschil. Van de overheid verwacht je dat zij ten minste, hoe dan ook, een betrouwbare werkgever is. Dat betekent dat die werkgever de markt niet zijn werk mag laten doen alleen als dat háár, de overheid, goed uitkomt. Dat nu is het geval geweest.

Het probleem is inmiddels niet meer dat het leraarsberoep weinig aantrekkelijk zou zijn als gevolg van de beloning of door de aard van het werk; het probleem is dat de sector een beroerde naam heeft gekregen. Dat is niet met een paar tv-spotjes of met goede voornemens te verhelpen. Vertrouwen terugwinnen, dat duurt jaren.

prick@nrc.nl