AANVRAAG

Een lintje aanvragen begint met het invullen van het zogenoemde voorstelformulier. Op de `lintjessite' www.lintjes.nl is zo'n uitgebreid formulier te downloaden en het is op elk gemeentehuis verkrijgbaar. Om teleurstelling en verspilde energie te voorkomen, is het echter beter eerst informatie in te winnen bij de gemeente waarin de kandidaat woont. De ambtenaar die de lintjes behandelt, kan beoordelen of een voorstel wel zin heeft. De belangrijkste vraag is of de verdiensten van de kandidaat bijzonder genoeg zijn voor een koninklijke onderscheiding. Als dat het geval is, kan het voorstelformulier naar de burgemeester. Die brengt een eerste advies uit. Vervolgens geeft de Commissaris van de Koningin een oordeel, waarna hij het doorstuurt naar het Kapittel voor de Civiele Orden. Dit onafhankelijke college geeft een zwaarwegend advies aan de betrokken minister. Meestal de minister van Binnenlandse Zaken, maar ook die van Buitenlandse Zaken (bij ambassadeurs) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (bij sporters) dienen voorstellen in bij de koningin. Als die ten slotte haar handtekening zet, wordt de onderscheiding bij koninklijk besluit verleend en brengt de burgemeester de aanvrager op de hoogte. De procedure vergt veel tijd. Als het de bedoeling is de uitreiking te laten plaatshebben tijdens de lintjesregen, dan moet het voorstel voor 1 augustus van het jaar daarvoor bij de burgemeester liggen. Een uitreiking op een andere gelegenheid vergt een procedure van zes maanden.

Voor hen die niet door de procedure komen, is er overigens een schrale troost: een gedecoreerde krijgt het lintje slechts in bruikleen van de staat. Na overlijden moet het door de nabestaanden worden teruggestuurd naar de Kanselarij der Nederlandse Orden. Aleen als zij tussen de 160 en 2.000 euro neertellen (afhankelijk van de graad), mogen de erfgenamen de onderscheiding voor onbepaalde tijd in bruikleen houden.