Zwartkijker in kleur

Het boek heet Martin Parr, het weegt 2.365 gram, het telt 354 bladzijden, met bijna alleen maar foto`s, die tot circa 1980 in zwart-wit zijn afgedrukt en daarna in kleur. Ja, en wat kan er verder nog worden toegevoegd aan dertig jaar fotografie van een man die, naar eigen zeggen, als een `spotter of nature' mensen en dingen zo `naakt' mogelijk registreert. Koopt u het boek maar, zou ik zeggen.

Parr heeft al in zoveel albums zijn cynisme te kijk gezet, dat hier best kan worden volstaan met een Parr-foto plus boekgegevens. Maar vooruit dan maar, voor wie zijn werk toch nog niet kent: Martin Parr (52) is een Britse, illusieloze Magnum-fotograaf met een `golden eye'. Hij staat op één lijn met Doisneau, Cartier Bresson, Eugene Smith en andere groten – zij het dat hij elk spoor van melancholie en esthetiek heeft uitgebannen, zo ook elke glimlach. Hij kijkt als iemand die elke dag zijn eigen `volksbuurt' als nieuw ervaart. De volksbuurt als metafoor voor de globaliserende en consumerende wereld – met heel veel `gewone' mensen in `doordeweekse' gebeurtenissen. Hij volgt ze op straat, in de supermarkt, langs het strand, met vakantie en sluipt wel eens mee hun huis binnen. Wat hem in Cuba, Estland, Amerika en vooral in Engeland opvalt, valt zelden mee.

E.M. Cioran schreef het al: `Leven is ongemak'. Parr voegt daar als zwartkijker-in-kleur vaak deerniswekkende lelijkheid en verveling aan toe. Waar Parr gaat, heerst kaalslag, alsof hij in de hoedanigheid van misantroop overal bevestiging vindt: een echtpaar, gepositioneerd naast een tropisch aquarium in een restaurant, dat elkaar nooit meer iets te melden heeft; dikke, jonge moeders zorgelijk in de weer met babies aan een rivieroevertje dat als vuilstortplaats dienst doet; een beul van een kale man in Benidorm, gezien op diens kreeftroze en bladvullende rug.

Het kan niets meer worden met deze wereld, herhaalt Parr. Men leeft als kuddedier, men eet `bagger', men verveelt zich stierlijk, men troost zichzelf vergeefs met een nieuw bloemetjesbehang, met een dagje massaal roosteren langs de vaderlandse vloedlijn, met een reisje naar ver weg – om in de kudde, de hitte en de file voort te sjokken. En kijk goed naar uw begeerten: hebbedingen en junkfood – close ups van fluorescerend gebak, lichaamskleurige slagersworsten en vulkanische ijscoupes – ook al van die giftbelten die geen soelaas bieden.

`Die man haat de mensheid', zei een collega. Nee, dat is het niet – niet alleen althans. Onder de betekenislagen van arm en rijk, van sleur en ontsnapping, van consumeren en vegeteren, van weinig smaak en veel wansmaak, die zijn vileine foto's blootleggen, schemert ook mededogen. Iedereen op Parrs foto's probeert er tegen de klippen op het beste van te maken.

Martin Parr. Phaidon, 354 blz. E82,80