Trappers

Dankzij de uitvinding van de trappers is de fiets een snel vervoermiddel. De allereerste fiets, van heel lang geleden, had geen pedalen. Het was een loopfiets. De berijder moest zich aan iedere kant met zijn voeten op de grond afzetten, zo kwam hij vooruit. Maar bij iedere afzet remde hij eerst toch een beetje, en dat maakte een loopfiets veel minder snel dan een fiets met pedalen. Daarom ook is de fiets sneller dan de step.

De fiets is snel, maar hij komt maar langzaam op gang. Eerst moet je hard trappen. Als je dan eenmaal wat snelheid hebt, gaat het plotseling een stuk lichter. Natuurkundigen noemen dat verschijnsel `de traagheid van de massa'. Daarmee willen ze zeggen dat een voorwerp met een bepaald gewicht de neiging heeft zijn snelheid te behouden.

Sta je stil met je fiets, dan is je snelheid nul. De natuurwet schrijft dan voor dat die snelheid nul blijft. Het kost enige moeite om `de traagheid van de massa' te overwinnen. Je moet met je volle gewicht op je trappers gaan staan om een beetje snel weg te komen. Maar als je met je fiets eenmaal op snelheid bent, dan werkt die natuurwet weer met je mee. Als je dan heel licht blijft doortrappen houd je heel makkelijk dezelfde snelheid. Maar dan moet je natuurlijk wel blijven trappen. Want als je stopt met trappen, zal de weerstand van de lucht en de straat je weer stil laten staan.

De trappers zitten op een stevige steel vast aan de trap-as. De trap-as draait rond en zit vast aan een groot tandwiel dat de ketting aandrijft. De trappers zitten precies tegenover elkaar, zodat je altijd kracht kunt zetten. Want als je de ene naar beneden trapt, komt de andere aan de achterkant omhoog en zo kan de volgende slag gemaakt worden.

Het linker- en het rechterpedaal zitten met een bijzondere schroefdraad vast aan de steel. Het rechterpedaal heeft een normale schroefdraad, maar die van het linkerpedaal draait precies andersom. Dat is handig, want zo trap je de schroefdraad bij elke slag vaster aan. Dat voorkomt dat je bij het fietsen zomaar een pedaal verliest. Dan zou je weer terug zijn bij de loopfiets, en dat wil niemand.