Sterker dan staal (en ook nog slim)

De traditionele textielsector heeft het moeilijk. De overblijvers leggen zich toe op de textiel van de toekomst: hittebestendig, vuilafstotend, lichtgevend en ijzersterk. Veel vindingen dateren al uit de beginjaren van de ruimtevaart.

In de showroom van Ten Cate Protect in Nijverdal hangt een brandweerpak over een paspop. De overall, zwarte stof met gele reflecterende banden, lijkt weinig te verschillen van de doorsnee uitrusting voor brandweerlieden. ,,Nu moet je opletten'', zegt ing. J. Craamer en hij doet het licht uit. In het donker zijn alleen de gele banden van het pak goed te zien. Maar als Craamer er een schijnwerper opzet licht ineens het hele pak op. ,,Mooi hè, je schrikt er bijna van'', zegt de productontwikkelaar triomfantelijk. De stof is met behulp van een reflecterende substantie lichtgevend gemaakt. Behalve door Duitse brandweerlieden – `Feuerwehr Hannover' staat op de achterkant – wordt het momenteel door verschillende hulpverleners getest. Het brandweerpak van de toekomst moet brandwerend, reflecterend, vuilafstotend, slijtvast en ook nog eens comfortabel zijn. ,,Heel wat anders dan die zware, dikke pakken waar je nu in zit te zweten.''

Ten Cate Protect ontwikkelt en produceert weefsels voor beroeps- en veiligheidskleding. Craamer zet zijn kennis ook in voor andere werkmaatschappijen van Koninklijke Ten Cate (KTC) bij het maken van vezels voor verschillende industriële toepassingen. Na bewerking met kunst- of koolstof zijn die geschikt voor gebruik bij de bouw van huizen, dijken (bijvoorbeeld zinkmatten), vliegtuigen (een `antiballistische', dat wil zeggen kogelwerende cockpit) en kogelvrije vesten. Het Almelose bedrijf gooit ook hoge ogen met kunstgras, zeker nu de internationale voetbalbonden lijken in te stemmen met het spelen van wedstrijden op kunstgras. Vernieuwing is een kwestie van overleven voor de textielsector in Nederland, waar in veertig jaar tijd door faillissementen en bedrijfssluitingen ruim 100.000 arbeidsplaatsen zijn verdwenen.

Modern, technisch textiel kan meer dan een lichaam bedekken. Het is lichtgevend, houdt warmte vast en is slijtvast. ,,Het verbazingwekkende'', zegt ingenieur Craamer, ,,is dat veel van die vindingen al uit de jaren zeventig stammen, uit de ruimtevaart. Maar toen was het óf onbetaalbaar óf dachten we er niet aan om hittewerende of sterke vezels in normale beroepskleding te verwerken.'' Ter illustratie pakt hij een witte doktersjas, hangend op een rekje naast een andere vinding: een niet-doorschijnend verpleegstersuniform. Als hij aan de stof trekt, rekt deze mee. ,,Stretchstof, lekker comfortabel.'' Dertig jaar geleden was het al in de mode. Nu het in beroepskleding wordt verwerkt, is er opeens veel meer vraag naar.

De Nederlandse textielbranche verandert van karakter. De grote bedrijven met duizenden werknemers, opgebloeid ten tijde van de industrialisatie en ten onder gegaan na de Tweede Wereldoorlog, bestaan al enige tijd niet meer. Alleen de fabriekspanden en stoompijpen die de sloophamer hebben overleefd, herinneren aan deze periode. De lagelonenlanden hebben de productie van standaardtextiel grotendeels overgenomen. Een doorsnee jurk, spijkerbroek, overall of T-shirt wordt tegenwoordig gemaakt in Zuid-Europa of Azië. Veel overgebleven `traditionele' textielbedrijven als weverijen, drukkerijen en veredelaars (wassen, bleken, verven) hebben nu dan ook moeite het hoofd boven water te houden. Lange tijd compenseerden ze de hoge loonkosten met moderne machines, maar ook op dat gebied is Nederland links en rechts ingehaald door landen als China, Vietnam, Pakistan en Turkije. Alleen textielbedrijven die specialistische producten maken, zoals vlaggen, raambekleding of beroepskleding, lijken in Nederland te overleven. ,,Je moet je wel onderscheiden'', zegt secretaris C. Lodiers van werkgeversorganisatie Vereniging Textielindustrie Nederland. ,,Anders word je ingehaald door lagelonenlanden.''

Lodiers kent de statistieken. De omzet van de Nederlandse textielsector is niet alleen in de desastreuze jaren zeventig en tachtig teruggelopen. Ook in de jaren negentig bleef de omzet dalen; in tien jaar tijd van 2,9 miljard gulden naar 2,4 miljard. In 2000 was er nog een lichte groei, maar in 2001 is die omzetstijging van vier procent weer net zo hard ingeleverd. En 2002 ontwikkelt zich nog slechter dan vorig jaar. In de nabije toekomst vormen de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie en het einde van het Multi Vezel Akkoord, dat nu nog de invoer uit ontwikkelingslanden beperkt, een nieuwe bedreiging. De textielsector, concludeert Lodiers, praat niet meer over groei, maar over consolidatie.

Van de 12.000 arbeidsplaatsen die de textiel in 1990 nog telde, zijn er nu ruim 8.000 over. De vakbonden verwachten dat er dit jaar zo'n 1.000 arbeidsplaatsen vervallen. ,,Het gevolg van een combinatie van factoren'', zegt vakbondsbestuurder A. Dahlmans van FNV Bondgenoten. ,,Te weinig geld, te weinig innovatie en nauwelijks samenwerking.'' De laatste maanden zijn opvallend veel bedrijven failliet gegaan. Weverij Wisselink in Aalten trok in haar faillissement het hele moederbedrijf, het beursgenoteerde Textielgroep Twenthe, mee. Alle zusterbedrijven zijn inmiddels in andere handen overgegaan, maar niet dan nadat er arbeidsplaatsen waren geschrapt. En het faillissement van Texoprint in Boekelo staat model voor de malaise bij de drukkerijen. Deze bedrijven, die ruwdoek uit China importeren om er gordijn- of meubelstoffen van te maken, waren nog niet zo lang geleden trendsettend. Nu vervullen ze een marginale rol. ,,Ze hebben niet op tijd de omslag naar innovatie gemaakt'', zegt Lodiers. Hij is er van overtuigd dat veel traditionele textielbedrijven op de lange duur niet overleven. ,,Hun dagen zijn geteld.''

Nederland telt nu nog zo'n 120 textielbedrijven met meer dan tien werknemers. De toekomst is aan bedrijven zoals Koninklijke Ten Cate en Gamma Holding, die zich op technisch textiel richten. De technische textielbedrijven nemen nu nog veertig procent van de totale omzet van de textiel in Nederland voor hun rekening. Dit percentage neemt naar verwachting de komende tien jaar toe tot tachtig procent, ten koste van de `traditionele' textielbedrijven.

Productontwikkelaar Craamer (58) van KTC is al bijna veertig jaar, bij verschillende ondernemingen, werkzaam in de textiel. Elke nieuwe ontwikkeling, van nylon via polyester tot de sterke composietvezels, heeft hij zien opkomen. En hoewel veel innovaties een déjà-vu gevoel veroorzaken (,,ik maakte mijn spijkerbroek in de jaren zeventig al waterafstotend'') is hij ervan overtuigd dat textiel nog lang niet uitontwikkeld is. ,,Wie heeft ooit gedacht dat we vezels konden maken die vijf keer sterker zijn dan staal?'' vraagt hij retorisch. Nu werkt hij aan warmtevasthoudend tentdoek waar je bijvoorbeeld een scheerapparaat op aan kunt sluiten. ,,Mensen denken dat ik gek ben als ik dat zeg!'' Al even buitengewoon is zijn idee om huizen niet meer via centrale verwarming, maar bijvoorbeeld via de lijst van een schilderij te verwarmen. Zonnecollectoren in gordijnen vangen de energie op die via textielvezels verder het huis in geleid wordt.

Technisch textiel wordt volgens Craamer steeds meer `intelligent textiel'. Aan vezels worden dusdanige eigenschappen toegevoegd dat ze op impulsen iets uitvoeren. ,,Net als wij hersens in onze lichamen hebben.'' Hij grijpt de mouw van het reflecterende brandweeruniform. Die mouw moet in de toekomst van kleur kunnen verschieten. Oranje in geval van een gaslucht en rood bij extreme hitte. De brandweerman ziet aan zijn mouw wat voor gevaar er dreigt. ,,Dat is pas intelligente textiel'', zegt de ingenieur, ,,en heel wat anders dan modieus een gsm in je kleding inbouwen, zoals Nike en Philips willen ontwikkelen. Dat noem ik confectie.''

Over confectie gesproken. Craamer voorziet ook voor de bedrijfstak die stof betrekt van de textielindustrie, grote veranderingen. ,,Je moet ergens in je achterhoofd er rekening mee houden dat we kleding gaan dragen die niet meer geweven of gebreid is.'' Aan vilt, waarvan nu bijvoorbeeld papieren zakdoekjes gemaakt worden, moet alleen nog treksterkte worden toegevoegd. ,,De textiel in Nederland is alleen maar gestruikeld door te weinig innovatie en te weinig investeringen. Zonde, want er zijn ideeën genoeg.''

In het Enschedese Museum Jannink, een spinnerij, is tot eind dit jaar de tentoonstelling `Sterke staaltjes' te zien. Beneden geven foto's en machines een beeld van anderhalve eeuw historie, boven liggen de race-overall van Jos Verstappen, kogelvrije vesten en kunstslagaderen.