Schrijven is grappen

Zeven jaar deden Robbert-Jan Henkes en Erik Bindervoet over hun vertaling van `Finnegans Wake' van James Joyce. Na afloop waren ze gesterkt in hun extreme literaire opvattingen.

,,Heb je het gelezen?' is het eerste dat Robbert-Jan Henkes vraagt als ik zijn bovenhuis in de Amsterdamse Jordaan binnenkom. `Het' is Finnegans Wake van James Joyce, of liever de vertaling die Henkes samen met Erik Bindervoet maakte van het Boek Dat Voorheen Bekend Stond Als Onvertaalbaar. Als ik beken dat ik niet alle 1.316 pagina's van de tweetalige editie van begin tot eind gelezen heb, zegt Henkes begrijpend: ,,Ja, Finnegans Wake is het enige boek waarvan je bladzijde na bladzijde kunt omslaan zonder een woord te snappen.' En Bindervoet: ,,Zo mooi is het ook wel weer.'

Zeven jaar deed het duo (Bindervoet: ,,There's nothing you can do that can't be done') over het vertalen van Finnegans Wake, tien jaar minder dan Joyce over het schrijven ervan. Toen het boek in 1939 uitkwam, werd het gezien als het eindpunt van de moderne literatuur; ook door Joyce, die lachend verklaarde dat hij het boek geschreven had ,,om de critici driehonderd jaar bezig te houden'. Anders dan in Ulysses (1922) was het moeilijk om in de doorlopende streams of unconsciousness een verhaal te ontdekken, terwijl de ver doorgevoerde woordspelletjes en stijlexperimenten velen op de zenuwen werkten. Zelfs een Joyce-fan als Vladimir Nabokov omschreef het boek als een versteende woordspeling (a petrified superpun).

,,Een boek vol verdwaaltaal en dubbeltongs droommuziek', noemde Piet Meeuse Finnegans Wake twee weken geleden in Boeken; een Engelse voorloper van Battus' opperlandse letterkunde, suggereer ik wanneer ik in Henkes' woonkamer de nieuwe editie van Opperlans! op tafel zie liggen. Maar de `vernederlandsers' onderstrepen dat de Wake een roman is, ook al is het er een ,,waarin gelukkig niets gebeurt'. Gevraagd om die roman in één zin te karakteriseren, roept Bindervoet eerst ,,Het is de wereldgeschiedenis opgevat als roddelcampagne'; en daarna ,,Kastelein is getrouwd met rivier een echt familieboek.'

Finnegans Wake samenvatten is kennelijk nog moeilijker dan het vertalen. Zoveel lezers zoveel indrukken. De enige consensus is dat het boek een droomnacht weergeeft uit het leven van een Dublinse elckerlyc, Humphrey Chimpden Earwicker (HCI), en zijn vrouw Anna Livia Plurabelle en kinderen Shem, Shaun en Isabel. In HCI's droom vloeien mythologie en geschiedenis van de mensheid in elkaar over. Henkes: ,,Het is een realistische kijk op de praktijk van het dromen; en net als beelden uit een droom kun je bepaalde passages vergeten zodra je ze bent tegengekomen – om je ze later plotseling weer te herinneren.' Bindervoet: ,,Maar ook als je het verhaal niet volgt, kun je genieten van de taal. Joyce kan laten horen hoe een rivier klotst, hoe iemand loopt hij is ontzagwekkend muzikaal.'

Bezetting

Henkes & Bindervoet, die tijdens het gesprek om beurten opstaan en door de kamer benen om hun woorden kracht bij te zetten, vormen al twintig jaar een duo. Ze ontmoetten elkaar als tweedejaarsstudenten bij de bezetting van het Amsterdamse Historisch Seminarium, zaten in de redactie van het tijdschrift Platforum, kregen ruzie met hun hoogleraar over een gezamenlijke eindscriptie (`Schopenhauers cyclische geschiedvisie') en schreven artikelen voor Hollands Maandblad. Hoewel Henkes ervaring had als vertaler Russisch (romans van Anatoli Mariengof) en het duo gezamenlijk Bekentenissen van een Engelse opiumeter van Thomas de Quincey had vertaald, waren ze aanvankelijk niet gekwalificeerd voor een vertaalbeurs van het Literair Productiefonds. Ook de Nederlandse uitgever van Joyce, De Bezige Bij, toonde zeven jaar geleden geen interesse voor een vertaling van Finnegans Wake (Henkes: ,,`Kom maar terug als het af is', zeiden ze'). Waarna Henkes & Bindervoet op voorspraak van de Joyce-fanaat Toon Tellegen (,,We kregen zijn hele Joyce-bibliotheek in twee weekendtassen mee') bij uitgeverij Querido terechtkwamen.

,,Finnegans Wake stond bekend als een onneembare vesting dus die wil je innemen', zegt Henkes op de vraag hoe ze op het idee kwamen om een onleesbaar geacht boek te gaan vertalen. ,,Erik kwam ermee aanzetten en zei: dit moet je eens proberen te lezen. Iedere bladzij was als pure zuurstof, en las je langere stukken dan werd het een hallucinerende ervaring.' Bindervoet: ,,Voor de grap hebben we eens een willekeurige bladzij vertaald, en dat ging eigenlijk best zeker nadat we twee onmisbare boeken met uitleg over alle verwijzingen hadden ontdekt: de Annotations van Roland McHugh en de Skeleton Key van Campbell en Robinson. Voor het begrip van het verhaal hebben we gebruik gemaakt van de `First Draft Version' van Finnegans Wake, een verrassend dun boekje met een basistekst waarop Joyce vervolgens eindeloos is gaan associëren. Voor Joyce was schrijven geen schrappen maar grappen.'

In de beginfase werkten Henkes & Bindervoet – samen, alleen, per telefoon, met behulp van e-mail en internet – acht uur per dag aan de vertaling, ,,maar een jaar of drie geleden, toen de subsidies binnenkwamen, werd het een fulltime job.' Volgens Henkes heeft het een paar jaar geduurd voor ze aan Joyce's zinnen gewend waren; van de moeilijkste passages hebben ze wel tien versies gemaakt. Bindervoet schat het succespercentage van de vertaling op zeventig tot negentig. ,,We hebben ons veel vrijheid moeten veroorloven. Het uitgangspunt was de vraag of het goed klonk in het Nederlands; de grappen moesten in de geest van Joyce zijn. Overigens moet je niet denken dat Finnegans Wake alleen maar lachen is er zit ook een flinke dosis tragiek in.'

Varkenspootjes

Finnegans Wake – de vertaling van de titel kregen Henkes & Bindervoet cadeau, aangezien Joyce geen komma tussen de n en de s zette – is een boek waarin meerdere talen door elkaar lopen, om van de vele verschillende Engelse dialecten maar niet te spreken. Joyce was een talenwonder; hij beheerste Iers, Italiaans, Duits, Latijn en Deens, terwijl hij woorden en associaties putte uit tientallen andere talen, waaronder Nederlands. Als ik vraag hoeveel Nederlands er in Finnegans Wake zit, zegt Henkes met een stalen gezicht ,,In onze vertaling?' Waarna Bindervoet antwoordt dat er meer Nederlands dan Spaans of Portugees in voorkomt, maar minder dan Latijn. ,,Woorden als `rookworst' en `varkenspootjes', forkenspootsies, hebben we consequent omgezet in het Anglo-Iers, zodat ze de Nederlandse lezer ook enigszins vreemd voorkomen. In een meertalig boek als de Wake moet je als een havik op de brontaal duiken; de verschillende soorten Engels hebben we vertaald in onder meer Surinaams, Fries en het zogeheten Negerhollands van St. Thomas.'

De vertaling wemelt van de mooie vondsten; een paar minuten bladeren levert al de volgende woordspelingen op: `ondertessen' voor mealwhile, `literlijk' voor liquorally, `hinderdaad' voor as a marrer of fact. Tevreden zijn Henkes & Bindervoet over hun evenaring van de ingewikkelder taalspelletjes van Joyce: een verborgen acrostichon (Imnobody), dat in het Nederlands overigens bijna vijf keer zo lang werd; een letterverschuiving (born for lorn in lore of love to live and wive by wile and rile by rule of ruse), die vertaald kon worden als `gelegd in wiegen om te liegen over lieven van lijven als wijven die wijlen en willen op wallen na lallen met ballen'; en de zinspeling Drought is stronger than faction, die met behoud van de Engelse klanken veranderde in `De strot is dronker dan factie.'

Maar het allertrotst zijn de vertalers op de 1.283 (!) verbeteringen die ze in de vertaling konden aanbrengen door de Engelse teksteditie te vergelijken met de manuscripten, typoscripten en drukproeven in de James Joyce Archives. Henkes & Bindervoet: ,,Onbegrijpelijke woorden en zinnen bleken in het handschrift plotseling zonnehelder. Zo vonden we uit dat ergens halverwege het boek achter de woorden like svvolovving in de drukproeven uit 1939 het woordje stickers is weggevallen. Het is een vurige passage, dus Joyce zal zeker hebben willen verwijzen naar de ook toen al bekende Zwaluw tandstickor lucifers.'

Met hand en tand

In de Querido-uitgave zijn deze tekstvarianten van Joyce achterin opgenomen, maar niet in de Engelse tekst verwerkt. Henkes: ,,Dan zouden alle geleerde regel- en letterverwijzingen niet meer kloppen. En Joyce heeft zijn imprimatur gegeven, dus je weet nooit zeker dat het echt typefouten zijn.' Anders zou het wel verboden zijn door Joyce's kleinzoon, die het erfgoed van zijn grootvader met hand en tand (en vele processen) verdedigt. Henkes: ,,Stephen Joyce is een moeilijke man. Hij gaf toestemming voor onze vertaling op voorwaarde dat het Engels ernaast zou komen te staan. Dat bracht veel werk met zich mee omdat de Engelse tekst opnieuw gezet moest worden en de Nederlandse met behulp van typografische trucs op de tegenoverliggende bladzij moest worden geperst. Met het resultaat zijn we overigens heel blij, en we zijn zelfs niet meer bang dat iedereen de vertaling gaat controleren.' Bindervoet: ,,Wat ook niet van Stephen Joyce mocht, was het gebruik van een van zijn grootvaders uitzinnige handschriftpagina's voor de kaft; dat moeten we nu bewaren voor de herdruk in Rainbow-pocket. Stephen Joyce schijnt nog maar geld voor één rechtzaak te hebben.'

De Nederlandse Wake is volgens Henkes pas de vijfde integrale vertaling. ,,Er zijn twee Duitse, er is een Franse, een Georgische – die we nog niet hebben kunnen vinden – en een Japanse, maar die is niet zo goed, al heeft-ie wel zestienduizend nieuwe karaktertekens.' Henkes grinnikt, en zegt zich geen zorgen te maken over eventuele concurrentie in de toekomst. ,,Paul Claes en Mon Nys, die een paar jaar geleden Ulysses hebben vertaald, zijn ooit bezig geweest met een vertaling van de Wake. Het zou mooi zijn als er nóg een vernederlandsing kwam. Iedere vertaling schept meer duidelijkheid.'

Aan de Nederlandse lezer willen Henkes & Bindervoet desgevraagd wel een paar tips geven: ,,Begin bij hoofdstuk twee, dat is minder moeilijk. Lees eerst een paar bladzijden, en probeer niet alles woord voor woord te begrijpen. Het is goed om je voor te bereiden met behulp van de `First Draft Version'. En dompel je onder in de Nederlandse tekst; de vertaling is de gebruiksaanwijzing.'

Heeft zeven jaar onderdompeling in Finnegans Wake het leven van de vertalers veranderd? ,,Dat niet', zegt Henkes, ,,maar we zijn wel gesterkt in de extreme literaire opvattingen die we vroeger al hadden. De Wake maakt duidelijk dat er ook nog andere literatuur is dan het versleten realisme; welke Nederlandse schrijver heeft nu nog echt gevoel voor taal?' Bindervoet is het met hem eens. ,,Joyce ging in zijn boeken telkens een stap verder. Bij Finnegans Wake zei iedereen dat hij te ver was gegaan, maar hij zei: `It will be inside literature one time.' En hij heeft gelijk gekregen. Dit boek kan nog mee tot na de Derde Wereldoorlog.'

James Joyce: Finnegans Wake. Vernederlandst door Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes. Uitg. Querido, 1316 blz. 75 euro (geb.).

Gerectificeerd

In het interview stond dat dit boek was verschenen bij uitgeverij Querido. Dit moet zijn uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep.