Probleem verzekerd

Nu Paars is uitgeregeerd, stapelen de problematische dossiers voor het nieuwe kabinet zich op. Eén brisante kwestie betreft de premie voor de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ). Zij is aangekaart door het College voor zorgverzekeringen (CVZ), een van de radertjes in de nationale beleidsmachinerie voor zorg en welzijn. Dit zelfstandige bestuursorgaan beheert het geld van de twee collectieve verzekeringen tegen ziektekosten. Het gaat om de ziekenfondsverzekering, verplicht voor mensen met een betrekkelijk laag inkomen, en de AWBZ, een volksverzekering die geldt voor iedereen. Vandaag stelt het CVZ een advies vast waarin het kabinet wordt aangespoord de premie voor de AWBZ (nu: 10,25 procent) per 1 januari aanstaande te verhogen tot 11,56 procent. Het College acht een forse premieverhoging nodig, omdat de uitgaven voor verpleeghuizen, verzorgingshuizen, thuiszorg en gehandicaptenzorg in 2003 oplopen tot 19 miljard euro. Al die voorzieningen worden via de AWBZ gefinancierd. Doordat het kabinet de premie in de afgelopen jaren te laag heeft vastgesteld, kampt het Algemeen fonds bijzondere ziektekosten inmiddels met een vermogenstekort van meer dan 2 miljard euro. Om dit manco weg te werken is een extra premieverhoging onvermijdelijk.

Het advies van het CVZ komt Haagse beleidsmakers ongemeen slecht uit. Een verhoging van de premie voor de AWBZ met 1,3 procentpunt gooit de in Den Haag gekoesterde koopkrachtplaatjes in de war. Premie voor de AWBZ is uitsluitend verschuldigd over de eerste 27.850 euro van het belastbaar inkomen. Omdat over inkomen boven 27.850 euro geen premie hoeft te worden betaald, verschijnen na een premieverhoging de grootste mintekens in de koopkrachtplaatjes voor lagere inkomensgroepen. Het zal kunst- en vliegwerk vergen om die minnen weg te poetsen.

Dat kan het beste via een gelijktijdige verlaging van de inkomstenbelasting. Een zo vormgegeven lastenverlichting vormt echter een nagel aan de doodkist van de inkomstenbelasting. Over inkomen in de eerste schijf van het tarief dragen mensen jonger dan 65 jaar op dit moment 32,35 procent af, waarvan niet meer dan 2,95 procentpunt inkomstenbelasting. De andere 29,4 procentpunt bestaat uit premies voor drie volksverzekeringen. Behalve de AWBZ gaat het om de AOW en de Algemene nabestaandenwet. Stel dat de AWBZ-premie stijgt met 1,3 procentpunt en dat het kabinet tegelijk het tarief van de inkomstenbelasting met 1,3 procentpunt verlaagt. Het tarief van de eerste schijf blijft dan 32,35 procent. De koopkrachtplaatjes zijn gered. Maar mensen met lage inkomens betalen bijna geen belasting meer (1,65 procent).

Als gevolg van de vergrijzing en de steeds duurdere gezondheidszorg zal de AWBZ-premie de komende jaren blijven stijgen. Gaat de inkomstenbelasting ook na 2003 omlaag om koopkrachtschade te repareren, dat bestaat het tarief van de eerste schijf binnenkort uitsluitend uit premies voor de volksverzekeringen. Het resultaat is een heel merkwaardige tariefopbouw van de inkomstenbelasting: 0 procent over inkomen in de eerste schijf, circa 5 procent over inkomen in de tweede schijf, 42 procent over inkomen in de derde schijf en een toptarief van 52 procent. Ook inkomen in de eerste schijf geeft draagkracht, maar daarover zou niet langer belasting maar uitsluitend premie worden geheven. Zo'n tariefstructuur valt niet te rijmen met de inkomstenbelasting als algemene heffing naar draagkracht.

Het alternatief is dat het kabinet afwijkt van het CVZ-advies en de AWBZ-premie bevriest. Er is een precedent: ook de premie voor de AOW (17,9 procent) is enkele jaren geleden gefixeerd. Gaat de premie voor de AWBZ niet verder omhoog, dan neemt het bestaande tekort van het Algemeen fonds met miljarden euro's toe. Want de uitgaven voor ouderen- en gehandicaptenzorg lopen door. Om het gat in het Algemeen fonds te stoppen zal de schatkist moeten bijspringen. Ook dat is niets nieuws. Op dit moment wordt 15 procent van alle AWBZ-uitgaven gedekt uit een rijksbijdrage aan het algemeen fonds. Blijft de AWBZ-premie bevroren, dan neemt het aandeel van de rijksbijdrage al in 2003 toe tot boven de 20 procent.

Een verzekering behoort uit premies te worden gefinancierd. Kiest het kabinet ervoor de AWBZ voor een groter deel ten laste van de algemene middelen te financieren, dan holt dit het verzekeringskarakter van de regeling verder uit. Valt de AWBZ niet langer als verzekering te beschouwen, dan heeft dit vérgaande consequenties. In dit geval kunnen mensen die hun hele leven premie hebben betaald aan dat feit niet langer een recht op AWBZ-gefinancierde voorzieningen ontlenen.

Toch is een flink hogere rijksbijdrage aan het Algemeen fonds de winnende strategie. Op wat langere termijn lopen de kosten van via de AWBZ gefinancierde voorzieningen gigantisch op. Die stijgende uitgaven mogen niet alleen worden verhaald via premies op het belastbaar inkomen tot 27.850 euro. Bij een hogere bijdrage uit de schatkist worden de kosten van verpleeghuiszorg, en zo meer, deels gefinancierd uit onder andere de BTW en de winst van De Nederlandsche Bank. Alleen door op deze manier het draagvlak voor haar financiering te verbreden, blijft de AWBZ op langere termijn levensvatbaar.