Premières onder Tilson Thomas

Soms loopt het anders. De basklarinettist Harry Sparnay wilde saxofoon studeren, maar vond op het conservatorium geen leraar. Het werd uiteindelijk de basklarinet, die onder Spaarnays handen emancipeerde tot een volwaardig solo-instrument. Het verhaal van de Californiër Steven Mackey (1956) wiens Eating Greens gisteren voor het eerst bij het Concertgebouw Orkest op de lessenaar stond, toont verwantschap. Mackey speelde als tiener in rockbands en wilde na een mislukte carrière als freestyle skiër zijn oude liefde weer opvatten. Omdat een rockschool ontbrak werd het de studie van klassieke muziek. In januari had hij al in Muziekcentrum Vredenburg laten horen hoe hij rock en klassiek weet te vermengen. Daar trad hij op bij het Radio Symfonie Orkest als solist in zijn gitaarconcert Tuck and Roll. Nu, in het Concertgebouw, in de zevendelige suite Eating Greens, Mackeys vierde orkestwerk uit 1973, waarin de titel wijst naar een krijtkleurig Afrikaans schilderij. Het gaat hier niet om gitaarkicks maar om ruige romp (dansmuziek en bluesstijl) en een eerbetoon aan het dwarse `dronken' pianospel van Thelonious Monk. Verrassender is een kwasi-middeleeuws organum voor trompet en trombone dat verwijst naar zijn liefde voor de oude muziek. Mackey speelt ook luit. Zijn belangrijkste stijlmiddel is het `anders verloop' de plotselinge wending, een Guus Janssen-achtige hang naar mislukkingen, zoals een toonladder die hakkelig verloopt.

Mackey schrijft geen sfinxachtige avantgarde-muziek die je aan het denken zet, wat het is, is het: vrolijke tekenfilmmuziek, schots en scheef, bij voorbeeld in een `dinner-noise' met gerinkel van tafelbestek. Leuk voor een keertje, maar te wijdlopig en zwak van vorm om te beklijven.

Charles Ives, from the steeples and the mountains is ook sterk beschrijvend en oervitaal maar tegelijkertijd wel degelijk intrigerend. Oorspronkelijk geschreven voor slechts trompet, trombone en vier sets klokken verklankt het een gebeurtenis die door Ives' moeder uitvoerig in kaart is gebracht. Bij een onweer over Pine Mountain rende Ives' vader naar buiten, luisterde naar het geweld van de vele kerkklokken die hij vervolgens op de piano trachtte na te bootsen. Moeder rende ondertussen naar boven om te zien hoe het er met de kinderen voor stond. Maar die sliepen als engelen. Charley was de vorige morgen alleen heel boos toen hij hoorde wat hij had gemist.

Beide premières voor het Concertgebouw Orkest werden door Tilson Thomas en de zijnen tot in de perfectie gerealiseerd, in waar nodig hakkelend hoekig dan wel swingend soepel geren van noten en in de dwarse modulaties waarin alles anders verloopt, nog eens stevig aangezet. Ives en Mackey werden aangevuld met vaker gespeelde werken van Debussy en Janácek, ook al heel sportief en ruimtelijk.

Concert Koninklijk Concertgebouw Orkest o.l.v. Michael Tilson Thomas. Gehoord 25/4 Concertgebouw Amsterdam. Herh. 26/4 aldaar. Uitz. 28/4 14.00 uur.