Prang

Iedereen die serieus gestudeerd heeft, moet Fred Prang wel eens zijn tegengekomen. Fred Prang, al bijna dertig jaar Officieel Portier der Woolloomooloo, studentendisco aan het Janskerkhof in Utrecht. Fred Prang, met zijn boodschappentas vol appelen, yoghurtdrinks en krentenbollen. Fred Prang, die onze kroonprins met `Alex' mag aanspreken, omdat hij in zijn studententijd regelmatig bij hem te gast was. Fred Prang met de telkens wisselende coiffures. De puntsgewijze uitgeschoren tochtlatten, het tot zebrapad getrimde achterhoofd, het vrijwel wekelijks wisselende assortiment sikken en snorren. Elke denkbare variatie is al eens aangebracht; rond de jaarwisseling zelfs een zorgvuldig uitgeschoren euroteken.

Aan de onderzijde valt minder te lachen. Daar vinden we de immense, metaalgeneusde schopschoenen, waarmee Fred als het moet een volwassen man in één machtige beweging kan doden. Dat gebeurt nooit, want Fred Prang heeft de zaak altijd onder controle. Ook als wonderschone, totaal beschonken studentes in de late uren om zijn nek hangen. Hij verwijdert ze met zachte hand, en vraagt galant of hij niet beter een taxi kan bellen. Want Fred Prang blijft altijd in de plooi, onder geweld én liefde.

Zelfs de onvermijdelijke monotonie van zijn beroep heeft geen invloed. Tientallen malen per avond legt hij geduldig het gecompliceerde toelatingsbeleid uit, dat studenten onder bepaalde voorwaarden accepteert, maar alle anderen buitensluit. Ooit was het vrouwen toegestaan zonder pasje binnen te gaan, maar dit is als een geval van omgekeerde discriminatie onwettig verklaard; een juridisch interessant conflict dat destijds nationaal de aandacht trok.

Hoe het ook zij: Fred voert het beleid uit. Rustig expliceert hij de reglementen, meestal aan mensen die zijn verhaal al lang kennen, maar smekend naar hem opzien, op zijn clementie hopend. Gelaten wordt zijn Oordeel doorgaans geaccepteerd, maar heel af en toe legt iemand zich er niet bij neer.

Dan past Fred Prang Geweld toe. Zoals onlangs, toen een grote, dronken onruststoker zich met brute kracht naar binnen dacht te kunnen dringen. Fred gaf hem een vrij simpel duwtje, zodat de man naar achteren wankelde, maar haalde meteen met de vlakke hand keihard uit. Een gewone oorvijg, zoals vaders die vroeger aan tafel wel gaven, maar dan hard, erg hard. De fysieke verwonding was onbeduidend, maar het psychisch effect immens. De uitdrukking op het verfomfaaide gezicht van de geslagene was er een van totale verbijstering. De kerel stond een seconde te tollen, draaide zich toen om en rende in looppas weg.

Mede door dit doortastende beleid is de Woolloomoolloo al jaren een van de veiligste nachtgelegenheden van Nederland. Uw eerstejaars Franse Letterkunde studerende dochter kunt u er dan ook rustig naar toe laten gaan, al kan zelfs Fred niet garanderen dat ze er maagd zal blijven. Want naarmate de avond vordert, gaan de jongens en meisjes, in grote, ongemengde groepen gearriveerd, twee-aan-twee weer weg. Half dronken, en geheel omstrengeld. In lauwe zomernachten wordt soms het bed niet eens gehaald, en zien de bomen van het Janskerkhof neder op een staand uitgevoerde liefdesdaad. De kans is overigens groot dat uw dochter zich zal verenigen met een aankomend kaakchirurg of fiscaal-jurist, dus echte zorgen hoeft u zich ook weer niet te maken.

Voor een ongestoord baltsritueel van de aankomende elite is flink geïnvesteerd: gepantserde deuren en slimme alarmsystemen om Piet-van-de-Jassen, Hoofd der Garderobe en lokaal bokskampioen, bij problemen op te roepen. Alles wordt gedaan om de paringsdans van het puikje der natie in veilige banen te leiden. De politie is dan ook bepaald geen vijand van Fred Prang. Geregeld zijn nachtagenten te gast in het portiershok van Fred, om nieuws uit te wisselen, en de situatie in onrustige nachten te bespreken.

Iedereen kent Fred, en Fred kent iedereen. Vele duizenden kent hij persoonlijk. Bezoekers van jaren her noemt hij moeiteloos bij voornaam. Hij kent hun achtergrond, hun studie, hun jaarclubs en dispuutgenoten. Het hokje van Fred is een ontmoetingsplaats waar oude corpsleden, vaak uitgedijd tot naar de vijftig neigende captains-of-industry, komen mijmeren over lang vervlogen corporale jaren. Soms zelfs in jacquet, met een eega-in-het-lang, komend van een gala.

De gesprekken die Fred aan de deur voert, zijn dan ook breed van onderwerp. Het paranormale, de toestand van de ozonlaag, verre oorlogen en lokale roddel: veel valt onder de brede belangstelling van Fred Prang. ,,Door de omgang met studenten word ik zelf ook intelligenter'', meldde hij enige jaren terug in een lokaal studentenkrantje.

Naast ontspruitende liefde is er ook veel klein leed. Huil- en knokpartijtjes, gescheurde blazers, radeloze jaloezie en redeloze dronkenschap. Onlangs viel er weer eens een gewonde. Een slungelstudent was met zijn afgesleten gaatjesschoenen in een gebroken bierglas gaan staan. Zijn voetzool lag lelijk open. ,,De pezen zijn niet geraakt'', diagnosticeerde Fred, en een snel aangevoerde medicijnenstudent bevestigde zijn oordeel. Zacht als een verpleegster behandelde Fred de op twee barkrukken gezeten man met een litertube Betadine, een paar wattenbollen uit zijn Grote Tas.

,,Er zijn geregeld lichtgewonden'', vertelt hij al doende. ,,Ze vallen van de bar, glijden van de trap, of krijgen een tik van een medestudent. Soms is het bloed dun als water, van de alcohol.''

De jongen sist van de pijn, terwijl Fred een zwachtel stevig, maar met duidelijke ervaring aanbrengt. Voor de hand zou liggen een taxi te bellen, maar dat gebeurt niet. Fred helpt de jongen overeind, en de deur naar de feestruimte zwaait weer open. Rook walmt naar buiten, en een muur van lawaai, of men ginder aan het heien is. De gewonde hinkt naar binnen. Fred kijkt hem na, opent dan de Grote Deur naar de voorjaarsnacht, waar de rij der feestgangers nimmer eindigt.