Politiek bedrijven is moeilijk en leidt zelden tot vermaak

Nederland is in de ban van leuk. Ook de politiek moet leuker. Het mag er in het parlement best wat levendiger toegaan, maar het beroep van volksvertegenwoordiger is een verantwoordelijk en dus ernstig beroep, meent Anton C. Zijderveld.

Een van de gevolgen van de ontkerkelijking en de ideologische ontzuiling is de involutie van God naar Endemol geweest. Geloof werd ingeruild voor entertainment. Nederland is in enkele decennia opgeleukt tot een soort permanent pretpark, waarin `leuk' het overkoepelende adjectief is geworden. Kunstwerken of boeken zijn niet langer mooi of goed, lelijk of slecht, maar leuk of niet leuk.

De toon van al deze leukigheid wordt door de televisie gezet. Daar gaat het er allang niet meer om wat gezegd en gedaan wordt, maar hoe het wordt gezegd en gedaan. Het moet vooral leuke beelden opleveren. Willen politici electorale successen boeken, dan moeten ze een leuke uitstraling hebben. Het probleem met Jaap de Hoop Scheffer was vooral dat hij niet leuk overkwam. Hij is een serieuze en ervaren politicus, maar te serieus en dus niet leuk. Pim Fortuyn daarentegen is een politieke amateur, maar heeft volgens velen, vooral de media, een énige uitstraling en dus scoort hij in de opiniepeilingen hoog.

In een babbelshow als Barend & Van Dorp worden aan de ovalen tafel, leuk opgesierd met glaasjes wijn en schaaltjes borrelnootjes, mensen uit de wereld van de showbusiness, de sport en de politiek genood. Aan hen worden vervolgens leuke oneliners ontlokt en wie niet leuk om de hoek komt, krijgt er bits van langs.

Informatieve programma's halen lage kijkcijfers als ze geen infotainment bieden en dus gaat het er steevast leuk aan toe. In het programma Flogiston worden serieuze wetenschappers door een volmaakte nar bewerkt en tot snedige uitspraken verleid. Leuk zijn of doen is in de media een Kategorische Imperatief geworden.

Al deze emotionaliteit en leukigheid werkt zichzelf uiteindelijk te gronde. Immers, niets is zo aan inflatie onderhevig als lol en emoties. Als je avond aan avond op het eerste net mensen aan ziekbedden ziet wenen, of zelfs in die bedden ziet sterven, word je immuun, emotioneel murw. En natuurlijk is het fijn om op gezette tijden pret en plezier te maken, maar het Franse spreekwoord zegt het al: Toujours du plaisir n'est pas plaisir. Daar komt natuurlijk bij dat er nogal wat dingen in het leven zijn die helemaal niet leuk zijn. Ik ga even voorbij aan pijn, ziekte en dood en heb het over het leven van alledag en de wereld van de arbeid.

Een normaal leven bestaat voor een groot deel uit routines en dat geldt ook voor het werken. Als dat allemaal permanent opgeleukt moet worden – `een leuk gezin', `een leuke baan' – vraag je het onmogelijke. Als je dan toch mensen probeert wijs te maken dat het best allemaal heel leuk gemaakt kan worden, maak je ze snel ongelukkig. Ons werk kan, zeker met de prachtige ICT van tegenwoordig in vele opzichten vergemakkelijkt worden, maar grote stukken ervan zijn en blijven niet leuk. Dat is helemaal niet zo erg, want routines hebben het voordeel dat je er geen mentale en geestelijke inspanning voor hoeft te verrichten, waardoor je tijd en energie overhoudt om in de vrije tijd de echt leuke dingen te doen.

Er wordt wat afgepalaverd over de crisis van de hedendaagse democratie en daarbij dienen zich de merkwaardigste ideeën aan. Zo klinkt uit de monden en vloeit uit pennen van doorgaans vroeg-bejaarde intellectuelen en semi-intellectuelen weer een inmiddels al meer dan veertig jaar oude roep: de politieke structuren zijn vermolmd en hun radicale vernieuwing is thans aan de orde. Ik ga even voorbij aan de anarchistische roep het hele parlement maar af te schaffen. Vooral twee voorstellen keren als mantra's telkens terug. Ze betreffen het parlement en daarvan vooral de Tweede Kamer, want voor de meeste van deze vernieuwers heeft de Eerste Kamer met de monarchie als anachronismen al lang afgedaan.

Ten eerste zouden de debatten in de Tweede Kamer levendiger en leuker moeten worden, en ten tweede moet de Haagse politiek transparanter worden, opdat de burgers er meer en directer greep op kunnen krijgen. Niemand kan tegen levendige debatten zijn, en inderdaad het kan er in het parlement best wel wat levendiger aan toegaan. Als met name de fracties van de grote partijen nu eens niet langer in gespecialiseerde woordvoerders zouden worden opgedeeld, maar alle leden, zoals hun collega's van de kleine partijen, zich als generalisten met grondige kennis van zaken op de hoofdlijnen zouden richten, zou er al veel verbeteren. En statements van papier voorlezen, zou door de voorzitter van de kamer verboden moeten worden. Als dan ook nog het Torentjesoverleg wordt beëindigd, omdat monisme de dood in de parlementaire pot is, zal het er in het parlement heel wat levendiger aan toegaan.

Maar het zal er echt niet veel leuker op worden en dat is wel wat de media en in hun voetsporen de kiezers willen: leuke beelden van bekvechtende, door elkaar heen schreeuwende volksvertegenwoordigers die liefst ook nog, zoals in Japan wel eens gebeurt, elkaar lijfelijk bespringen. Misschien heel leuk, maar politiek volslagen onproductief. Trouwens, over zinloos parlementair geweld gesproken, verbaal kunnen we er al wat van. Allerlei agressieve metaforen zijn al in omloop die doen denken aan de bloedige guillotines van de Franse Revolutie, zoals `er moeten koppen rollen'. Een lugubere euthanasievariant daarvan is: `de stekker uit het kabinet trekken'. Als je je realiseert dat in verhitte tijden de scheidslijn tussen woorden en daden dun is, zijn dergelijke agressieve metaforen eigenlijk niet leuk meer.

Misschien moeten we elkaar er toch weer eens aan herinneren dat het werk in beide Kamers van het parlement een verantwoordelijk, en dus ernstig beroep is. Het is niet niks om grondige controle uit te oefenen op het uitvoerende landsbestuur en de wetten van dit land vast te stellen. Dat hoeft allemaal niet in sombere en pompeuze plechtigheid te gebeuren, maar moet wel grondig en dus in ernst gedaan worden. En dat gebeurt gelukkig nog steeds. Het volk vertegenwoordigen is een in vele opzichten veeleisend en moeilijk ambacht dat al doende geleerd en door ervaren parlementariërs met zorg en precisie uitgeoefend moet worden.

Een nadelig neveneffect van de alom geëiste openheid en transparantie is dat zo genadeloos duidelijk wordt dat dit alles voor niet-politici meestal saai, oersaai is. Het levert zelden leuke plaatjes op. Maar laten we wel zijn, ieder beroep dat serieus wordt uitgeoefend is, als je het van dichtbij beschouwt, voor het merendeel routineus, ernstig en dus saai. Als je even achter de coulissen kijkt, is zelfs het beroep van cabaretier dat.

En dan tenslotte de roep om de burgers meer bij de politiek te betrekken, hun er meer greep op te geven. De oude roep om directe democratie dus, met als wondermiddel het referendum. Natuurlijk behoren burgers via de pers, de radio en de televisie goed over politieke zaken geïnformeerd te worden. Natuurlijk is het ook belangrijk dat burgers via de oude en de nieuwe media met elkaar over politieke zaken discussiëren, en onderling meningen uitwisselen. Beroepspolitici doen er verstandig aan daar goed naar te luisteren en zich op gezette tijden ook in de debatten te mengen.

Maar de vertegenwoordigende democratie zorgt ervoor dat een relatief beperkt aantal gekozen burgers van de politiek hun beroep maakt en namens ons in het parlement het politieke handwerk verricht. Als het goed is, overstijgen ze onze doorgaans kleine en beperkte deelbelangen, sluiten ze sub-optimale compromissen en hebben ze de aan een beschaving inherente taak minderheden te respecteren en waar nodig te verdedigen. Dat is wederom vaak helemaal niet leuk, maar wel noodzakelijk en belangrijk.

Vaak wordt vergeten dat de representatieve democratie het gemak van ons burgers dient. Zonder haar zouden we voortdurend in referenda politieke keuzes moeten maken en dan telkens naar de stembus moeten gaan. Maar ik heb er geen zin in en tijd voor om voortdurend bij het politieke bedrijf actief en intensief betrokken te worden. Het is toch heerlijk dat er in maar liefst twee Kamers volksvertegenwoordigers zijn. Ik zeg het Dame Edna na: Call me conservative, possums. Maar dat moeten we vooral zo houden.

Prof.dr. A.C. Zijderveld is hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en voorzitter van het Forum voor Democratische Ontwikkeling.